woensdag 3 december 2008

Reizen in Noord Thailand

Woensdag 2 Juli 2008/2551C o l u m n van Kees/Printen
"Reizen in Noord Thailand"


Na een goede nachtrust in het Imperial Golden Triangle Resort, krijgen we het ontbijt in het restaurant, die een wijde blik op de machtige Mekong biedt. Als er reizigers onder ons zijn die graag een gokje wilde wagen, dan waren zij in de ochtend een paar bahtjs armer of in een enkel geval wat bahtjes rijker. Het ontbijt in het hotel is uitgebreid, dus laten we het goed smaken, want er ligt weer een rit van 300km voor de boeg die dag. We werpen een laatste blik op de Mekong, want de rivier komt als grensrivier bij de Gouden Driehoek Thailand binnen en we verlaten dus de Mekong.We nemen de 1290 verder en rijden de 29km naar Mae Sai.Mae Sai is een grensplaats van Thailand met Burma. Het is vooral een handelsstad.
Ik kom er minimaal een keer per jaar om bij Immigration mijn jaarvisum te krijgen.
Eigenlijk is de stad een grote markt. De ene zal het afschuwelijk vinden d ander een waar koop paradijs. Het zijn vrijwel allemaal Chinese producten. Van de meest afgrijselijke kitsch die je maar kan bedenken tot redelijk goede kleding en huishoudelijke apparatuur. Speelgoed vind je in allerlei soorten en maten, wil je wat werpsterren en scherpe klewangs, die vindt je er ook.
Elektronica in alle vormen en prijsklasses. Zijn er onder ons die hun schoonmoeder naar een andere wereld willen helpen, wapens te kust en te keur.Je komt op een brede, drukke straat Mae Sai binnen. Je rijdt in feite rechtstreeks naar de brug die de grens met Burma vormt.

Links van de brug kan je verder rijden en na 100 meter ga je links de mark op met je auto. Na ongeveer 300 meter krijg je een parkeerveld waar je de auto kwijt kan voor 40 baht voor de dag. Je kunt nu op je gemak die licht overdekte markt doorlopen.
Wanneer je naar de brug wilt lopen is er aan het einde van de markt een restaurant aan je linkerkant.
Het ligt aan het grensriviertje. Het restaurant is net langs de brug, maar wat naar beneden.
Je hebt een mooi uitzicht op de brug en een soort Chinese tempel in Burma, wat een supermarkt blijkt te zijn.
Althans dat is mij verteld. Ik ben zelf nog nooit de brug over geweest, Buma in, want ik heb een jaarvisum en dan heb je een “re-entry-permit” nodig om Thailand met behoud van je jaarvisum te verlaten. Die “re-entry-permit” kost 1000 baht en dat heb ik er niet voor over om een uurtje in Tachilek door te brengen. Tachilek is het stadje aan de overkant van de brug. Op de brug zie je een komen en gaan van mensen. Vaak strompelend onder een vracht van plastic tassen voor de goederen die ze in Burma gekocht hebben. Siriporn koopt daar altijd mijn sigaretten als ze Burma ingaat. Vier sloffen voor 1000 baht.Ook is er een kraampje bij dit restaurant en daar staat een man uit India in. We kennen hem wel een beetje, w kochten wel een wat bij hem, en strijk en zet komt hij elke keer naar ons toe met nep-viagra pillen. Johan is vrijwel altijd ook van de partij en we kijken elkaar dan elke keer weer aan en vragen die man uit India of we er zo uit zien dat we die viagra- pillen echt nodig hebben. Hij heeft er nog geen enkel exemplaar van die pillen aan ons kwijt kunnen raken.Eten moet je niet in dat restaurant, want het eten is niet van het beste kwaliteit. Soep gaat nog wel, maar de rest is niet veel soeps.Maar niet getreurd. Om toch wat naar binnen te krijgen kan je terug naar het parkeerterrein, je loop ong. 100 meter verder en daar is “Monkey-Island”, een restaurant annex guesthouse. Harry voert daar de scepter. Maar zal je aanraden geen gebruik te maken van de kamers. Maar het eten is erg goed.Al heb je geen honger, je kunt dar altijd een drankje drinken en je komt het eerste uur daar niet weg.Harry heeft heel wat in zijn leven meegemaakt en kan daarover smakelijk vertellen.Hij heeft in het Franse Vreemdelingenlegioen gezeten, is in de Rotterdamse haven koppelbaas geweest, was in Duitsland hetzelfde. Hij verdiende geld als water en kan smakelijke verhalen vertellen over zijn leven. Hij maak al het eten zelf klaar en het smaakt voortreffelijk. Elk bezoek aan Mae Sai is niet compleet zonder dat je bij Harry een bezoekje brengt.Zo vliegen de ochtend uurtjes voorbij en we moet weer voort, want de volgende bezienswaardigheid staat te wachten.We verlaten Mae Sai, voor sommigen met een zucht van verlichting, voor andere verlangend uitkijken naar de volgende “shopping-tour” daar.Na 17 km verlaten we de snelweg rechts en rijden de weg naar Doi Tung op. Het wordt goed aangegeven er je moet voor een verkeerslicht stoppen. We gaan nu de weg naar Doi Tung op. Een 13km lange weg die kronkelend en soms erg steil naar boven gaat. 2 km onder de top is er een uitkijkpost met een adembenemend vergezicht over de vallei. Je kant tot in Burma kijken

Doi Tung was de zomer-residentie van de moeder van de Koning. Ze heeft daar, uiteraard met behulp van anderen, een “foundation” opgericht die de plaatselijke bergbevolking op een hoger plan moest brengen. Ook was het haar bedoeling dat door deze foundation de bevolking andere gewassen zou kweken dan opium. Want papavervelden waren er in de vroegere tijd volop.Het complex bestaat uit drie delen. Een tentoonstellingsgebouw waar foto's, voorwerpen e.d. tentoongesteld worden, een prachtig tuin en de residentie van de moeder van de Koning.
De tentoonstellingszaal is wel mooi, maar zo zie je er velen.De tuin is prachtig aangelegd, mooie wandelpaden en zitjes vormen dat het in deze tuin aangenaam vertoeven is. De tuin ligt in een vallei en je moet eerst wat trappen af en als je weer naar buiten wil, de nodige trappen op.Midden in de tuin staat een kunstwerk en erom hen zijn er mooie bloem beddingen aangelegd.

Tevens staat er een Zwitserse chalet, die als koffietent fungeert. Je zit daar aangenaam en je kan een groot gedeelte van de tuin overzien. Ook loop je door een laboratorium waar je kunt zien hoe alles gekweekt wordt.De villa van de moeder van de koning bereik je na een wandeling van ong. 500 meter. Je moet wel een lange broek aanhebben en dames mogen niet in een korte broek e.d. er naar toe. Draag je luchtige kleding krijg je een soort boerenbroek en de dames een sarong. Het is ongeveer hetzelfde als je het Koninklijk Paleis in Bangkok bezoekt.
De villa is als een groot Zwitsers chalet gebouwd. De ouders van de Koning en hij zelf ook hebben jaren in Zwitserland gewoond, dus is de stijl van de gebouwen Zwitsers.De vertrekken waarin de moeder van de Koning verbleef zijn onaangeroerd gebleven. Zo zie je de pen, schrift en andere zaken op haar bureau die ze de avond voor haar overlijden gebruikte.Ook in Doi Tung zie je weinig westerse toeristen. Grote bussen kunnen de weg naar boven niet goed op en beneden staan er dan minibusjes gereed die de mensen naar boven rijden. Voor touroperators van westerse toeristen valt hier dan ook weinig te verdienen.Op het complex zelf is een mooie winkel waar je mooie en goede spullen kan kopen. Geen rotzooi. Tevens is er een winkel waar je planten en bloemen kan kopen. Ook is er een mooie koffie tent die tegen de berghelling is aangelegd met een mooi uitzicht. Op het gehele complex is er een rookverbod, behalve bij het restaurant buiten. Dat restaurant nodigt niet ui om er te eten. Het is er kaal en met formica tafeltje bezet. Het steekt echt negatief uit t.o.v. al het moois dat je er ziet. Ik heb er nog nooit gegeten.Er wordt bij Doi Tung ook koffie gekweekt. Je kunt het er ook kopen en de koffie smaakt niet slecht.
Overal in Thailand kun je trouwens Doi Tung koffie kopen. Neem een pak mee naar Nederland om als geschenk aan familie of bekenden te geven. Thaise koffie, dat is nog niet zo bekend in Nederland.Dat er niet veel westerse toeristen daar komen is een feit. Wel dat er veel Thaise mensen Doi Tung bezoeken. Het kan er erg druk zijn.Ik ben met Titiwhat, mijn monnik-vriend een paar keer geweest in gezelschap van enkele andere monniken. Elke keer als ik met Titiwhat er was stonden de auto's reeds een kilometer of zo tegen de berghelling langs de weg geparkeerd. Geen nood, Titwhat belde met zijn mobiel, ik kon naar het politiebureau rijden die tussen de tuin en de villa van de moeder van de Koning lag, een parkeerplaats was voor mij vrij gehouden en we dronken koffie in de kantine van het politiebureau.In gezelschap van een politieofficier gingen wij niet via de ingang de tuin binnen, maar via de uitgaan. Hoefde we ook niet te betalen. De politieofficier week niet van onze zijde, we gingen ook de villa in, kamers die voor het publiek gesloten waren zagen we ook van binnen. Daarna trakteerde die politieofficier ons op koffie met gebak. Het heeft zijn voordelen als je bevriend ben met een monnik.Zo, we hebben de schoonheid van Doi Tung bewonderd en gaan nu op weg, via de snelweg, naar Chiang Rai. Je rijdt een stukje door Chiang Rai. Ik moet bekennen dat ik Chiang Rai niet goed ken. Het is een stad die nu niet uitnodigt om dat te verkennen, alhoewel er volgens de reisgidsen toch wat tempels te zien zijn. Het is meer een industrie-stad werd mij verteld.
Op 12 km van Chiang Rai krijg je aan je rechterkant de “Witte Wat”. Deze tempel is door een kunstenaar ontworpen en is anders dan de normale tempels die je in Thailand ziet. Het is geheel in wit opgetrokken en doordat er duizenden stukjes spiegel in het witte cement geplakt zijn, lijk het net een sneeuw- of ijspaleis.

De tempel is niet groot, het is zelfs klein te noemen en van binnen is het ook maar klein.
Er is een mooie fresco op de muur en het Boeddha-beeld is niet groot. Wat er wel aan de tempel is, zijn de vele uitsteeksels en soort beeldhouwwerken. De vijver buiten is vol met uitgestrekte handen en armen.Sommige zullen de tempel erg kitscherig vinden, anderen zullen het als een prachtig kunstwerk beschouwen. De tempel staat op een complex dat nog steeds bezig is zich uit te breiden. Het geheel is zeker nog niet af. Er is een galerie, waar je kunstwerken van de kunstenaar kan kopen. Je moet er wel van houden. Als je de straat in rijdt is aan de rechterkant wat restaurant en een marktje. Op het complex is ook een marktje en een restaurant. Daar eten we altijd soep als we op weg naar Mae Sai zijn. Het is een vaste halteplaats voor ons geworden. Het gehele complex is rookvrij. Voor de stevige rokers onder ons zijn er wat bankjes geplaatst bij de ingang van het complex bij de parkeerplaats.Het complex wordt steeds meer bezocht door toeristen en ook zie je er nu wat meer westerse toeristen. Vroeger, 2-3 jaar geleden toen het echt nog in opbouw was, waren het alleen Thais die het complex bezochten. Het zal wel binnen enkele jaren een trekpleister voor de westerse toerist worden, want het ligt op de route Chiang Mai-Chiang Rai-Gouden Driehoek.Laat in de middag vertrekken we van de “Witte Wat” en gaan via de snelweg naar Phayao, waar het hotel op ons wacht. Bij Phan, 50 km voor Phayao, zie je aan de rechterkant een tempelcomplex dat bijna gerestaureerd is. Het heeft in plaats van draken, twee enorme beelden bij de trap staan. Een mannelijk en een vrouwelijk beeld. De Thais zijn in het algemeen preuts, maar het vrouwelijk beeld heeft enorme borsten, die ze trots laat zien. Die borsten zijn niet bedekt, dus auto's die voorbij rijden zie je soms plotseling remmen. De tempel staat pal langs de snelweg.Normaal rij ik door naar Ngao, nadat we in Phayao gegeten hebben, maar in Ngao is geen hotel, dus Thailand-gangers kunnen of wel in Ngao bij bevriende kennissen verblijven of het enige goede hotel in Phayao bezoeken.

De volgende week zal er geen column zijn, want dan ben ik een weekje in het “zondige” Pattaya.
Voor het geween en gekners der tanden in grote mate zal toenemen, een troost: Over twee weken is er weer een column. Dan een reisje naar Chae Hom en het natuurpark Chae Son.


Foto album

Je kan in het forum reageren
Posted by Picasa

Geen opmerkingen: