zondag 8 januari 2012

De trip naar het echte Hoge Noorden.

RENE LEIJS ( ReneThai) en ik wilde eens het echte Noorden van Thailand ontdekken. Dat is dan de bergen in en onbekende dorpen en gehuchten ontdekken.
We zouden een weekje daar doorbrengen. Vanaf Chiang Mai naar Chiang Dao, dan naar Thaton en dan naar Chiang Rai. Maar in oktober regende het behoorlijk en zelfs Chiang Mai liep onder. De weg naar Thaton had, volgens berichtgeving, last van aardverschuivingen en in overleg met Rene en mij, besloten we Thaton te laten schieten en een nacht extra in Chiang Rai door te brengen. We konden dan in die extra dag Mae Salong bezoeken.

De eerste dag, 23 oktober, gingen we op pad, richting Chiang Dao op de 107. Maar eerst wilde we Wat Bandum bezoeken. Ik was er anderhalf jaar geleden met Rob en Wilma geweest, maar we hadden toen niet veel tijd. Rene was er nog nooit geweest. Via een routebeschrijving die Rob ons gestuurd had kwamen we, na wat verkeerde afslagen te hebben genomen, toch bij dat tempelcomplex aan. Rob had in zijn routebeschrijving een monument met het uiterlijk van een boot genoemd, maar die was of verdwenen of Rob zag wat beton voor een boot met gaten aan.
Wat Bandum is een groot en nieuw tempelcomplex. Er is slechts een monnik permanent aanwezig en die is de bouwer van al die tempels en zalen. Er ziet er allemaal erg mooi uit en er wordt nog steeds gebouwd. De monnik die daar woont wordt erg vereerd en je ziet hem dan ook zitten met vele volgelingen om hem heen.

Verder is er op dat tempelcomplex niet echt gelegenheid om ergens te zitten en een kop koffie te drinken. Maar het is de moeite waard om het te bezoeken.
































Toen op weg naar Chiang Dao. Rene had daar twee bungalows gehuurd bij een resort “Nature Home Guesthouse”. Het was een mooi resort, maar redelijk basic. Wel mooie bungalows en het oudere echtpaar dat de zaak daar bestierde, was een en al vriendelijkheid. Ik kon mijn trouwe Honda vlak voor de bungalow parkeren. Chiang Dao is zelf een druk stadje. We aten er in een restaurant die goed en lekker eten maakte. We bezochten ook nog de Grotten van Chiang Dao. Die grotten liggen in een mooie omgeving. Je gaat via een tempel en trappen naar die grotten.

Je kunt zelf in die grotten een route uitzoeken. Met gidsen of zonder gidsen. Wij gingen de makkelijke route zonder gidsen bekijken. De grotten bieden veel stalactieten en stalagmieten te zien. Wel oppassen, want je kunt op de vochtige bodem uitglijden. Ben je in Chiang Dao, moet je die grotten bezoeken, het staat goed aangegeven.




De volgende dag had Rene een fietstocht georganiseerd dat door het resort werd aangeboden. Het bleek dat wij de enige die dag waren die de fietstocht deden en de dochter van het echtpaar zou als gids fungeren. Nu zag ik al de bergen op de achtergrond, maar hoopte vurig dat wij alleen op vlakke stukken zouden rijden. IJdele hoop, natuurlijk. Het eerste stuk, de helft van de fietstocht, ging omhoog. Mijn conditie was twintig jaar geleden redelijk toen ik nog als scheidsrechter over de voetbalvelden rende, maar is nu tot een dieptepunt gedaald. Kreunend en steunend, met vaak lopend langs de fiets, ging ik omhoog.
Rene en de gids fietsen als ervaren Tour de France rijders naar boven en moesten steeds wachten op een hijgende en transpirerende ex-scheidsrechter.
Halverwege stopte we bij een bloemenkwekerij en ik ging met Rene en de kweker even de bloemen bekijken. Maar vlug ging ik weer lekker in de schaduw zitten, at een paar bananen op en voelde mijn krachten weer toenemen. De kwekerij was mooi en de mensen waren er vriendelijk en lieten ons veel zien.
De toegenomen krachten door het eten van vier bananen was hard nodig, want de weg ging weer omhoog en uitgeput kwam ik aan bij het hoogste punt. Daar was een snelstromend riviertje met warmwaterbronnen en we zouden daar de lunch gebruiken en eventueel in een warmwaterbron ons kunnen laven. Ik was blij dat ik het leven had, at met smaak mijn lunch op en wilde alleen maar wat rust. Rene ging dapper in dat hete water van die warmwaterbron zitten en kwam later weer tevoorschijn.
.De terugrit was makkelijk. Dat ging naar beneden en ik hoefde weinig te trappen. We wisten een leuk koffietentje en daar kwamen we ook aan. Lekker koffie gedronken en toen op weg naar het resort. Op zichzelf een leuke fietstocht, daar niet van. Maar in de folder zou moeten staan dat een beetje conditie wel een vereiste was. Ook was de lunch nu niet om naar huis te schrijven. Maar ik genoot, ondanks de vermoeienissen, toch van die fietstocht.
De volgende dag naar Chiang Rai, waar we twee nachten zouden logeren. In Chiang Rai een uitstekend restaurant gevonden waar we dan ook de twee avonden gegeten hebben.
De volgende dag ging we via Ban Lorcha naar Mae Salong, het Chinese dorp.



Ban Lorcha viel ons erg tegen. Daar is in de club uitgebreid over geschreven. Wij vonden dat het dorp dat als een “Living Museum” werd aangekondigd, die benaming op geen enkele wijze benaderde. Het hele gebeuren nodigt niet uit tot een bezoek. Voor ouderen is het zelfs gevaarlijk om over die smalle paden van dat dorp te lopen. De weinig aanwezige dorpelingen doen alles op de automatische piloot en van enige spontaniteit is geen spraken. Zonde van de tijd en van het geld. Tenminste wat ons betreft.







Toen wilde we toch een kijkje nemen in Thaton. Het was niet al te ver rijden. De wegen waren goed en we hadden prima daar in Thaton kunnen overnachten, maar dat is achteraf bekijken. Thaton is een prachtig dorpje, dat gelegen is in een vallei. Je kunt daar zeker een nacht of zo doorbrengen en er is genoeg te zien. Wij gingen de berg op om de tempels te zien.
Alles staat goed aangegeven in de verschillende stadia, die nummers hebben. Zo rij je van nummer 1 naar nummer twee enzovoorts. Alles staat prima aangeven en je krijgt prachtige vergezichten voor je ogen getoverd. Thaton is zeker een bezoek waard.
Toen weer de weg terug naar Mae Salong. Mae Salong wordt bewoont door nazaten van soldaten van het leger van van de Kwatong, de tegenstrevers van Mao. Soldaten vluchten toen naar Thailand en men mocht er blijven. Men verbouwd thee op de heuvels en het dorp is een toeristische attractie. Het dorp is gelegen tegen de berghellingen aan en je rijdt via een wat smalle, maar goed berijdbare weg door het dorp, waar je af en toe naar beneden kan kijken naar de huizen die op steile hellingen gebouwd zijn.

Er is een levendige markt, waar je allerlei spulletjes kan kopen en er zijn genoeg winkels waar je thee in allerlei maten en zakjes kan kopen. Mae Salong is een leuke plaats om te bezoeken en een aantal uurtjes door te brengen. Het is volgens mij geen dorp om te overnachten.
Toen weer terug naar Chiang Rai en de volgende dag naar Chiang Mai, via de “Witte Wat”.

Een leuke trip, met Rene als aangenaam gezelschap. Maar dat is hij dan ook elke trip die we maken en trips met Rene zijn altijd de moeite waard.

Met dank aan renethai voor de fotos
http://thailandgek.actieforum.com/

1 opmerking:

ReneThai zei

Het was inderdaad een leuke trip en ik hoop dat er nog vele zullen volgen.