dinsdag 2 december 2008

Het Noorden van Thailand verkennen


Zaterdag 14 Juni 2008/2551 C o l u m n van Kees/Printen
"Het Noorden van Thailand verkennen"

Het Noorden van Thailand is erg mooi, veel natuurschoon en biedt de bezoeker mooie vergezichten, leuke dorpjes, prachtige tempelcomplexen, je kunt hier een leuke tijd doormaken.Ik woon in Ngao. Dat is 84 km ten noorden van Lampang en 53 km ten zuiden van Phayao, langs de snelweg Lampang-Chiang Rai.Lampang is de Poort naar het Noorden. Daar splits de weg naar een snelweg naar Chiang Mai en een snelweg naar Chiang Rai.In deze column zal ik het stuk Lampang-Phayao behandelen en zal van de snelweg afdwalen. De snelweg biedt een snelle verbinding naar Chiang Rai, maar als Thailand-ganger hebben we de tijd , niet waar?Even een paar algemene opmerkingen over het verkennen van het Noorden van Thailand. Je moet over twee vereisten beschikken, nm. Je moet van natuurschoon houden en niet opzien tegen langere ritten. De afstanden zijn hier soms groot en sommige trips kun je niet in een dag doen. Gemiddeld zijn de trips, de dagtrips, zo'n 300 km.Ook moet je niet met een georganiseerde tour gaan. Die zij er genoeg. Vanaf Bangkok, Pattaya en Chiang Mai worden georganiseerde tours aangeboden, die de prachtigste taferelen laten zien. Dit althans volgens de glimmende brochures. Je ziet wel wat, maar vaak ga je tijdens zo'n tour langs winkels en restaurants waar de touroperator de nodige provisie opstrijkt.
Wil je echt wat zien, huur een auto en koop een goede wegenkaart van Thailand met de nummers van de wegen erop. Vrijwel alle wegen in Thailand hebben een nummer en staan goed aangegeven langs de weg. In principe kan je nooit verdwalen in Thailand. Een auto huren kost niet veel en je kan zelf je dagindeling doen. Vind je een bepaalde plaats of streek de moeite waard om er een paar dagen te blijven, dan kan dat. Hotels en guesthouses zijn er genoeg. Ook is een goede reisgids aan te bevelen. Ik gebruik altijd de reisgids over Thailand van “Capitool Reisgidsen”. Er zijn uiteraard andere goede reisgidsen. Autorijden in Thailand is niet moeilijk.
Zeker als je hier in het Noorden rijdt.
Weinig verkeer en wat mijn ervaring is (90.000km rijden in Thailand tot dusver) dat je ontspannen kan rijden.
Wel tref je de vreemdste vervoermiddelen op de snelweg aan. Van roestige fietsen tot ossenkarren toe.
Maar daar wen je vlug aan. Ook het links rijden, daar ben je zo aan gewend.
Het stuur zit immers aan de “goede” kant.Autoverhuur bedrijven zijn er genoeg. Ook de grote autoverhuurbedrijven zoals Hertz, Avis en Budget. Je kan gewoon in Nederland online de auto reserveren en betalen. Ik deed dat een paar keer toen ik nog op vakantie ging. De auto staat mooi klaar op het vliegveld van welke stad ook. Je moet wel een internationale rijbewijs bij de ANWB halen.
Vanaf Lampang lopen twee bergruggen naar Chiang Rai en verder door naar Mae Sai. Dat is ruim 300km verder van Lampang. De bergruggen aan de linker kant (vanaf Lampang gezien) hebben weinig wegen en vormen weer een bergrug die de vallei naar Chiang Mai vormen met een bergrug die tot Burma gaat.De Bergrug rechts van Lampang gaat door tot de Mekong. Die bergrug heeft wat meer wegen. De meesten wegen zijn redelijk tot goed geasfalteerd en mocht je een weg tegenkomen die later ongeasfalteerd is, merk je dat aan een hefboom die aan het begin van de weg staat. In de regentijd is



deze hefboom vaak gesloten want dan is de weg onbegaanbaar geworden.
Dus sla je een weg in met een hefboom, dan weet je dat je later een ongeasfalteerde weg tegemoet kan komen.
Als je een gewone personen wagen rijdt keer dan maar om, want de weg is voor zo'n auto ongeschikt. Een 4-wheele-drive auto is geschikt voor die wegen. Ook deze wegen hebben een nummer en staat vaak op de wegenkaart als doorgaande weg.
De snelweg van Lampang naar Ngao gaat naar 27 km de bergen in en is bochtig. Niet dat er erg steil hellingen zijn of haarspeldbochten, maar de weg blijft kronkelen met vele bochten. Krijg je trek in een kopje koffie, ga dan naar 27 km rechts van de weg bij Umka chalets een kopje koffie drinken. Het is een leuke plek om wat te eten en te drinken.
Je kunt er ook een uitleg krijgen over de ananas teelt. De ananas velden liggen pal naast de chalets.

Want, Lampang ลำปาง is bekend om zijn heerlijk smakende ananassen.
Er staan tientallen kraampjes langs de weg om ze te verkopen. Gemiddeld kosten ze 10 baht per stuk. Het zijn behoorlijke grote exemplaren.
Na 48 km zie u aan uw rechterzijde een zgn. “shrine”. Dat is een bedevaartsplaats voor een soldaat die tijdens de oorlog tegen de Burmese ( honderden jaren geleden) bleef vechten en in zijn eentje de Burmesen zo de schrik op het lijf jaagde dat die op de vlucht gingen. Die soldaat liet trouwens het leven tijden het gevecht, maar de legende wil dat hij bleef vechten al waren zijn zwaarden gebroken en was hij al dood. Elke auto toetert 2x als de auto langs de “shrine” gaat en de inzittende vrouwen


hun handen en brengen een groet aan die soldaat.

De geschiedenis van die soldaat staat trouwens in het engels bij die “shrine”Er staan letterlijk honderden geesteshuisjes bij die “shrine” in alle vormen van ontbinding soms.


Ook is er een marktje waar je alle soorten kruiden kan kopen. Achter dat marktje zouden grotten zijn, maar ik ben er nog niet in geweest.17km voor Ngao is aan de linkerkant het natuurpark May Yom. Het is een park waar veel teak bomen groeien en er wandelpaden zijn. Als je wat conditie hebt, kan je de druipsteen grotten daar bezoeken. Je klimt eerst met een gids ong. 300 treden naar boven en dan kom je een een grote grot die als tempel is ingericht. Daarna ga je door nauwe gangen in mooie druipsteengrot formaties. Er zijn grote zalen, waarin honderden vleermuizen hangen. Die doen niets, dus je hoeft er niet bang voor ze te zijn.
Er is geen restaurant in het park, alleen een hutje waar je koffie en andere dranken kan drinken. Je kunt wat snacks kopen. In tegenstelling tot andere natuurparken in Thailand is dit park gratis. Ook de gids naar de groten is gratis, maar ik geef altijd 100 of 200 baht voor de moeite. Hij moet tenslotte ook de treden beklimmen.Ngao is een wat groot dorp. Het heeft ongeveer 10.000 inwoners en was een centrum van de teakhouthandel. Dat kan je zien aan de woningen in Ngao. Veel woningen zijn van teakhout gebouwd en staan reeds vele jaren. Teakhout verrot niet, is tegen termieten bestand en blijft tientallen jaren goed.In het dorp is een hangbrug, die voetgangers kunnen gebruiken. Volgens de beweringen is de hangbrug door krijgsgevangenen gemaakt in WWII.In Ngai is geen hotel. Wel zijn er enkele guesthouses, maar die zou ik niet aanbevelen voor de westerse bezoeker.

Thomas, een Duitser die met een Thaise getrouwd is heeft op zijn boerderij een tweetal kleine bungalows gebouwd en een zwembad aangelegd.

Het is avontuurlijk verblijven met toch een zekere comfort. Je komt er via een ongeplaveid weg naar zijn boerderij.

Als je avontuurlijk bent aangelegd en veel natuur om je heen wil zien, kun je daar tegen een goedkope prijs overnachten. Zijn vrouw is een meer dan uitstekende kokkin wat Thais eten betreft.
Vanuit Ngao gaan we via de snelweg naar Phayao, 54km verder.
Phayao is een uitstekende stad om al centrum voor vele trips in de bergen te fungeren.
Phayao heeft een goed hotel, het Gateway Hotel.Het heeft de grootste natuurlijk gevormd meer van Thailand en heeft een 3km lange boulevard langs dat meer.
Tientallen restaurants zijn aan de boulevard gelegen en vis en visproducten vormen het leeuwendeel van de menu's van die restaurants. Maar je kunt ook kip en varkensvlees gerechten bestellen.Vooral in de avond is het druk op de boulevard. Het heeft een brede voetgangersweg langs het meer en tientallen mensen gaan daar in het gras zitten, spreiden een deken of mat uit en eten het meegebrachte eten op of halen het eten in een van de restaurants.
Op feestdagen kunnen er concerten of toneelopvoeringen gegeven worden in het park dat aan de boulevard ligt.Op de boulevard is ook het standbeeld van een vroegere koning van het Koninkrijk Phayao. Hij wordt nog zeer vereerd en je ziet nog vele mensen met bloemen en wierookstokjes voor zijn beeld knielen.Toeristen trekt Phayao nauwelijks. Er stoppen alleen een paar bussen die op weg zijn naar Chiang Mai of Lampang. Ze stoppen meestal bij een koffietent die er mooi uitziet, goede koffie schenkt en een kleine supermarkt heeft waar je allerlei leuke zaken kunt kopen. Tot goede wijn aan toe.Aan de overkant van het meer ligt Wat Analayo. Een enorm tempelcomplex, die in feite uit twee gedeeltes bestaat.

Om bij Wat Analayo te komen, rijdt men weer de snelweg op richting Chiang Rai en na ong. 5km buiten Phayao sla je links af.
Wat Analayo wordt goed aangeven via borden. Na 8 km kom je bij de Wat aan. Je komt eerst aan bij de ondergelegen gedeelte van de Wat, waar een kleine markt is met een paar restaurants. Je kun met traptreden naar boven gaan, maar ook met de auto. Boven aangekomen, is er een klein parkeerplaats. Wat Analayo is eeuwen oud en er zijn veel hindoe-invloeden te zien. Het was tot een tiental jaren geleden erg vervallen maar men is bezig om het geheel goed te herstellen en te renoveren.
Het hele complex bestaat uit kleine tempels, grote vergaderzalen, die prachtig versierd zijn en leslokalen.

Wat Analayo is een centrum voor de opleiding van novices en ook Thais komen er een paar dagen mediteren.
Vaak zie je die Thais geheel in het wit gekleed in een van die grote vergaderzalen zitten.
Het is uitgestrekt met veel groen en wandelpaden. Veel soorten beelden van verschillende periodes zie je.
Van heel erg oud tot gloednieuw. Westerse toeristen zie je er nauwelijks.
Het ligt niet op de route en er zijn voor de touroperators weinig mogelijkheden om extra wat bij te verdienen.Om het bovengedeelte te bezoeken moet je met de auto eerst wat dalen en dan met een andere weg veel klimmen. Je komt eerst bij een kleine parkeerplaats bij een mooi aangelegde tuin.
Een betegelde wandelpad gaat naar een Indiase tempel. Het is piramidevormig en uniek in Thailand.
Het is grijsachtig en niet zoals de meeste tempels in Thailand veelkleurig. De ruimte in de tempel is maar klein en weinig versierd, maar de buitenkant van de tempel is vol met reliëfs, honderden van die reliëfs zie je. Achter de tempel staat een heilige boom, de soort boom waar Boeddha onder zat en de neergevallen bladeren worden door de Thais opgeraapt en als relikwie bewaard.Verder is er ook een grote vergaderzaal die mooi versierd is en pas afgebouwd is. Het is er rustig en je kunt heerlijk bij de vijver zitten, midden in de natuur op een berghelling.Je gaat dan verder de bergen in en je gaat naar steil naar beneden en ook steil naar boven.



Aan het einde van de weg staat het huis van de Koning.
In december moet een lid van de Koninklijke familie Wat Analayo bezoeken voor een plechtigheid.
Het huis met de tuin is speciaal ervoor gebouwd.
Van de buitenkant gezien is het een blokkendoos, maar van binnen is het er prachtig. Zitkamers, slaapkamers, toilet e.d. zien er betoverend uit.Op het balkon heb je een schitterend uitzicht op de vallei van Phayao, het meer en de stad. Verder nodig de tuin om het huis heen voor een wandeling. Ik zit er vaak, want er straalt een rust uit en de tuin is prachtig aangelegd.
Op de terugweg, na veel stijgen en dalen, kom je bij de officiele residentie van de Abt van Wat Analyo. Het is aan de buitenkant ook net een blokkendoos, maar ook hier is het van binnen prachtig. Met mooie meubelen, marmeren vloeren, een toilet waar je zelfs in zou willen wonen, kortom een prachtig gelegen huis met sofa's waar je inzakt. De beheerder van het huis zal je graag een rondleiding door het huis geven. Je krijgt nog een glas koel water erbij ook.De huidige abt van Wat Analayo is een zeer vereerde monnik in het Noorden van Thailand. Elk jaar word zijn verjaardag met een groot feest gevierd, waar honderden mensen op af komen. Geschenken voor hem worden op een olifant aan hem bezorgd en een heel leger van militairen en politie is op de been om hem hulde te brengen en alles ordelijk te laten verlopen. Eten en drinken is op die dag gratis. Vandaar dat er zoveel mensen op af komen. Maar zelfs een lid van het Koninklijk Huis komt er voor naar Wat Analayo. Ik denk niet voor het gratis eten, maar om de Abt hulde en verering te brengen.
Ik ben er twee keer op dat feest geweest en heeft kennis met hem gemaakt. Het is een vriendelijke man, met een geweldige persoonlijkheid, spreekt perfect engels en was zeer geintereseerd waarom ik in Thailand woonde. Een uitzonderlijk mens.Even verderop gaat de weg naar boven en kom je op een plateau waar een 32-meter hoge Bhoedhabeeld staat. Ook dit beeld kun je via een trap bereiken, maar dan moet je ook weer een goede conditie beschikken. Er hangen klokken en voor geluk moet je de klokken laten luiden. Er is weinig schaduw en het is er vaak erg heet daar op dat plateau.Als je weer terug keert kun je je dorst lessen bij een van de restaurants op het grote parkeerterrein. Ook de “noodlesoup” kan ik aanbevelen. Die is erg lekker. Het zijn erg vriendelijke mensen die je bedienen en geintereseerd in waar je vandaan komt.

Voor een bezoek aan Wat Analayo moet je zeker een halve dag uit trekken en redelijk goed ter been zijn.
Je loopt heel wat af in die halve dag. Tevens is een auto onontbeerlijk om zowel de onderste- als de bovenste gedeelte van het complex te kunnen bezoeken.
De volgende column gaat over trips in de bergen vanaf Phayao naar de Mekong en de Gouden Driehoek.


Foto album

Je kan in het forum reageren

Posted by Picasa

Geen opmerkingen: