woensdag 7 april 2010

Vakantie met familie in Thailand

Vakantie met familie in Thailand

Een van de voordelen van wonen in Thailand is dat familie hier op vakantie komt. Normaal zouden ze waarschijnlijk dichter bij huis vakantie vieren, maar omdat je in “land of smiles” woont, de stranden mooi zijn, het weer warm is, de zee helderblauw en de natuur mooi is om te zien.
Voor mij ook een meevaller, want ik zie weer familie, ik hoef niet naar Nederland om ze te bezoeken en ik kan ze de mooie plekjes van Thailand zien. En ik kom dan ook op plaatsen waar ik normaal niet zo makkelijk naar toe zou gaan.
Dit jaar kwam mijn broer, schoonzus voor de derde maal naar Thailand. Dit in drie-en-een half jaar. Zij namen een goede vriend van mijn broer mee, een collega, Ismaël.
Eerst deden ze Bangkok voor twee nachten aan. Om wat bij te komen van de reis en om de “jet-lag” op te vangen. En omdat ze toch met vakantie waren, logeerde ze in het Shangri-La hotel in Bangkok. Nu niet een van de goedkopere guesthouses die Bangkok rijk is, maar over dat hotel later meer.


De rustdag werd besteed om de “drijvende markt”, even buiten Bangkok te bezoeken. Ze waren er nog nooit geweest en vonden het wel mooi. Ismaël vond het woord “mooi” wel leuk in het Thais. De gids vertelde hem dat het wel een andere betekenis in het Thais was. “Schaamhaar” wel te verstaan. Dus dat woord werd dus veelvuldig gebruikt tijden de vakantie.




Op 27 februari kwamen ze naar het Noorden. Johan en ik haalde ze op in Chiang Mai voor een weekje Ngao, dat vonden ze weer prettig. Jammer dat het erg droog was en dat de natuur daar onder te lijden had. Maar men was eerder in februari in Thailand geweest. Men wist dat het niet zo groen was als in of na de regentijd.
In die week werden er trips naar Chae Son Nationale Park, Wat Analayo en een dagje bergvolken gedaan.
Ze waren al twee keer eerder naar Chao Son gegaan, maar Ismaël was er nog nooit geweest. Bovendien is de kip, varkensvlees en “sticky rice” daar het beste van Thailand. Alleen al om het eten is een bezoek aan Chae Son de moeite waard. Er is een grote waterval die in etappes naar beneden komt en de je met een trap langs de waterval naar boven kan klimmen.
Ook zijn er warmwaterbronnen waar je eieren in kan koken, er zijn badhuisjes waar in je in dat zwavelhoudend water kan baden, je kunt er gemasseerd worden. Hele Thaise families komen er en de kinderen, maar ook volwassen vinden het heerlijk om in de poelen van het riviertje te zwemmen.


Ze waren nog nooit naar Wat Analayo geweest. We bezochten zowel het onderste als het bovenste gedeelte van wat Analayo. Jammer genoeg was Titiwhat er niet en was de man met de sleutel van het Koningshuis niet aanwezig. Het is veel lopen en je rijdt met je auto bergje op en bergje af. Je kunt vanaf de bergen Phayao en het meer in de diepte zien liggen als het helder weer is. Maar deze tijd is het altijd heiig, omdat er veel velden in de fik gestoken wordt. Veel van Phayao zag men dus niet.

Op ongeveer 28km van Ngao zijn wat bergolken en is er een tempel in een grot. Ook is er een waterval. Ik was er nog nooit geweest en met Pim zijn we een dag er naar toe gegaan. Pim in zijn 4WSuzuki en ik met mijn trouwe Honda. De weg is grotendeels “gravel” maar goed berijdbaar. Aldus Pim. Helaas was men op een gedeelte van de weg bezig en had men hopen nieuwe aarde op de rand van de weg gelegd om zodoende een nieuw wegdek te maken. Mij trouwe Hionda had het er maar zwaar mee. Als ik het woord “bergvolk” laat vallen, staat mijn trouwe Honda nu nog te trillen op zijn banden.
Maar de omgeving is daar mooi. De tempel in de grot mag er wezen en je kunt goed vertoeven bij de waterval. Het was een leuk dagje uit.


Op 6 maart gingen we voor twee dagen naar Chiang Mai. Voor Ismaël en mijn schoonzus een unieke gelegenheid om de “night market” te bezoeken. Ik had ook voor de 7de maart een fietstocht besproken.
De 7de maart was een warme dag. Behoorlijk warm zelfs en wij werden bij het hotel opgehaald en naar de plaats gebracht waar de fietsen stonden. Dat lag op ong. 15 km buiten Chaing Mai. De fietsten weren afgesteld en onder leiding van een gids en een monteur gingen we op weg. Er waren ook wat andere Nederlanders bij die deze fietstocht wel wilde meemaken.

De fietstocht ging door dorpjes, rijstvelden en mooi natuur. Tevens werd er regelmatig gestopt om een bezienswaardigheid te bekijken. De gids vroeg of wij de dam wilde bekijken, maar dat vergde wel een klim. Die uitdaging wilde we wel aan en we begonnen aan een lichte klim. Als volleerd klimmer kwam ik vrijwel als eerste boven, maar die klim, dat was eigenlijk maar een voorgerecht van de eigenlijke klim. Ik begon welgemoed aan die laatste klim, maar zag dat vrijwel iedereen mij voorbij ging. Daarna moest ik wel afstappen en ging lopend naar boven. Ik leek wel een derde-rangs wielrenner die tijden de Ronde van Vlaanderen lopend de Muur van Geraardsbergen opging. Iedereen moest wel bijkomen bij de damwal.
Het is een prachtig mooi natuurgebied daar, maar het was erg droog.



Naar beneden gaan was een makkie.
We gingen eten en daar kregen de meeste weer energie vandaan.

We gingen weer door dorpjes en rijstvelden en kwamen uiteindelijk weer terug bij de verzamelplaats. Ik kan iedereen die Chiang Mai bezoekt deze fietstocht aan bevelen. Je ziet een heleboel, het is erg leuk en de gids was prima.


De 8ste maart gingen we van Chiang Mai naar Ko Samui. Met Bangkok Airways. Een directe vlucht. Het vliegveld van Ko Samui is eigendom van Bangkok Airways en is een open vliegveld. Dat wil zeggen dat de gebouwen open zijn. Heel erg mooi aangelegd. Ik zag zelden zo'n mooi vliegveld.


We logeerde in Baan Chaeweng Beach Resort. Het was vlakbij het vliegveld en af en toe kwam er een vliegtuig op 100 meter hoogte over het resort vliegen. Vaak met brullende motoren, want ze stegen op. Het is een mooi resort, met een zwembad vlakbij het strand en midden in het drukke centrum van Chaeweng. Het is er toeristisch met alle soorten winkels en restaurants die in een toeristische centrum voorhanden is.

Ik ben niet zo'n zwembad- en strandmens, dus ging ik op zoek naar wat bezienswaardigheden. Niet ver van het vliegveld is “Big Bhuddha”. Het is een mooi klein complex aan de zee met een grote Boeddha, wat winkels en een apart restaurant. Die ziet er uit als een winkel waar men antiek verkoopt, maar je zit aan een van de ramen en kijk uit over een prachtige baai. En het eten is er nog lekker ook. De taxi's zijn voor Thaise begrippen duur. Ik betaalde 200 baht voor een ritje van nog geen kwartier. Ong. 12 km.



Ook bezocht ik een tempelcomplex, dat wat verder gelegen was. Het is er mooi, maar er waren weinig mensen . Het ligt aan en in een meertje, maar er is verder weinig te zien. Geen restaurants of iets dergelijks en om vervoer terug te krijgen is een probleem. Er rijden daar maar weinig taxi's rond. Je kunt wel via het hotel via een excursie daar naar toe gaan.


In Ko Samui kregen we een tropische regenbui over ons heen. Niet dat we nat werden, maar het kwam met bakken uit de hemel neer. Tevens was de zee erg ruw en er spoelde van alles aan op het strand. Het was ook hoog water. We noemde het een “mini-tsunami”. Het strand werd wel de volgende dag goed schoongemaakt.



Na 5 nachten Ko Samui gingen we op weg naar Krabi en via Krabi naar Ko Lanta.
We hadden van tevoren een reservering gemaakt dat men ons op het vliegveld van Krabi zou ophalen en dan met een speedboot naar Ko Lanta en het resort zou brengen. Maar wie er op het vliegveld stond, geen welkomscommissie. Het bedrijfje gebeld en naar wat vijven en zessen, kwam er een dame aan die een chauffeur regelde met een busje. Die goede man wist echt niet waar de jetty was waar die speedboot zou liggen. Na een tijdje op de snelweg te hebben gereden, sloeg hij af op een wat rommelige weg. Hij bleef telefoneren waar nou die speedboot lag.
De weg werd steeds smaller en we reden door dorpjes, waarvan de tijd had stil gestaan. We kwamen bij een kleine pier waar een speedboot lag, maar dat was de verkeerde.
Toen reden we op een soort karrenspoor. Elk moment dacht je dat struikrovers uit de bossen tevoorschijn zouden komen om ons hetzij in mootjes te hakken hetzij een flinke losgeld aan dierbaren van ons te eisen.


Uiteindelijk kwamen we bij een soort bamboe piertje en daar lagen twee speedboten.
In een soort brede kreek. Echt in de “middle of nowhere”. Wij die speedboot in en die ging in volle vaart naar Ko Lanta. Een ritje van 20 minuten. Bij Ko Lanta waren ook van die bamboe pieren, maar wat groter. Het was laag water en de pier torende hoog boven de speedboot uit. Atletisch klommen we op die pier, met behulp van vele handen. Een trapezewerker zou jaloers geweest zijn als hij zag hoe wij die pier opgingen.


Uiteindelijk kwamen we bij het resort aan. Dat lag 6 kilometer van het dorpje af.
Het resort was het Casuarina Beach Resort. Een mooi resort met mooie bungalows.
Ook hier was het zwembad vlakbij het mooie strand.

Ko Lanta was eigen wel een teleurstelling. Niet het resort, niet het strand, maar je was redelijk verlaten daar. De dichtstbijzijnde winkel was 1.5km van het resort en het dorpje, Saladan, was 6km van het resort. Tevens was het resort een soort rusthuis van oudere mensen. Om tien uur was alles donker en iedereen was naar bed.

Mijn broer en Ismaël hebben een dag gedoken en dat was wel heel erg leuk. Ze zagen veel onder water daar. Ik wilde gaan vissen, maar men vroeg voor een halve dag vissen 3500 baht en dat had ik er niet voor over.

In het dorpje was wel een goed restaurant en we zijn ook naar een echt Thaise markt geweest met een soort kermis. We hadden onze “eigen” taxi chauffeur en het was leuk om met hem die markt op te gaan.

De laatste dag op Ko Lanta zijn we met een speedboot naar Ko Phi Phi gegaan. Het is een uurtje varen. We kwamen langs “The Beach”, waar het stervend druk was, we konden snorkelen en aten op een strand dat redelijk vervuild was. Dat was jammer, want de omgeving is erg mooi, maar op het strand lieten bezoekers in het verleden alle rotzooi achter. Terwijl de zee en de eilanden om Ko Phi Phi erg mooi zijn. We haalde oude herinneringen op toen we op Ko Phi Phi het resort bezochten waar we 17 maanden eerder een week vertoefde. Voor een “doe-vakantie” is Ko Phi Phi beter geschikt dan Ko Lanta. Wil je rust en een landelijke omgeving is Ko Lanta beter geschikt.


De terugreis van Ko Phi Phi naar Ko Lanta zal ons nog lang blijven heugen. In de middag was de zee wat ruwer geworden en de speedboot moest tegen de wind in naar Ko Lanta varen. De golven werden wat hoger en de boot klapte behoorlijk tegen die golven aan. Mijn broer en Ismaël zaten bij de punt van de boot en Imael werd op gegeven moment van de bank op de vloer van de boot gesmeten. Hij liep daar wat letsel op aan zijn rug, maar binnen een paar dagen was dat gelukkig voorbij. De terugreis duurde twee uur en het was de hele tijd heen en weer geslinger van die speedboot die tegen de golven in moest varen. De stuurman van de boot verdiend een complimentje, want hij stuurde met gas geven en gas verminderen met veel vakmanschap de boot tegen de golven in.


Van Krabi vlogen we naar Bangkok waar een busje ons naar Cha-Am zou brengen. De tocht naar het vliegveld van Krabi was nu veel beter.. Het hotelbusje bracht ons daar naar toe en we konden in het busje blijven zitten. We staken het water twee keer over in car-ferry's. Binnen twee uur waren we op het vliegveld. In Bangkok stond het busje gereed en in twee uur tijd waren we in het hotel in Cha-Am. Het Methavalai Hotel.
Een mooi hotel met grote kamers en gelegen aan de boulevard. Het hotel heeft een mooi zwembad en ook een speciaal zwembad voor kinderen.

Cha-Am is de badplaats voor de Thais. In het weekend is het er vrij druk, maar op weekdagen is het er rustig. De buitenlandse toeristen die er zijn zijn meestal wat ouderen die rust zoeken. Het strand van Cha-Am is meer dan 4km lang en wordt als het mooiste strand van Thailand beschouwd. Wel is het zo dat er vele parasols op het strand staan, want de Thais zitten niet in de zon, nog geen minuut. Ook gaan ze vaak geheel gekleed de zee in.



Hua Hin, de zomerresidentie van de Koning is veel drukker dan Cha-Am. Er zijn dan ook vele westerse toeristen daar en het stadje heeft zich daar helemaal op gericht. Bars, restaurants en markjes zie je overal. Het strand heeft geen boulevard en is slechts bereikbaar via een paar ingangen. Wat dure hotels hebben een privé-strand.



Ik huurde een auto voor twee dagen en we zijn dan ook in die twee dagen tegen de avond naar Hua Hin gegaan. Het is er zeker leuk toeven daar. Veel drukte, veel toeristen en gezellig. Wil je wat rust is Cha-Am de juiste plaats, wil je graag wat drukte om je heen en wil je in de avond uitgaan is Hua Hin de plek. Wat je vrijwel niet ziet in Hua Hin zijn de go-go bars. Misschien zijn ze er wel, maar ik heb ze niet gezien.

Aan alles komt een einde. Dus ook aan de vakantie. Op 23 maart stond het busje voor het hotel klaar om ons naar Bangkok te brengen. Vroeg in de ochtend van de 24ste zouden ze terugvliegen naar Nederland.
Ik had een kamer in een hotel in Bangkok besproken, opdat ze nog konden douchen en een afscheidsdiner konden meemaken.

Ik had in een vlaag van waanzin een kamer in het Shangri-La Hotel geboekt en tevens mijn broer, schoonzus en Ismaël uitgenodigd voor een diner-buffet daar aan de waterkant van de rivier.
Nou moet ik zeggen dat het Shangr-La Hotel een mooi hotel is.
De kamers zijn van alle gemakken voorzien, het zwembad ziet er mooi uit en de ambiance is gewoon schitterend.


De vakantiegangers wilde met een boot naar de Khao San Road gaan. Mijn schoonzus wilde daar een klein tattoo zetten.
Dat deed ze verleden keer ook en men vond de Khao San Road erg leuk.
Eerst nog even een kop koffie gedronken op het terras van het hotel. Vier koppen koffie, dat was 680 baht.
We kregen er wel een koekje bij.




De tattoo was mooi en in de avond zaten we van het mooie uitzicht te genieten van al die lichtjes op de rivier, de voorbij gaande boten en het buffet was prima. Je kon van allerlei soorten vlees, groenten, vis, schelpdieren, garnalen e.d. eten. Van de hoogste kwaliteit. Ik at heel wat gerookte zalm op. Er zijn 29 verschillende soorten toetjes en ik probeerde er 7 stuks van. Er is ook een chocoladefontein, kortom het diner-buffet is een heerlijk, doch dure aangelegenheid. Je moet het niet elke week doen, maar als je in Bangkok met een paar mensen bent, neem het diner-buffet bij het Shangri-La Hotel. Ik was voor ons vieren, incl. de drank, ruim 8000 baht kwijt. Maar dan heb je ook wat. De kamer van het Shangri-La hotel was 7500 baht, voor een nacht, zonder ontbijt. Die kost 800 baht. Ik nam wel later een broodje op het vliegveld.



Tegen middernacht werd broer, schoonzus en Ismaël opgehaald en na afscheid te hebben genomen, gingen ze naar het vliegveld voor de terugvlucht naar Nederland. Ik bleef die nacht in het hotel en vloog de volgende ochtend terug naar Chiang Mai, waar Johan me opwachte en tegen vijf uur was ik weer in Ngao.

Ik vond het wel een prettige vakantie. Broer, schoonzus en Ismaël genoten van die vakantie.
Veel zon, veel zee, en veel zwembad plus nog wat strand.
Ik kon mijn boeken lezen, wat op stap gaan naar bezienswaardigheden en genieten van het gezelschap van broer, schoonzus en Ismaël. Familie trek toch altijd.

Geen opmerkingen: