donderdag 16 juni 2011

Colors of Chiang Mai – Fietsen in Chiang Mai


Fietsen in Thailand, dat doe je als je zelfmoordneigingen hebt.
Thais noemen dan ook fietsers “kamikazes”. Nergens zijn er fietspaden, als fietser sta je op een van de onderste ladders van de Thaise verkeersladder en je bent vogelvrij.
Maar steeds zie je meer fietsers op de weg. Vooral op zondag zie je soms hele pelotons op de snelweg. Met een auto ervoor en de bezemwagen erachter. Het lijkt dan net een “mini-Tour de France”.
Maar fietsen is leuk. Je ziet veel meer en vooral in de nauwe straatjes bied fietsen een mooie blik op het dagelijks leven hier in Chiang Mai.
In Chiang Mai hebben, naar mijn weten, twee touroperators fietstochten uitgezet. Een fietstocht, van “Thailand Trek Tours” gaat door het platteland, ongeveer 20 km buiten Chiang Mai, in de regio van Doi Saket.
De andere fietstocht is van RBB, Recreational Biking Bangkok. Die touroperator heeft een fietstocht door de buitenwijken van Chiang Mai, in de regio van het vliegveld. En met die fietstocht gingen Rob, Wilma, Rene en ik mee. Fietsen is goed voor je conditie en je ziet nog eens wat.
 
Verzamelen voor die fietstocht doe je bij het kantoor/huis van Fokke van Egmond. Dat kantoor/huis ligt in een “estate”, vlakbij de snelweg naar het vliegveld. “De Dame” bracht ons daar feilloos heen, maar “De Dame” wist niet dat de weg naar die “estate” in de spits een een-richting verkeer had. Politie regelde het verkeer en we konden aansluiten bij een file. Maar die file was gauw opgelost, want de weg werd door de Thaise Hermandad vrijgegeven.
Bij het kantoor van Fokke stonden de fietsen al in slagorde opgesteld. Er waren genoeg fietsen en je kon uitzoeken welke fiets het beste bij je paste. De zadels werden afgesteld en we reden even een rondje of alles wel goed was.

Even wachten op een Koreaanse Amerikaan met zijn vriendin. Die kwamen ook en met Fokke aan kop en de mecanicien als “bezemfiets” gingen we op pad. De fietstocht zou 4 a 5 uur duren. Het was mooi weer en er werd geen regen verwacht.
De eerste stop was de Chinese Tempel “Wat Chin”. Dat was hele andere koek dan een doorsnee Thaise tempel. Een enorme betonnen draak grijnsde ons tegemoet en zijn bek stond open om ons te verzwelgen. In felle kleuren nodigde die draak ons uit om in die bek naar binnen te gaan. De tempel is felgekleurd. Overal staan beelden van goden en godinnen en wat ook opvalt is dat de offerblokken echte kluizen zijn.


Wij gingen die bek van de draak binnen en in de ingewanden van die draak waren prachtige fresco's aangebracht. Die beelden het leven uit van Boeddha. De mecanicien, die perfect Engels sprak, legde ons uit wat al die fresco's voorstelde. De fresco's waren prachtig van kleur en de gang in de draak was lang, maar de hele wand van die gang was beschildert.


Deze Chinese tempel is zeker waard om te bezoeken. Het is totaal verschillend van de meeste tempels die je hier in Thailand ziet.

Blij dat we niet door de draak verzwolgen waren, stapte we op fiets en gingen naar de volgende stop. Dat bleek “McKean Leprosy/Rhebilitation Centre” te zijn. Een melaatsen en een revalidatie/ verpleegtehuis.
Dat melaatsenkolonie is in 1907 door een Amerikaanse zendeling, McKean, gesticht. We kwamen eraan en er zaten wat oude mannen, sommige in een rolstoel en die hadden melaatsheid onder de leden. Je kon dat goed zien, want vingers ontbraken aan hun handen en ook de tenen aan hun voeten waren verdwenen door de melaatsheid. Tegenwoordig is melaatsheid vrijwel verdwenen, maar is de kolonie een revalidatie en verpleegtehuis. Rondom het plein waren kleine bungalows, waar de patiënten gehuisvest werden. Een kerkje trok mijn aandacht. Het was een typisch zendelingenkerkje, die ik ook vaak in Namibië gezien had bij de missieposten van Nederlandse paters.


Wilma deelde wat uit aan de melaatsen en we keken hoe de zalen eruit zagen. De kolonie is erg groot en we fietsen er ruim tien minuten doorheen. Het was oorspronkelijk een rustplaats voor de olifanten die werkten in de bossen. Maar een “witte” olifant overleed en niemand wilde meer op dat landgoed vertoeven, vanwege de boze geesten die het overlijden van die “witte' olifant” had opgeroepen. McKean kreeg dat landgoed bij wijze van spreke voor niets.


Er is ook een museum in de kolonie, maar die was gesloten. Ik zal daar zeker nog wel eens een kijkje nemen, want er ligt veel geschiedenis in die kolonie. Overal zag je die bungalows. Sommige erg oud, anderen redelijk nieuw. Ook deze kolonieis een aanrader voor ieder die meer wil zien van Chiang Mai dan alleen Doi Suthep.
We stapte weer op onze ijzeren ros en reden door de nauwe straten van die buitenwijk van Chiang Mai. Het is aardig om te zien hoe men daar woont en werkt.
Zo kwamen we bij een bakkerij waar broden en broodjes gebakken werden. Personeel genoeg en in de bakkerij was men danig bezig. Je moet echter niet denken dat die bakkerij een toonbeeld is van een Nederlandse bakkerij. Het is een georganiseerde chaos, maar iedereen weet wat men moet doen.
We kregen een heerlijk broodje die boven met boter en suiker was besmeerd. Lekker vers en heerlijk om te eten. Er hing echt een bakkerijlucht die ik van vroeger herkende als ik een brood moest halen in de bakkerij in Breda, waar ik in mijn kinderjaren woonde.



We gingen weer verder fietsen en kwamen bij een tempel met crematorium. De tempel heet Wat Chediliem. Het is een mooie tempel met een paar gongs, waar we op hartelust gingen slaan. Er is een gesloten en open crematorium. De open crematorium is precies zoals dat in Ngao was.


We kwamen ook voorbij een snoepjes fabriek. Daar werden kleine snoepjes gemaakt die mooi ingepakt werden. De machines die de mengsels voor die snoepjes maken, leken oud, maar deden hun werk goed. Ook hier waren redelijk wat mensen aan het werk. De snoepjes smaken heerlijk. Niet te zoet, wat eigenlijk vreemd is in Thailand en je kauwt de snoepjes heerlijk weg.



Een school mocht niet ontbreken in deze trip en kwamen bij een lagere school aan. De kinderen waren verbaasd dat ze zoveel “farangs” zagen, maar vonden het prima. We bezochten een klas met kinderen van rond de zes of zeven jaar. Vooral Rene blonk uit als een prima onderwijzer. De kinderen schreeuwde precies na wat hij hun voorzegde. De school zag er beter uit als de scholen die ik hier in Thailand had gezien. Het kwartiertje dat we er vertoefde is geen maatstaf hoe de school werkelijk functioneert. Maar het was erg leuk en de kinderen waren enthousiast.


De inwendige mens moest ook versterkt worden en we aten bij een Stichting die weeskinderen van de Hmong-volk opvangt en huisvest. Ook zijn er kinderen gehuisvest van het Hmong-volk waar de ouders niet voor de kinderen kunnen zorgen. De Stichting word door Nederlandse donaties ondersteunt . Het weeshuis heet het Piyawat weeshuis en het ziet er modern en opgeruimd uit. Een website over dit weeshuis is: http://www.unboundedlife.com/?p=555 en hier kan men ook wat lezen over het weeshuis: http://hilltribechildrenasia.com/Support_Hilltribe_Children_Asia.html
Wat zou Thailand zijn zonder keramiek. We bezochten een pottenbakkerij waar potten gemaakt en gebakken werden. Het is verbazend om te zien hoe zo'n pottenbakker uit een klomp klei zo'n mooie pot kan maken. De pottenbakkerij ziet er niet uit. Het is wat donker en van ARBO hebben ze nog nooit gehoord. De pottenbakker zelf herken je bijna niet. Het zou zo een klomp klei kunnen zijn. Het is wel leuk om te zien hoe alles daar in zijn werk gaat en je leert er nog wat van.




Ook kwamen we langs een standbeeld van Koning Chulakorn. Het is de meest beroemde koning die Thailand heeft gekend en heeft Thailand de moderne tijd in geleid. Hij wordt nog steeds erg vereerd in Thailand en overal zie je zijn beeltenis in huizen en winkels hangen.

We reden over de mooie weg, een stukje maar, Chiang Mai-Saraphi die omzoomd is met oude rubberbomen. Een prachtige weg, die ik vaak met de auto reed.
We kwamen bij een markt, waar we eerst wat te drinken kregen. Het was warm en ik had gelukkig een mooie pet van Wilma gekregen, die mij enige bescherming bood tegen de zon. Nadat we het drankje naar binnen gewerkt hadden gingen we de markt op. Ik schrijf wel “we”, maar ik bleef lekker bij die tent met koele dranken zitten. Markten heb ik in allerlei groottes en vormen gezien.
Nadat het gezelschap terug kwam van die markt, gingen we het laatste stukje fietsen. Naar het begint punt van de tocht. Inmiddels was het al half-drie geworden.
Ik heb genoten van die fietstocht. Je ziet vele dingen die je in de auto niet zou opmerken en je stopt bij bezienswaardigheden, waar je normaal nooit komt. Het was warm die dag en zelfs ik had wat verbrande armen. Rene had zonder hoed gereden en dat heeft ie geweten. In de avond had hij een verbrand hoofd.


Ik kan iedereen die fietstocht aanbevelen, als men in Chiang Mai komt. Het tempo is rustig en je fiets nooit lange stukken. Je stopt regelmatig. Voor mij was de leprakolonie het meest interessant, want daarbij komt de geschiedenis van Chiang Mai voorbij, die eigenlijk niemand weet.

De link van RBB is:
www.chiangmaibiking.com


Colors of Chiang Mai – Fietsen in Chiang Mai from ThailandGekClub on Vimeo.

3 opmerkingen:

ReneThai zei

wederom een leuk geschreven blog , ik was blij aan de fietstocht meegedaan te hebben. Inderdaad een behoorlijk verbrand hoofd en daarom liet ik het in de avond afweten.
De lunch die we aten was trouwens een typisch noor thailand gerecht , namelijk Khao Soi :

http://en.wikipedia.org/wiki/Khao_soi

corsp zei

Bedank voor weer een mooie blog. Ik geniet elke keer weer.

Cor

Emthij zei

Leuke blog, Kees. Lees het ieder keer met veel plezier.
Er zijn nog wel meer fietsbedrijven in Chiang Mai;
http://www.chiangmaibicycle.com/
http://www.clickandtravelonline.com/nl/index.html (NL-management)
http://www.mountainbikingchiangmai.com/

Barry