maandag 16 maart 2009

Colomn 17 De reis naar ISAN

De reis naar ISAN

Rob en Wilma vroegen mij een aantal maanden geleden of zij niet met Titiwhat en mij een trip naar de Isan konden maken. Ze wilde dan ook de moeder van Titiwhat bezoeken. Na overleg met Ttitwhat was die trip in kannen en kruiken. Vooral Rob en Wilma vonden het een belevenis om met een monnik op pad te gaan. En zij wilde graag in een wat slapen. Dat kon ook worden geregeld.

Nu zijn afstanden groot in de kop van Thailand. De eerste dag zouden we naar Khon Kaen gaan, een dikke 700 km van Ngao vandaan. Dat zou dus een pittige rit met mijn trouwe Honda vergen. Verder wilde ze bij Khon Kaen de “cobra-village” bekijken en dan naar Nong Khai. Daar het beeldenpark, de Mekong en de markt bezoeken. De trip zou afgesloten worden met een overnachting in Loei.

Overnachten in de Wat bij Nong Khai bleek een probleem te zijn. Niet getreurd, een overnachting in Wat Analayo bleek tot de mogelijkheden te behoren.

Na een ochtend uitrusten na het kinderfeest, gingen we in de middag van 15 februari op pad naar Phayao. Daar zouden een Wat bezoeken, die Rob al jaren op het programma had staan. De tempel zelf is niet veel bijzonders, maar langs die tempel ligt een klein park, de “hel”genaamd. Het zijn beelden en een thema die de “hel” voorstellen als je niet als boedist door het leven gaat. Ook “nirwana” bereiken wordt uitgebeeld. Als je in Phayao komt, bezoekt dat parkje maar eens. Iets bijzonders. Ik zal er een aparte column aanwijden met de nodige foto’s want veel beelden hebben een uitleg nodig.

We aten bij het meer en toen op weg naar Wat Analayo, waar Titiwhat al op ons zat te wachten. W kregen koffie, geserveerd door nonnen en zaten met een aantal monniken gezellig te babbelen. Ik wist niet waar we zouden slapen, Titiwhat had dat niet aan mijn verteld. Tegen negen uur gingen we onze slaapgelegenheid. Het was een huis even buiten de echte wat. Een 5-sterrenhotel was er niks bij. Wat een mooie woning was het daar. Rob en Wilma kregen een grote slaapkamer met eigen douche en WC en ik kreeg ook zo’n kamer. We konden koffie zetten en er was airco in dat huis. Een prima slaapgelegenheid dus.

De volgende ochtend vroeg uit de veren, want er stond een fikse rit voor de boeg. Even langs mijn huis gereden en om de slaapzakken daar te brengen. Die hadden we niet nodig gehad, die nacht, want daar in Wat Analayo was alles om goed te kunnen slapen.

We reden de route Phrae, Uttaradit, Pichanaluk, daar de weg nr. 12 op en die voert naar Khon Khaen. 300 km verder. We zouden die avond in het restaurant van de vader van Titwhat eten. Dat was vlakbij Khon Kaen. Met de nodige stops kwamen we bij familie van Titiwhat op ruim 80km van Khon Kaen aan. Die familie heeft een grote bandenzaak, waar autobanden verkocht worden en ook stuurinrichtingen e.d. worden uitgelijnd. We kregen koffie en reden toen door naar Khon Kaen. Intussen had Titiwhat gebeld en aangekomen bij het hotel, bleek dat er niet gegeten zou worden bij het restauran van zijn vader. Waarom, dat kon Titiwhat mij niet duidelijk maken. Wilma had wat voor zijn vader gekocht, dus dat bleek overtollige ballast te worden. Rob, Wilma en ik aten maar in en restaurant vlakbij het hotel en gingen vroeg naar bed. Die rit was lang en we waren wat moe.




Gevaarlijk?






De volgende ochtend naar de “Cobra-village”. Dat was 40km buiten Khon Kaen en werd redelijk goed aangegeven. Er zou een show om elf uur beginnen, maar we waren er al net na tien uur en we kregen een privéshow. Wilma liet zich niet onbetuigd en danste vrolijk met met een slang om haar hals.










De slangendans.



Dat er een monnik meekwam, was voor de mensen iets bijzonders denk ik, want Titiwhat deelde wat uit en men ging op de knieën om dat in ontvangst te nemen.
Titiwhat deelt uit.









Ook ik moest er aan geloven en kreeg een boa constrictor om mijn hals. Nu ben ik niet bang voor slangen, dus danste ik ook maar en beetje in het rond met die wurgslang.






Blijven lachen.


Die hele “cobra’village” is een paar huizen met een omheining. Het geheel maakt een wat vervallen indruk, maar er is een nieuw gebouw in aanbouw. Het lijkt dat het een tempel zal worden. Overigens waren de mensen daar erg vriendelijk en het kost bijna niets. 20 baht entree, maar je geeft hier en daar nog wel wat uit aan de mensen die daar een show opvoeren.

Om elf uur kwam er een bus met schoolkinderen en die kregen die show van elf uur. Rob en Wilma wilde in het aangrenzende dorp wat kijken, omdat volgens verhalen die zij gehoord hadden dat in dat dorp de slangen als waak-slangen gebruikt werden. Titiwhat en ik wachtte rustig af in een winkel op de terugkomst van Rob en Wilma. Er was geen slang te zien. Nu weet ik dat de meest slangen shuw van aard zijn en dat ze als waak-slang zouden fungeren is voor mij wat kort door de bocht. Dat ze er zijn bij de huizen, dat is zeker. Slangen jagen op muizen, ratten e.d. en die zijn daar zeker aanwezig. Maar een slang gebruiken als “waakhond”., daar geloofde ik niet veel van.

Titiwhat moet voor twaalf uur eten en dus op weg naar een restaurantje, waar wij wat dronken en Titiwhat zich tegoed deed aan voedsel. Van daaruit zouden we naar het huis van zijn moeder gaan. Ik was er een keer geweest, maar wist echt niet meer waar dat lag. Vol goede moed de auto in en Titiwhat zou ons wel de weg wijzen. Nou, dat hebben we geweten. Via allerlei wegen, tweedaags, kwamen we naar drie-en-een half uur uiteindelijk aan bij het huis van zijn moeder. Om even vooruit te lopen op de gebeurtenissen, was het ons duidelijk dat het huis van zijn moeder op nog geen uur afstand van Khon Kaen was, als we de vierbaansweg hadden genomen!

Maar goed, we waren aangekomen in het dorpje waar zijn moeder woont. Die lag nog te slapen en werd niet wakker gemaakt. De zuster van Titiwhat verwelkomde ons en Wilma begon uit te pakken uit de mand met allerlei spullen die zij gekocht had. Het was een grote mand, geheel gevuld. Er kwamen nog een paar dames erbij zitten en die keken vol verwachting wat er zo uit die mand kwam zetten.




Wilma deelt uit.




Wilma zou Wilma niet zijn als ze geen spelletje met de kinderen zou doen. Zij en Rob liepen wat door het dorp. Kochten wat spullen, snoep en Cola en bij terugkomst bij het huis hadden ze al wat kinderen verzameld om zich heen. De straat op en wat spelletjes doen. Wilma zette de pakjes snoep en cola op de straat en de kinderen moesten met hun sandaal een van die zaken raken. Raakte ze, dan was de prijs voor hen. Veel hilariteit alom en Wilma was de gevierde vrouw van het dorp.






Sandalen gooien.




Tegen half-vijf reden we weg op naar Nong Khai. Op weg er naar toe ontdekten we dat we een grote omweg hadden gereden om het huis van de moeder van Titiwhat te bereiken. In het donker kamen in Nong Khai aan en we gingen meten naar onze kamers. We waren moe en we bestelde wat via “roomservice” om wat te eten en gingen vroeg naar bed.

De volgende dag op naar het beeldenpark. Het is ong. vier kilometer van Nong Khai gelegen en het is opgezet door een Thais-Laotiaanse gebedsgenezer. Hij is inmiddels al een paar jaar dood, maar het park is behoorlijk uitgebreid. De meest vreemdsoortige beelden zie je. Hele grote en alles heeft een hindoe-achtige vormgeving.

Ook zijn er enkele visvijvers, waar je de vissen kunt voeren. Er zijn behoorlijk grote vissen in die vijver en die krioelen om het brood en ander voer te bemachtigen.

Er is een drie verdiepingen gebouw, waar veel bhoedha-beelden en andere soort beelden zijn.

De “Sjamaan”, want dat was die stichter van dit park ligt op de tweede etage in een glazen kist. Moeilijk te fotografeerden want er is een glazen muur tussen het publiek en die glazen kist.





Een beeld uit dat park.




Buiten dat gebouw is en prachtige pilaren galerij. Het is een park om zeker te bezoeken als je in Nong Khai bent. Er zijn wel weinig schaduwplaatsen, alleen bij het gebouw kan je in de schaduw zitten. Maar het is wel een apart soort park.





Pilarengalerij.

Titiwhat ging eten en wij gingen de markt op langs de boulevard van Nong Khai langs de Mekong. Daar werden uiteraard de nodig spullen gekocht en gingen we even onder de “friendship” brug kijken. Later kwamen we er terug en gingen we naar het strand dat langs die brug ligt. Het is een strand waar veel mensen komen, er zijn restaurantjes en Wilma kocht meteen een soort badpak, kleede zich om en ging de Mekong in.

We aten die avond in een prima Thais restaurant, die Rob in het voorbijgaan gezien had. Een perfect restaurant. Wilma koos die uit omdat tegenover er ook en restaurant was. Wilma vond “ons” restaurant beter en gelijk had ze. Het heeft een prima entourage en het eten is er verrukkelijk. Een aanrader.

De volgende dag op weg naar Loei. In de Isan waar we reden was alles dor en droog. We reden langs de Mekong en het was groen. De omgeving is erg mooi en je ziet veel. Met de nodige stops kwamen we in Loei aan. De omgeving van Loei is erg mooi, veel groen, maar de stad zelf is niet veel aan. We reden er doorheen en alleen het park in het centrum kon ons bekoren. Titiwhat had een resort voor ons uitgezocht, 30km buiten Loei. Hoewel de afstand Nong Khai Loei “maar” 250 km is, deden we er lang over omdat alles twee-baans is. Wel kwamen onderweg een prachtig tempel tegen. Die is gebouwd voor een monnik, die aan aantal jaren geleden is overleden. Zijn kist staat in die tempel. Die tempel staat in een prachtig park met uitzicht op de Mekong.






De tempel voor de monnik



Binnen de tempel staat een gouden kist waar de vereerde monnik in ligt, omgeven met grote bloemenkransen. De tempel met het park is gebouwd na zijn overlijden en heeft zeker miljoenen gekost. Het is zeker een bezoek waar als je van Nong Khai via de Mekong naar Loei rijdt.




Het resort ligt in een prachtig natuurgebied. Ongeveer 1 km buiten het dorpje, Phurua, genaamd. Er zijn bungalows, maar ook kamers. We hadden een kamer met balkon met een mooi uitzicht. Voor diegene die van mooie natuur houden, is dit een goed resort om als uigang punt te dienen.

Allen het ontbijt was om te huilen.Toen wij in de ochtend voor het ontbijt kwamen, was er vrijwel niks. Geen personeel, wat gebakken rijst en dat was het. Wilma ging de keuken in, gaf wat aanwijzingen, en na een kwartier kwam ze aanzetten met een trolley vol met brood, gebakken eieren, spek en ham, jam was er ook bij en koffie. Titihwat werd in alle voorgaande hotels apart bediend, maar hier moesten wij voor hem zorgen. Op dat gebod was het ressort een aanfluiting. Als Wilma niet zo kordaat was opgetreden, hadden we geen ontbijt gehad. Wat ook vreemd is dat je er niet met een creditcard kan betalen. Overal in Thailand kun je met een creditcard betalen, maar in het resort was dat niet mogelijk. Het is een mooi resort, maar het management kan zeker verbeteren. Ook een minpunt is dat je online, de site is vrijwel alleen in het Thais, niet kan reserveren, ook niet via e-mail, alleen telefonisch. Men spreekt er zeer gebrekkig Engels.

De avond zijn wij het dorp gaan verkennen en aten in een gezellig Thaise restaurant. Het dorp stelt niet veel voor.

Toen op weg naar huis. Titihwat moest de bus halen nar Bangkok voor een conferentie en hij vroeg of ik hem in Lampan kon afzetten bij het busstation. Dat was wel bijna 100 km omrijden, maar goed. Toen wilde hij dat ik hem bij het busstation in Pitchanaluk kon afzetten. Dat was veel beter, want dan hoefde ik vrijwel net om te rijden. Jullie raden het wel, de ochtend van vertrek vroeg Titiwhat of ik hem toch in Lampang kon afzetten. Eigenlijk kwam het goed uit, want wij moesten in Big C nog wat inkopen doen. Maar dat had ook in Pitchanaluk gekund. Dus 100 km omrijden dan maar.

Tegen zes uur waren wij in Ngao. Vermoeid van het vele rijden in de auto, want we hadden in vijf dagen ruim 2000 km gereden. Het was zeker de moeite waard deze trip, maar eigenlijk had er twee dagen aangeplakt moeten worden. Men vergist zich hier vaak in de afstanden die men moet rijden. Maar we hebben wel lol gehad en ik heb me best vermaakt. Ook Wilma en Rob hadden het naar hun zin gehad. Titiwhat vond het erg leuk om met drie “farangs” op pad te gaan.

2 opmerkingen:

luckyladyjose zei

Ook dit is weer een prachtig verslag. Bedankt voor het delen :).

Song zei

Fijn verslag, bedankt!