dinsdag 12 januari 2010

Een weekje met Rob en Wilma op pad

Verleden jaar vertelde Wilma mij dat zij tijdens hun volgende vakantie een paar dagen bij een van de bergvolken die Thailand rijk is, zou verblijven. Ik wilde dat weleens mee maken en Rob en Wilma vonden het prima als ik hun gezelschap zou houden tijdens die trip. Volgens mij had ik dat gevraagd in een vlaag van waanzin, want ik ben geen enthousiasteling wat kamperen betreft. Een nachtje op een vloer slapen in een van de monnikenverblijven bij een tempel is nog daar aan toe, maar slapen in een hutje van bamboe, dat is andere koek.

De dag naar het Prinsessenfeest zouden we met Tommy en Noy op pad gaan. Eerst zou Sylvia en Hendrik met de kinderen naar het vliegveld van Chiang Mai gebracht worden en daarna zouden we op pad gaan.

Die zondag begon al goed. Om half-zes opstaan en we zouden tegen acht uur vertrekken. Tot we een telefoontje van Sylvia kregen dat ze niet om een uur zouden vliegen maar om 10 voor half twaalf. Ik haalde ze bij Thomas op en ging even terug naar mijn huis. Daar werd in aller haast afscheid genomen van Sylvia en Hendrik met de kinderen door Rob en Wilma, mijn trouwe Honda was volgepakt en Sylvia kon nog net op de achterbank zitten met de kinderen. In vliegende vaart naar Chiang Mai. Ik ben blij dat er in Thailand geen flitspalen, traject-controle e.d. is, want anders had de postbode veel werk gehad om al de bekeuringen aan mij te overhandigen. In twee uur waren we in Chiang Mai, het wasgoed werd opgehaald en om kwart voor tien nam ik afscheid van Sylvia, Hendrik en de kinderen bij het vliegveld van Chiang Mai.

Wilma had al eerder gebeld dat zij pas tegen negen uur van mijn huis waren vertrokken, dus had ik alle tijd nog in Chiang Mai. Ik nestelde mij op het terras bij het Suriwong Hotel en bestelde een ontbijt, want die had ik nog niet gehad. Toen viel er een glas uit mijn bril, nog net niet in de gebakken eieren. Het schroefje van de arm van die bril was afgebroken en door de haast van die ochtend had ik geen reservebril bij me. Zonder bril kan ik niet rijden, want ik ben bijziende. Dus vlug naar een opticien, die vlakbij was. Het zou een uurtje duren. Tegen twaalf uur had ik weer mijn bril. Dus brilloos strompelde ik naar het Plaza Hotel, reserveerde daar een kamer voor de volgende week, als wij van de barre tocht terugkwamen en nam nog maar een kop koffie om alle ellende van die dag weg te spoelen.

Toen ik bij de opticien zat te wachten, belde Wilma mij op om te zeggen dat ze waren gearriveerd. De opticien had primawerk geleverd en alle schroefjes en neusvleugels van mijn bril vernieuwd en toen maar weer op het terras, wachten op Wilma en haar gevolg. Die kwamen vlug en Wilma zou Wilma niet zijn als er toch nog even langs een markt gegaan moest worden om wat spullen, met name vuurwerk, te kopen.


Ondertussen gingen Rob, Noy en ik naar haar huis om wat spullen voor haar te halen en gingen we naar de “meetingpoint”, waar Wilma en Tommy op ons zaten te wachten.

Een soepje eten en dan op weg naar Li of Lee, je kunt beide spellingen gebruiken.. Langs een mooie weg met bomen tussen Chiang Mai en Saraphin naar Lamphun, waar op een markt weer werd wat spullen werden gekocht het feestje bij de bergvolken.



Tegen half-vijf in de middag waren we bij het bungalow park in Lee. Een aardig dorpje en het bungalowpark was ook mooi. Goede bungalows met een zitje buiten en je kon gratis koffie krijgen bij de receptie.Het bungalowpark heette Ingpha Guesthouse en ik kan het aanraden voor eenieder die Li voorbij gaat en wil overnachten. De prijs is 450 baht per bungalow. De site van dat guesthouse is ”www.ingpha.com

Tommy en Noy gingen op onderzoek uit en kwamen terug met de mededeling dat er een festival in het dorp was. Wij die avond het dorp in het het was er gezellig. Je kon bij kraampjes allerlei etenswaren kopen en dat op een marktplein opeten. Ook was er een soort kermis, waar je met pijltjes ballonnen kon kapot gooien en bij de vierde poging gooide ik met alle pijltjes de ballonnen kapot. Wilma mocht de hoofdprijs uitzoeken en ze koos voor een roze knuffelpoedel. Als je niet met alle pijltjes alle ballonnen kapot kreeg je maar een lolly van de uitbater.

Bij een stand van het Rode Kruis kon je met een netje kleine cilinder opvissen. In het cilindertje zat een nummer en die correspondeerde weer met een prijs. Voor 10 baht kon je een cilindertje opvissen. De kleine prijsjes waren een klein kartonnetje melk of een zakje noedels, maar Wilma won een mooie pan en ik een handdoek, plus vele kartonnetjes melk en zakjes noedels. Maar dat was weer goed voor prijzen voor het feest bij de bergvolken.

Lekker geslapen in de bungalow en toen op weg naar een school met Karen-kinderen. Tommy had een kennis gebeld en die vertelde dat die school wel een feestje wilde hebben. Wij naar de school, een half uurtje van Li rijden. De school heet Mae Pork Nai school




Daar werden we opgewacht door een welkomscomitee, we kregen water en gingen naar de zaal waar de kinderen al op ons wachten. Er was een orkestje van de kinderen en die speelde wat Karen muziek voor ons. Het is een dorpsschooltje en er zijn maar twee onderwijzers. Men heeft groot behoefte aan schoolboeken. Die hebben ze daar maar mondjesmaat.





Wilma organiseerde i.s.m. Tommy een workshop. De kinderen moesten kroontjes versieren die Wilma had opgestuurd vanuit Nederland. Ook moesten de kinderen een kleurplaat inkleuren..

Alle kinderen deden daar aan mee en ze waren druk bezig. Intussen maakte Wilma, Tommy en Noy alles klaar voor de spelletjes die gespeeld ouden worden. Wilma hadden op de markt in Lamphun kleding gekocht, sporttenue's voor kleine kinderen en er waren nog andere prijzen, die waren overgebleven van het Kinderfeest in Ngao.




Een jury bepaalde wie de mooist kroon had gemaakt en er waren 10 prijzen voor de beste 10 kronen. Daarna begonnen de spelletjes. De moeders moesten wat blikjes omgooien met een balletje en wie won kon een sportenue uitzoeken voor een van hun kinderen. Dit gebeurde onder hilariteit van de kinderen en de volwassen omstanders, want het was er druk met mensen.






Wilma kreeg een traditionele Karen-shirt, maar die bleek te klein. Ze kreeg de hoofdonderwijzer zo gek dat hij zijn shirt uittrok en dat aan Wilma gaf. Die paste wel, want de hoofdonderwijzer was ook volslank.



Wilma wees mij ook aan om als jury lid te fungeren wie de mooiste kleurplaat had ingekleurd. Ook daar waren 10 prijzen beschikbaar. Maar zoals gebruikelijk ging elk kind op die school met een prijsje naar huis. Ik had een gesprek met een jonge onderwijzer, die wat engels kon en hij vertelde dat de school aan vele zaken gebrek had. Boeken, schoolmeubilair, maar ook onderwijzers. Alleen hij en de hoofdonderwijzer moesten voor 7 klassen les geven. De Karen hebben wel de Thaise nationaliteit en de kinderen kunnen dus hoger onderwijs genieten als je dat willen of daar de mogelijkheid voor hebben. Kinderen van bergvolken en vluchtelingen die geen Thais nationaliteit hebben kunnen alleen lager onderwijs krijgen. Hoger onderwijs is voor hen uitgesloten.






Nadat we uitbundig afscheid hadden genomen van de school, gingen we op pad naar het dorpje waar je zouden slapen. Ik reed achter Tommy aan en op gegeven moment sloeg hij een zijweg in. Dat was een marteling voor mijn trouwe Honda. We kwamen bij een dorpje aan. Tommy ging op zoek naar de “headman” en wij liepen wat door dat dorpje. Alsof ik in de middeleeuwen beland was. Wat een puinhoop. De huizen waren van bamboe en leken op instorten te staan. Je kon nergens zitten, wan er was geen stoel te bekennen. Water kwam uit een ouderwetse put met een emmer en een stuk touw. Ik nam mij voor dat, als we hier zouden slapen, de slaapstoelen van mijn trouwe Honda een betere optie zou zijn. Dan had ik tenminste nog licht in die auto, want electra was er niet in het dorp.

Kees bij de bergstammen met Wilma en Rob from ThailandGekClub on Vimeo.



Tommy was intussen verdwenen en liet ons via Noy weten dat we naar een ander dorpje moesten gaan, 500 meter van dat middeleeuws dorpje. De weg naar dat andere dorp was een nog grotere marteling voor mijn trouwe Honda, maar we kwamen opeens op een betonnen weg en Tommy wachten ons op bij het huis van de “headman”. 40 meter verderop was er een asfaltweg. Tommy had eerder een verkeerde afslag genomen. Dat dorp heette Ban Bo RanNam Boi Noi.

We konden in het huis van de “headman” slapen. Die was op palen en de vloer was van bamboe. Ik wiebelde door de kamer en verwachte elk moment er doorheen te gaan. Het was een L-vormige kamer en in de ruimte van die L was nog een kamer met een deur. Daar zouden Tommy en Noy slapen, maar die gaven de voorkeur eraan om in de keuken te slapen.




De “headman” had ook een winkeltje, waarbij onze AH in Ngao een luxe supermarkt bij is. Maar er waren wat betonnen banken en een betonnen tafel, waar we konden zitten. De auto's werden uitgeladen en Wilma ging de kamer in orde brengen. Rob en ik bliezen de luchtmatrassen op met een pompje van Rob. Er was elektra, dus het pompje werkte goed.

Wilma, Tommy en Noy maakt het avondeten klaar. We aten aan de betonnen tafel, terwijl de duisternis inviel en de mensen het dorp inkwamen op allerlei vervoermiddelen. De meeste werken buiten het dorp en kwamen terug van het werk.



We waren moe en gingen ook vroeg slapen. Wilma stopte me lekker in op die luchtmatras en dat was me in 55 jaar niet meer overkomen. Instoppen in een bed. De laatste keer deed dat mijn moeder.

Slapen ging prima en ik had wel in de gaten dat voordat wij gingen slapen er twee volwassenen en twee kinderen die andere kamer binnengingen.


Om vijf uur ging daar de deur open en kwamen er wat mensen uit. Omdat je op een bamboevloer ligt wiebelt dat. Daarna kwamen er nog kinderen uit die kamer en tegen half-zes kwamen er nog meer kinderen uit die kamer. Het leek wel een circus-act. Volgens mij hebben in die kamer zeker 14 mensen geslapen op een oppervlakte van een paar vierkante meter. Tot overmaat van ramp ging tegen zes uur iemand met veel enthousiasme hout hakken onder het huis. In arre moede ben ik maar om halfzeven opgestaan en ging buiten zitten. Dat was wel leuk want nu ging iedereen weer naar zijn werk en kwamen wat kopen in die winkel. Je zag weer allerlei figuren langskomen.


Tegen acht uur kregen we een ontbijt van Wilma. Brood met allerlei beleg. Want als je met Wilma op pad gaat heeft ze alles bij zich. Alleen toen ik gekscherend vroeg om een broodje half-om, dat kon ze niet aanbieden, maar alles wat daar tussen zit heeft ze.


Wilma en Rob wilde het middeleeuws dorpje nog gaan bekijken, maar vlakbij was een mooie Stupa, geheel in goudkleur en die wilde ik wel bekijken. We spraken af dat we elkaar bij de Stupa zouden treffen. De stupa is prachtig en rondom zijn nissen aangebracht met standbeelden van vereerde monniken. Aan de wand van die nissen zijn fresco's aangebracht die het Nirwana verbeelden. Mooie fresco's met prachtige natuurafbeeldingen. Bij de ingang staan twee pilaren met een vierkoppige oorlogsolifant. Heel mooi en ik was onder de indruk van die stupa.
Rob, Wilma, Tommy en Noy kwamen ook kijken en we gingen op weg naar een ander bungalowpark. De weg ging berg op en berg af met mooie vergezichten. De natuur is er erg mooi.

We kwamen in een dorp van bergvolken en wat mij opviel was dat er behalve houten huizen waren die op instorten stonden, er een paar hele mooie huizen waren van beton en zelfs van baksteen. Dure huizen dus. Wilma, Tommy en Noy waren op zoek naar kinderen om hun wat te geven, maar ik was meer geïnteresseerd hoe dat kwam dat er van die mooie huizen stonden. Noy vertaalde de vragen die ik aan een paar man vroeg. Ik zag ook dat er groene velden rondom het dorp waren, dus was er bevloeiingssystemen voor de velden.


Het bleek dat men een put had van 60 meter diep en daar pompte men het water naar boven. Twee-derde van het water werd gebruikt voor de velden en een-derde van het water viel weer via een pijp de put in. Daar onder die put was een soort hydro-elektrisch installatie en die wekt weer stroom op voor de pompen en de huizen. Weinig kosten dus voor de stroom. Ook verbouwde ze gewassn waar op het moment van oogsten veel vraag naar is en er dan weinig aanbod komt. Vandaar dat het dorp sinds die bouw van die put economisch voor de wind gaat en dat men langzaam hun houten, bouwvallige huizen verruilt voor splinternieuwe mooie woningen.
Wilma had intussen de kinderen gevonden, die waren wat bang voor “farangs”, en deelde snoep en limonade uit.


We sliepen die nacht in een bungalowpark in Mae Chaem. Het bungalowpark heette Mae Chaem Hotel. Het waren redelijk goede bungalows met een zwembad, waar Rob en Wilma gebruik van maakten. Even maar, want het water was koud, behoorlijk koud. Dan maar en voetmassage voor Wilma en een massage voor Rob.

De bungalows hadden een nadeel. Op het bed lag een soort paardendeken en in de nacht werd het behoorlijk koud. Ik nam de deken van het andere bed ook, maar kon niet warm worden. Terwijl er in mijn trouwe Honda een dekbed lag. In de ochtend naar de bungalow van Rob en Wilma en al bibberend stonden Rob en ik buiten koffie te drinken. Wilma had het niet koud volgens mij, want die was weer druk in de weer om de bungalow op te ruimen. Tommy en Noy kwamen ook kleumend naar de auto.

Maar tegen negen uur werd het weer warm en gingen wij op weg naar Chiang Mai om, zoals gebruikelijk weer wat voorraad in te slaan. We rijden door een prachtige omgeving en kwamen in de buurt van Doi Itthanon, de hoogste berg in Thailand. Via Hang Dong kwamen we in Chiang Mai, waar we BigC aandeden voor onze inkopen. Daarna naar het huis van Tommy om zijn gitaar te halen, om later bij het kampvuur liedjes te zingen. Kon hij ons begeleiden. Maar zijn gitaar was “uitgeleend” aan iemand, dus gitaarloos gingen we op weg naar het dorp war we zouden slapen. Dat was op weg naar Fang. Een mooie route en na ong. 80 km sloegen we af. Een redelijk goed te rijden weg en we kwamen in een stadje terecht, waar, uiteraard, gestopt werd om ook weer wat te kopen. Midden in dat stadje sloegen we af en kwamen we op een asfaltweg, die nogal wat gaten vertoonde. Geen probleem voor mijn trouw Honda. Maar dan kwamen we op een “gravel-road” waar mijn trouwe Honda een rolberoerte van kreeg. Ongeveer 600 meter verder stopte we in een dorpje.

De auto's werden geparkeerd en we moesten met onze spullen een wankele bamboebrug over. Jongens van het dorp hielpen ons en die sprongen gewoon over wat stenen in het stroompje dat daar lag. Dat kan ik ook, dacht ik en warempel, het was beter daar het stroompje over te gaan dan over die brug.


Er waren twee bamboehutten, een grote en een wat kleinere. We zouden slapen in de grote bamboe hut. De hutten zijn speciaal voor bezoekers. Twee tafels en vier lange banken stonden voor die hut, dus konden we zitten. Geen elektra, want die hadden ze een jaar of wat geleden weggehaald. Zou te duur zijn. Drie jaar eerder was er wel elektra, toen Rob en Wilma er ook waren. “Daar gaat het bakken van de oliebollen” dacht ik, want aan de meegebracht friteuse had ik niks meer. Ook de keuken bracht geen oplossing want daar waren twee vuurpotten die met wat hout gestookt moest worden Maar spoedig kwam een vrouwtje met een gasfles met standaard. Kon ik toch mijn oliebollen bakken.

Wilma en Tommy maakten de hut in orde om te slapen en stalde ook alles uit voor het feest van de volgende dag. Toen net alles klaar was, kwam de melding dat we de volgende nacht in de wat kleinere hut moesten slapen, want de grote hut was gereserveerd voor 14 personen. Dat was jammer, want dan moesten we de volgende dag alles weer overbrengen naar die andere hut die op 30 meter afstand van “onze” hut lag.
Wilma maakte een heerlijke “Prinsessen” macaroni en ik schepte wel twee keer op. Intussen was de duisternis ingevallen en moesten we ons behelpen met kaarsen en olielampen. Rob had nog wel een lamp van de video-camera en Wilma had een lamp die op batterijen ging. We sliepen onder een muskietennet en onder een dekbed, dus koud het ik het die nacht niet.

De ochtend was wel koud. Men had een kampvuur gemaakt voor het huis en Rob en ik warmde zich aan dat kampvuur. De zon kwam wel op maar achter ons waar bomen stonden en in de schaduw was het koud. Maar het kampvuur bracht toch de nodige warmte.

Tegen tien uur begon ik het beslag van de oliebollen te maken. Na anderhalf uur rijzen, kon het bakken beginnen. Rob was de tester van de oliebollen en kreeg de eerste. Hij gaf zijn goedkeuring en ik begon te bakken. Kinderen waren nieuwsgierig en keken hun ogen uit. Dat hadden ze nog nooit gezien. Ik bakte er ongeveer 120 stuks.
Intussen was Wilma, Tommy en Noy in het naburig dorp gereden en kwamen terug met allerlei spullen, waaronder wat stoelen, want het kleinere huis had geen tafel en stoelen. Voor de tafel zorgde de eigenaar van de hutten.

De voorbereidingen waren in volle gang voor het feest van de middag. Dat begon tegen drie uur en de kinderen kregen oliebollen. Die keken eerst de kat uit de boom, proefde voorzichtig aan die bollen, maar al gauw werden die opgepeuzeld en vroeg men om meer. Alle bollen waren in een mum weg. Noy stond patat te bakken en ik loste haar af. Wilma had 5 grote pakken patat gekocht en die moesten gebakken worden op in een wok op die gasfles.

De spelletjes waren aan de gang en het terrein was versierd met roze ballonnen. De kinderen vonden het prachtig en ook de volwassenen deden mee. Ik kon het alleen van afstand zien, want de patat had mij volle aandacht. Twee grote schalen vol patat gingen er ook in en een kleine schaal hielden we achter voor ons. Die verdween ook en ik zag die schaal nooit meer terug. Maar geen nood, we hadden intussen wel een portie patat op

De bewoners van de grote hut waren intussen gearriveerd en keken hun ogen uit na het spektakel dat zich op het pleintje afspeelde. Het waren drie “falangs” en de rest was Thais, vrouwen en kinderen.
Toen het donker begon te worden waren de spelletjes ook klaar en aten we aan de nieuwe tafel. Men had beloofd dat een dansgroep die avond ons zou vermaken als dank voor de leuke middag die men had gehad.

In traditionele klederdracht hebben de dames, waaronder ook wat kleine meisjes dansen uitgevoerd op ritme van wat muziek instrumenten. Een groot kampvuur was ook aangestoken en het geheel was een prachtig schouwspel, daar in de rimboe.

Wilma had vuurwerk gekocht en dat werd een groot succes. Ook hier waren sterretjes en ander vuurwerk dat de kinderen konden vasthouden, terwijl Tommy het grotere werk deed. Aan de oever van het stroompje werd het grote spul aangestoken en zo werd 2009 met veel geknal en licht uitgeluid. Tegen tien uur gingen we naar bed, want twaalf uur zouden we nooit gered hebben. De andere bewoners bleven wel op. Die maakte wat lawaai en Wilma vroeg op haar bekende manier of men wat stiller kon zijn. Haar overwicht op anderen is frappant, want het werd stil.

De volgende ochtend elkaar Gelukkig Nieuwjaar wensen, met een kop koffie aan het kampvuur warmen en een uitgebreid ontbijt aan de tafel voor de hut. Daarna alles inpakken, kinderen hielpen ons weer alle spullen over het stroompje te brengen, mijn trouwe Honda werd tot aan de nok van het dak volgeladen en we gingen op weg naar het naburige dorp om een foto te laten printen van Stefanie, want die foto zou worden ingezegend door een monnik van een mooi tempelcomplex.

Bij de fotozaak weren de foto's van de camera van Rob op een memory-stick gezet voor mijn gebruik en na enig zoeken werden wat foto's uitgeprint. Wilma wilde de foto's wel op een CD hebben, maar dat duurde veel te lang. De winkel had een pc uit het stenen tijdperk en het branden van die CD duurde wel erg lang. Uiteindelijk besloten we de zaak te annuleren en gingen we op weg naar Wat Banden, een groot tempelcomplex

Wilma en Rob hadden gezegd dat Wat Banden een prachtig complex was en dat bleek ook. Terwijl Wilma en Rob wachten op de monnik, Phra Krue Batuang Nartsilo, ging ik alles een beetje bekijken. Wat Banden is niet oud, alles is redelijk nieuw en er wordt steeds wat bijgebouwd. Maar de gebouwen zijn prachtig, veel houtsnijwerk en versieringen aan de pilaren van de tempels. Ook de ingangen van die tempels zijn prachtig om te zien. We waren er maar kort, want we wilden op tijd in Chaing Mai zijn. Ik kom zeker terug om dat Wat Banden opnieuw te bezoeken, want ik zag te weinig. Je kun er wel een dag verblijven. Het is 40 km van Chiang Mai, richting Fang.

Na een soepje te hebben gegeten, waren we tegen half-vier in Chiang Mai. We hadden kamers in het Chiang Mai Plaza Hotel. Een mooi hotel met ruime kamers en een badkamer met een bad. Wat een luxe na vijf dagen koud water, behalve in de bungalows dan. Bij de laatste bergdorp was het water steenkoud. Zelfs in de middag. Je gooide een pannetje water over je heen, want de douche werkte niet.

Dan is een warm bad een luxe waarvan je kunt genieten. Met een boek weekte ik een half uur in dat bad, schoor mij, kamde mijn haren en leek een ander mens.

Slapen bij de bergvolken is af en toe wat afzien. Zeker in deze periode van het jaar. Ik vond het wel een belevenis, deed wat kennis op over de leefwijze en de toekomst van enkele bergvolken die wij bezochten, weet hoe het is om in een bamboehut te slapen. Ik zal zeker nog weleens zo'n trip maken, maar dat zal wel even duren. Je raakt gewend aan wat luxe, ondanks dat je in Ngao woont en dan is het slapen bij bergvolken een primitief leven. Maar wel interessant en je moet het eenmaal hebben meegemaakt.

Geen opmerkingen: