zaterdag 23 oktober 2010

Trip naar Pai en Mae Hong Son

Een paar maanden geleden opperde Rene, een goede vriend van mij, om een trip te maken naar Pai en Mae Hong Son vanuit Chiang Mai. Ik was er zeker voor de porren, wan die trip had ik nog niet gemaakt. In oktober zou Rene op vakantie zijn in Thailand en zouden we die trip maken. Hotels werden geboekt en ik probeerde zoveel mogelijk informatie te verkrijgen over wat ons daar te wachten zou staan.

Ik kwam er vlug achter dat de weg naar Pai en Mae Hong Son bekend was om zijn vele bochten. “De weg met de duizend bochten” werd die weg dan ook genoemd. Op vrijwel alle sites die ik raadpleegde, stond dat indien men last had van wagenziekte, men een pilletje tegen wagenziekte moest innemen, voordat men de rit ging rijden. Ook wordt in motortijdschriften de weg als een van de meest spectaculaire ritten voor een motor aangeduid. Een motortijdschrift noemde de weg dan ook de mooiste weg voor motorrijders in de wereld.

Op vrijdag 15 okober haalde ik Rene op van het vliegveld. We logeerde in het Chiang Mai Gate Hotel. Een goede middenklasse hotel. De zaterdag was eigenlijk een vrije dag en we bezochten het nieuwe huurhuis van mij, gingen naar Ban Tawai om daar wat rond te neuzen.
Ban Tawai is een dorp bij Hang Dong waar je in allerlei kleine en wat grotere winkels Thaise en met name Noordelijke spullen kan kopen. Met name meubels, houtsnijwerk etc. Is er te kust en te keur. Niet goedkoop maar wel van goede kwaliteit. Het is een dorp opgezet voor de toeristen, maar het was er doodstil. Slechts een paar toeristen liepen er rond.
We aten in een restaurant daar in Ban Tawai en gingen toen naar het Airport Plaza, een enorm winkelcentrum bij het vliegveld van Chiang Mai. Daar kocht Rene een leesbril, die voor hem aangemeten was. De avond brachten we gezellig door in een barretje in bij de “Night Bazar” in Chiang Mai.

De volgende dag gingen we op weg naar Pai. Vanuit Chiang Mai neem je eerst de weg 107 richting Fang. Na ong. 38 km sla je links af op de weg 1095, de beroemde “weg met de duizend bochten”. De weg is echt bochtig. Nergens is de weg meer dan 100 meter recht. Soms zijn de bochen wat flauw, maar er zijn ook haarspelbochten die steil omhoog gaan. Zowel voor de chauffeur als de passagier is het heerlijk rijden. Met een gangetje van 30-40 km per uur kan je genieten van de mooie natuur en van de vergezichten. Harder dan 30-40 km per uur kan je niet rijden want de bochten komen snel achter elkaar.

Als koffieleut wil ik dan wel stoppen voor een kop koffie. Langs de weg zijn er diverse koffietentjes en wij stopte dan ook bij een van die koffietentjes, Pankled Coffee, genaamd. Midden in de natuur en een mooi vergezicht op de bergen.
De koffietent, Pankled Coffee

Rene, eenzaam maar niet alleen.
Onderweg kwamen wij wegwijzers tegen van drie grotten, waarvan een de naam “Coffin Cave” had. We moesten een zijweg inslaan en dan na 6 km zouden de grotten zijn. Wij die zes kilometer rijden op een wat nauwe asphaltweg, die af en toe steil was. Na 6 km, geen bord die naar de grotten wees, wel een klein dorpje waar de weg een “dirtroad” werd. Nergens een bord te vinden waar die grotten dan wel zouden zijn. Dus dan maar weer omkeren en terug naar de 1095 rijden. De grote verdwijntruc van de drie grotten. Geen wonder dat een van de grotten de naam had van “Coffin Cave”, “Doodskist Grot”.

We kwamen ook een bord tegen waarop vermeld stond dat er een hotspring was, een heuse geyser met de naam, Pongduet Hotspring. Deze geyser was niet al te ver van de weg en wij gingen er naartoe. Het is wel een eindje lopen van de parkeerplaats, maar dan krijg je wel wat te zien. Een paar warmwaterbronnen, die borrelen als de beste. Op gezette tijden spuit de warmwaterbronnen de lucht in. Dat hebben we niet gezien, maar het was een fantastisch gezicht daar in de rimboe om die bronnen met veel stoom te zien.
Veel stoom bij de bronnen
Je moest wel een eind lopen om bij die bronnen te komen.


Tegen half vier kwamen wij aan bij het resort, Pai Hotsprings Spa Resort. Dat resort ligt op ongeveer 12 km van Pai af en werd goed aangegeven door middel van borden. Het resort had onze reservering nog niet doorgekregen en na enig telefoneren van de receptie kregen wij een upgrade. We kregen ieder een bungaow met uitgebouwde bad. Daar kan je vrijwel in liggen met het hete water van de warmwaterbronnen. Het is een uitgestrekt resort aan een rivier. Heel mooi gelegen.
Het Resort.


In de avond gingen we naar Pai. Een aardig dorp met wat nauwe straten. In die nauwe straten zijn stalletjes, kortom er is een markt, zoals je veel in Thailand ziet. Wel gezellig en met wat restaurantjes en barretjes. Het was er gezellig druk, met wat “bekpekkers” en veel Thais.
De volgende ochtend gingen we op weg naar Mae Hong Son. Vlakbij het resort ligt de ”Memorial Bridge”. Een moderne brug ligt er vlak naast waarover de weg gaat. De Brug is in de oorlog gebouwd en is een spoorbrug, maar de spoorstaven zijn er niet meer. Je kunt over de brug wandelen over houten planken, maar hier en daar zie je wat gaten in de planken, dus voorzichtigheid is geboden.
De “Memorial Bridge”
De weg naar Mae Hong Son is ook bochtig en met wat steile stukken. Er is een “view point” in aanbouw. Prachtige vergezichten, maar het was er koud op die top van die berg. In korte broek en polo-shirt liepen we bibberend rond.
Vergezicht vanaf de “view point”

12 kilometer voor Mae Hong Son gingen we naar de “Fish Cave”. Daar zouden vissen in de grot zwemmen. Het is een Nationaal Park, “Tampla Namtok Phasua National Park”, genaamd. De toegangsprijs voor “farangs” is 100 baht. Je loopt een paar honderd meter naar die grot langs vijvers waar mooie vissen in zwemmen. Je kunt uiteraard voer voor die vissen kopen en die zijn zo getraind, dat als je op een bruggetje staat, die vissen al aan komen zwemmen voordat je wat voer in het water strooit.

De grot is niet al te groot met wat beelden. Maar in de spleten in de grot zie je mooie blauwe vissen zwemmen. Wel oppassen dat je niet in de spleten valt, want het kan glad zijn. Het park is gelegen in mooie natuur en het is een plezierige wandeling rond de vijvers en rivieren.
De vissen hebben belangstelling voor Rene.


Beelden in de grot



Vissen in de spleet bij de grot.


Mooie omgeving van het natuurpark


We kwamen rond vier uur in Mae Hong Son aan. We moesten even zoeken naar het hotel waar we zouden logeren. Maar naar enig zoeken vonden we het. Plattegronden zijn niet erg betrouwbaar. We logeerden in het “Maehongson Mountain Hotel”. Vanuit het hotel was er weinig “mountain” te zien, maar de kamers waren prima en het hotel had een mooie tuin
In de avond gingen we de stad in. Mae Hong Son maakte een uitgestorven indruk. Weinig mensen op straat en heel weinig toeristen. Dit terwijl er in Thailand schoolvakantie was. We dronken een drankje in een bar en aten in een prima Thais restaurant., maar verder was er weinig te beleven in Mae Hong Son.

De volgende dag ging ik bij een reisbureautje informeren wat er zoals te zien valt rondom Mae Hong Son en waar ik met mijn trouwe Honda kon komen. De vriendelijke man van het reisbureau beveelde mij een paar plaatsen aan met een weg die prima de berijden was.
We gingen op weg naar de “Phasua Waterval”, niet ver van die “Fish Cave”. We moesten een weg inslaan, die goed te berijden was en we gingen door dorpjes, wat steile hellingen en kwamen bij de waterval terecht. Je hoefde niet ver te lopen om die waterval te kunnen bekijken. Ook hier was de waterval in de rimboe. Wat trappen op en af, lianen wegduwen en je was bij de waterval.


De “Phasua Waterfall”

Een twintigtal kilometer verder bezochen wij het dorpje “Ban Rak Thai”, wat betekend “Dorp houdt van Thai” Het is een dorp gelegen aan een meertje en er wordt thee verbouwd. Er zijn hutjes waar je kan overnachten en overal zijn winkeltjes waar je thee en andere spulletjes kan kopen. Je kunt er overal thee proeven. De geschiedenis van dit dorpje is dan ook merkwaardig. In 1949 vluchten de soldaten van Tjang Kai Tjek Burma in. De communisten in China hadden het leger van Tjang Kai Tjek verslagen en die vluchte naar Formosa, het huidige Taiwan.

De soldaten die Burma invluchten moesten daar weer weg en kwamen terecht in Thailand, in dit dorpje. Ze zetten theeplantages op met behulp van donaties van de Koning en alras was het een toeristische pleisterplaats. Uit dankbaarheid naar de Koning noemde men het dorpje “Ban Rak Thai”. Men spreekt er nog een soort Chinees, want ik kocht wat thee voor Dweil, maar het vrouwtje dat ons bediende, sprak geen woord Thais en sprak alleen een soort dialect, waar wij niks van verstonden. Ook hier waren er weinig toeristen. Volgens mij zijn de hutjes waar je kan overnachten nogal primitief. Maar er zijn wat restaurants waar je kunt eten. Een leuk dorp om te bezoeken, zeker vanweg de geschiedenis die er achter zit.
Als je het dorp inrijdt.


Ban Rak Thai


Hutjes waar je kan overnachten.


Daarna reden we naar Mae Hon Son terug en gingen wat drinken en eten bij het meertje dat midden in Mae Hong Son ligt. Verfrist gingen we de berg op waar “Wat Phrathat Doi Kong Mu” ligt. De tempel bestaat uit twee grote pagodes en ligt een kilometer van Mae Hong Song af. Het is een steile weg naar die pagodes en boven gekomen heb je een prachtig uitzicht over Mae Hong Son
Er zijn winkeltjes en er waren wat bezoekers bij die pagodes. De moeite waard om te bezoeken als je in Mae Hong Son bent.
Bij de pagodes. Er zijn 1464 bochten tussen Chiang Mai en Mae Hong Son, via Pai. Ik heb ze niet geteld.


Een van de pagodes



De andere pagode



Het vliegveld van Mae Hong Son, gezien vanaf de berg.


Gedeelte van Mae Hong Son, gezien vanaf de berg.

In de avond zijn we naar een markt in Mae Hong Son geweest.
Het was er gezellig, maar met niet al te veel mensen. Zodra je de mark verlaten had, was er bijna geen mens op straat te bekennen.
Wij zouden eerst de “short loop” terug naar Chiang Mai nemen, maar bij nader inzien deden we dat maar niet, want de korte route was alleen geschikt voor 4-wielaandrijving. Mijn trouwe Honda kan veel, maar niet op een weg rijden die alleen geschikt is voor 4-wielaandrijving.

Dus namen we de 108 van Mae Hong Son naar Chiang Mai. Een wat drukke weg. Onderweg kwamen regelmatig kleine wegverspoelingen tegen, die goed waren afgezet. Tevens ook de nodige gaten in de weg. Soms was de weg prima, om daarna weer op een groot stuk weg te rijden, waarop mijn trouwe Honda een hekel heeft. We gingen tegen acht uur weg uit Mae Hong Son en waren half vier terug in het Chiang Mai Gate Hotel. Net voordat de regen neerviel.
Het waren vier prachtige dagen waar wij veel hebben gezien en hebben genoten van de natuur, de bochtige weg, watervallen en een visgrot.
Een aanrader voor iedereen die het uiterste Noorden van Thailand wil gaan verkennen.

http://thailandgek.clubs.nl/

woensdag 22 september 2010

Verhuizen in Thailand (1)

Je woont al meer als vijf jaar in Thailand in een mooi huis. Maar wel erg ver van stedelijke gebieden. Niet dat ik een uitgaand type ben, maar voor speciale zaken moet je toch een eind rijden. Naar Lampang, een grote stad, 84 km en naar Phayao, een provinciestadje, 54 km.

Bovendien is de gezondheidsvoorziening in Ngao niet optimaal te noemen. Er is een klein ziekenhuisje voor noodhulp, bevallingen enz. Wil je een goede medische behandeling, dan moet je naar Phyao of Lampang. Daar zijn zowel particulieren ziekenhuizen als staatsziekenhuizen. Beiden zijn niet duur voor poliklinische behandelingen en voor ziekenhuisopname ben ik verzekerd. Maar ja, die ziekenhuizen zijn wel op een behoorlijke afstand van Ngao en ambulance verkeer is er wel, maar staat in principe in de kinderschoenen. De ambulances zijn omgebouwde busjes.

Eind dit jaar verloopt mijn huidige huurcontract. Ik kan dat huurcontract natuurlijk weer verlengen. Dat is geen probleem. Maar toen ik heel wat keren op en neer naar Lampang moest rijden voor mijn PC, Ngao heeft geen computershop, ging ik denken aan verhuizen. Ik bleef daar een paar maanden mee rondlopen met het gevoel van zal ik nu wel of niet verhuizen. Ik woon met plezier in Ngao en ook het huis bevalt me prima.

Dus die beslissing om het huurcontract wel of niet te verlengen was moeilijk. Ik wilde weer voor vijf jaar dat huurcontract verlengen en niet voor een of twee jaar. Ik besloot een goede kennis en een goede vriend van mij in Chiang Mai om advies en om rond te kijken of daar in Chiang Mai wat woningen naar mijn zin te huur zou zijn.

Als ik zou verhuizen zou dat in de omgeving van Chiang Mai zijn. Een mooie stad met een mooie omgeving. In mei kreeg ik een telefoontje dat er een mooi huis in Hang Dong beschikbaar was. Ik wilde namelijk niet in de stad Chiang Mai wonen, maar wel dichtbij de stad en Hang Dong is 12km van Chiang Mai.


Ik ging kijken en was meteen verkocht. Het was een mooi nieuw huis, kleiner als wat ik nu had. Veel vrije grond erom hen met een prachtig uitzicht op Doi Sukhet. Het was gemeubileerd, maar ik zou toch mijn eigen meubels meenemen.
De eigenaren waren een Zwitserse man met zijn Thais echtgenote. Het waren aardige mensen en binnen een dag was alles beklonken. Ik kon het huis huren voor 7000 baht per maand. Niet veel, gezien de omgeving. Het huis ligt tegen een grote ”estate” aan, met vlakbij een zwembad en restaurant. Ook zijn er veel winkels in de nabije omgeving. Dus ideaal voor mij.

De beslissing om te verhuizen was dus genomen en de planning begon dus. Het was nog meer als 6 maanden voordat ik het huis kon betrekken, maar ik maakte toch al een ruwe planning hoe alles zou verlopen.


Ik wilde niet graag Dweil als huishoudster kwijtraken. Ze is eigenlijk een lid van de familie en ik vertrouw haar voor 100%. Maar ja, Chiang Mai lig verder van Phayao, haar woonplaats, dan Ngao.
Het was niet te doen om elke dag met de bus van Phayao naar Chiang Mai te rijden. Die busrit duurt 3 uur. Ik besloot haar te vragen of zij 3 dagen per week bij mij wilde werken met twee nachten slapen in Hang Dong of Chiang Mai. Ze had geen familie in een van beide steden, dus daar kon ze niet terecht. Ze wilde wel bij mij werken en ook de drie dagen was geen probleem. Ik zou verder kijken of er een goede slaapplaats voor haar was in de omgeving.

Frans, een goede kennis van mij die in Hang Dong woont, heeft al een paar jaar een soort studio gehuurd. Die studio is eigenlijke een grote kamer met douche en toilet. Het is vlakbij waar ik ga wonen. Ik kon die studio overnemen en we zijn dan ook met Dweil wezen kijken. Ze vond de studio perfect en zo was dat probleem ook opgelost.
De verhuizing van alle spullen is gepland in december. Dus nog bijna drie maanden voordat ik mij definitief vestig in Hang Dong.










De volgende column gaat over verandering van adres en wat dat betekend in Thailand.

woensdag 7 april 2010

Vakantie met familie in Thailand

Vakantie met familie in Thailand

Een van de voordelen van wonen in Thailand is dat familie hier op vakantie komt. Normaal zouden ze waarschijnlijk dichter bij huis vakantie vieren, maar omdat je in “land of smiles” woont, de stranden mooi zijn, het weer warm is, de zee helderblauw en de natuur mooi is om te zien.
Voor mij ook een meevaller, want ik zie weer familie, ik hoef niet naar Nederland om ze te bezoeken en ik kan ze de mooie plekjes van Thailand zien. En ik kom dan ook op plaatsen waar ik normaal niet zo makkelijk naar toe zou gaan.
Dit jaar kwam mijn broer, schoonzus voor de derde maal naar Thailand. Dit in drie-en-een half jaar. Zij namen een goede vriend van mijn broer mee, een collega, Ismaël.
Eerst deden ze Bangkok voor twee nachten aan. Om wat bij te komen van de reis en om de “jet-lag” op te vangen. En omdat ze toch met vakantie waren, logeerde ze in het Shangri-La hotel in Bangkok. Nu niet een van de goedkopere guesthouses die Bangkok rijk is, maar over dat hotel later meer.


De rustdag werd besteed om de “drijvende markt”, even buiten Bangkok te bezoeken. Ze waren er nog nooit geweest en vonden het wel mooi. Ismaël vond het woord “mooi” wel leuk in het Thais. De gids vertelde hem dat het wel een andere betekenis in het Thais was. “Schaamhaar” wel te verstaan. Dus dat woord werd dus veelvuldig gebruikt tijden de vakantie.




Op 27 februari kwamen ze naar het Noorden. Johan en ik haalde ze op in Chiang Mai voor een weekje Ngao, dat vonden ze weer prettig. Jammer dat het erg droog was en dat de natuur daar onder te lijden had. Maar men was eerder in februari in Thailand geweest. Men wist dat het niet zo groen was als in of na de regentijd.
In die week werden er trips naar Chae Son Nationale Park, Wat Analayo en een dagje bergvolken gedaan.
Ze waren al twee keer eerder naar Chao Son gegaan, maar Ismaël was er nog nooit geweest. Bovendien is de kip, varkensvlees en “sticky rice” daar het beste van Thailand. Alleen al om het eten is een bezoek aan Chae Son de moeite waard. Er is een grote waterval die in etappes naar beneden komt en de je met een trap langs de waterval naar boven kan klimmen.
Ook zijn er warmwaterbronnen waar je eieren in kan koken, er zijn badhuisjes waar in je in dat zwavelhoudend water kan baden, je kunt er gemasseerd worden. Hele Thaise families komen er en de kinderen, maar ook volwassen vinden het heerlijk om in de poelen van het riviertje te zwemmen.


Ze waren nog nooit naar Wat Analayo geweest. We bezochten zowel het onderste als het bovenste gedeelte van wat Analayo. Jammer genoeg was Titiwhat er niet en was de man met de sleutel van het Koningshuis niet aanwezig. Het is veel lopen en je rijdt met je auto bergje op en bergje af. Je kunt vanaf de bergen Phayao en het meer in de diepte zien liggen als het helder weer is. Maar deze tijd is het altijd heiig, omdat er veel velden in de fik gestoken wordt. Veel van Phayao zag men dus niet.

Op ongeveer 28km van Ngao zijn wat bergolken en is er een tempel in een grot. Ook is er een waterval. Ik was er nog nooit geweest en met Pim zijn we een dag er naar toe gegaan. Pim in zijn 4WSuzuki en ik met mijn trouwe Honda. De weg is grotendeels “gravel” maar goed berijdbaar. Aldus Pim. Helaas was men op een gedeelte van de weg bezig en had men hopen nieuwe aarde op de rand van de weg gelegd om zodoende een nieuw wegdek te maken. Mij trouwe Hionda had het er maar zwaar mee. Als ik het woord “bergvolk” laat vallen, staat mijn trouwe Honda nu nog te trillen op zijn banden.
Maar de omgeving is daar mooi. De tempel in de grot mag er wezen en je kunt goed vertoeven bij de waterval. Het was een leuk dagje uit.


Op 6 maart gingen we voor twee dagen naar Chiang Mai. Voor Ismaël en mijn schoonzus een unieke gelegenheid om de “night market” te bezoeken. Ik had ook voor de 7de maart een fietstocht besproken.
De 7de maart was een warme dag. Behoorlijk warm zelfs en wij werden bij het hotel opgehaald en naar de plaats gebracht waar de fietsen stonden. Dat lag op ong. 15 km buiten Chaing Mai. De fietsten weren afgesteld en onder leiding van een gids en een monteur gingen we op weg. Er waren ook wat andere Nederlanders bij die deze fietstocht wel wilde meemaken.

De fietstocht ging door dorpjes, rijstvelden en mooi natuur. Tevens werd er regelmatig gestopt om een bezienswaardigheid te bekijken. De gids vroeg of wij de dam wilde bekijken, maar dat vergde wel een klim. Die uitdaging wilde we wel aan en we begonnen aan een lichte klim. Als volleerd klimmer kwam ik vrijwel als eerste boven, maar die klim, dat was eigenlijk maar een voorgerecht van de eigenlijke klim. Ik begon welgemoed aan die laatste klim, maar zag dat vrijwel iedereen mij voorbij ging. Daarna moest ik wel afstappen en ging lopend naar boven. Ik leek wel een derde-rangs wielrenner die tijden de Ronde van Vlaanderen lopend de Muur van Geraardsbergen opging. Iedereen moest wel bijkomen bij de damwal.
Het is een prachtig mooi natuurgebied daar, maar het was erg droog.



Naar beneden gaan was een makkie.
We gingen eten en daar kregen de meeste weer energie vandaan.

We gingen weer door dorpjes en rijstvelden en kwamen uiteindelijk weer terug bij de verzamelplaats. Ik kan iedereen die Chiang Mai bezoekt deze fietstocht aan bevelen. Je ziet een heleboel, het is erg leuk en de gids was prima.


De 8ste maart gingen we van Chiang Mai naar Ko Samui. Met Bangkok Airways. Een directe vlucht. Het vliegveld van Ko Samui is eigendom van Bangkok Airways en is een open vliegveld. Dat wil zeggen dat de gebouwen open zijn. Heel erg mooi aangelegd. Ik zag zelden zo'n mooi vliegveld.


We logeerde in Baan Chaeweng Beach Resort. Het was vlakbij het vliegveld en af en toe kwam er een vliegtuig op 100 meter hoogte over het resort vliegen. Vaak met brullende motoren, want ze stegen op. Het is een mooi resort, met een zwembad vlakbij het strand en midden in het drukke centrum van Chaeweng. Het is er toeristisch met alle soorten winkels en restaurants die in een toeristische centrum voorhanden is.

Ik ben niet zo'n zwembad- en strandmens, dus ging ik op zoek naar wat bezienswaardigheden. Niet ver van het vliegveld is “Big Bhuddha”. Het is een mooi klein complex aan de zee met een grote Boeddha, wat winkels en een apart restaurant. Die ziet er uit als een winkel waar men antiek verkoopt, maar je zit aan een van de ramen en kijk uit over een prachtige baai. En het eten is er nog lekker ook. De taxi's zijn voor Thaise begrippen duur. Ik betaalde 200 baht voor een ritje van nog geen kwartier. Ong. 12 km.



Ook bezocht ik een tempelcomplex, dat wat verder gelegen was. Het is er mooi, maar er waren weinig mensen . Het ligt aan en in een meertje, maar er is verder weinig te zien. Geen restaurants of iets dergelijks en om vervoer terug te krijgen is een probleem. Er rijden daar maar weinig taxi's rond. Je kunt wel via het hotel via een excursie daar naar toe gaan.


In Ko Samui kregen we een tropische regenbui over ons heen. Niet dat we nat werden, maar het kwam met bakken uit de hemel neer. Tevens was de zee erg ruw en er spoelde van alles aan op het strand. Het was ook hoog water. We noemde het een “mini-tsunami”. Het strand werd wel de volgende dag goed schoongemaakt.



Na 5 nachten Ko Samui gingen we op weg naar Krabi en via Krabi naar Ko Lanta.
We hadden van tevoren een reservering gemaakt dat men ons op het vliegveld van Krabi zou ophalen en dan met een speedboot naar Ko Lanta en het resort zou brengen. Maar wie er op het vliegveld stond, geen welkomscommissie. Het bedrijfje gebeld en naar wat vijven en zessen, kwam er een dame aan die een chauffeur regelde met een busje. Die goede man wist echt niet waar de jetty was waar die speedboot zou liggen. Na een tijdje op de snelweg te hebben gereden, sloeg hij af op een wat rommelige weg. Hij bleef telefoneren waar nou die speedboot lag.
De weg werd steeds smaller en we reden door dorpjes, waarvan de tijd had stil gestaan. We kwamen bij een kleine pier waar een speedboot lag, maar dat was de verkeerde.
Toen reden we op een soort karrenspoor. Elk moment dacht je dat struikrovers uit de bossen tevoorschijn zouden komen om ons hetzij in mootjes te hakken hetzij een flinke losgeld aan dierbaren van ons te eisen.


Uiteindelijk kwamen we bij een soort bamboe piertje en daar lagen twee speedboten.
In een soort brede kreek. Echt in de “middle of nowhere”. Wij die speedboot in en die ging in volle vaart naar Ko Lanta. Een ritje van 20 minuten. Bij Ko Lanta waren ook van die bamboe pieren, maar wat groter. Het was laag water en de pier torende hoog boven de speedboot uit. Atletisch klommen we op die pier, met behulp van vele handen. Een trapezewerker zou jaloers geweest zijn als hij zag hoe wij die pier opgingen.


Uiteindelijk kwamen we bij het resort aan. Dat lag 6 kilometer van het dorpje af.
Het resort was het Casuarina Beach Resort. Een mooi resort met mooie bungalows.
Ook hier was het zwembad vlakbij het mooie strand.

Ko Lanta was eigen wel een teleurstelling. Niet het resort, niet het strand, maar je was redelijk verlaten daar. De dichtstbijzijnde winkel was 1.5km van het resort en het dorpje, Saladan, was 6km van het resort. Tevens was het resort een soort rusthuis van oudere mensen. Om tien uur was alles donker en iedereen was naar bed.

Mijn broer en Ismaël hebben een dag gedoken en dat was wel heel erg leuk. Ze zagen veel onder water daar. Ik wilde gaan vissen, maar men vroeg voor een halve dag vissen 3500 baht en dat had ik er niet voor over.

In het dorpje was wel een goed restaurant en we zijn ook naar een echt Thaise markt geweest met een soort kermis. We hadden onze “eigen” taxi chauffeur en het was leuk om met hem die markt op te gaan.

De laatste dag op Ko Lanta zijn we met een speedboot naar Ko Phi Phi gegaan. Het is een uurtje varen. We kwamen langs “The Beach”, waar het stervend druk was, we konden snorkelen en aten op een strand dat redelijk vervuild was. Dat was jammer, want de omgeving is erg mooi, maar op het strand lieten bezoekers in het verleden alle rotzooi achter. Terwijl de zee en de eilanden om Ko Phi Phi erg mooi zijn. We haalde oude herinneringen op toen we op Ko Phi Phi het resort bezochten waar we 17 maanden eerder een week vertoefde. Voor een “doe-vakantie” is Ko Phi Phi beter geschikt dan Ko Lanta. Wil je rust en een landelijke omgeving is Ko Lanta beter geschikt.


De terugreis van Ko Phi Phi naar Ko Lanta zal ons nog lang blijven heugen. In de middag was de zee wat ruwer geworden en de speedboot moest tegen de wind in naar Ko Lanta varen. De golven werden wat hoger en de boot klapte behoorlijk tegen die golven aan. Mijn broer en Ismaël zaten bij de punt van de boot en Imael werd op gegeven moment van de bank op de vloer van de boot gesmeten. Hij liep daar wat letsel op aan zijn rug, maar binnen een paar dagen was dat gelukkig voorbij. De terugreis duurde twee uur en het was de hele tijd heen en weer geslinger van die speedboot die tegen de golven in moest varen. De stuurman van de boot verdiend een complimentje, want hij stuurde met gas geven en gas verminderen met veel vakmanschap de boot tegen de golven in.


Van Krabi vlogen we naar Bangkok waar een busje ons naar Cha-Am zou brengen. De tocht naar het vliegveld van Krabi was nu veel beter.. Het hotelbusje bracht ons daar naar toe en we konden in het busje blijven zitten. We staken het water twee keer over in car-ferry's. Binnen twee uur waren we op het vliegveld. In Bangkok stond het busje gereed en in twee uur tijd waren we in het hotel in Cha-Am. Het Methavalai Hotel.
Een mooi hotel met grote kamers en gelegen aan de boulevard. Het hotel heeft een mooi zwembad en ook een speciaal zwembad voor kinderen.

Cha-Am is de badplaats voor de Thais. In het weekend is het er vrij druk, maar op weekdagen is het er rustig. De buitenlandse toeristen die er zijn zijn meestal wat ouderen die rust zoeken. Het strand van Cha-Am is meer dan 4km lang en wordt als het mooiste strand van Thailand beschouwd. Wel is het zo dat er vele parasols op het strand staan, want de Thais zitten niet in de zon, nog geen minuut. Ook gaan ze vaak geheel gekleed de zee in.



Hua Hin, de zomerresidentie van de Koning is veel drukker dan Cha-Am. Er zijn dan ook vele westerse toeristen daar en het stadje heeft zich daar helemaal op gericht. Bars, restaurants en markjes zie je overal. Het strand heeft geen boulevard en is slechts bereikbaar via een paar ingangen. Wat dure hotels hebben een privé-strand.



Ik huurde een auto voor twee dagen en we zijn dan ook in die twee dagen tegen de avond naar Hua Hin gegaan. Het is er zeker leuk toeven daar. Veel drukte, veel toeristen en gezellig. Wil je wat rust is Cha-Am de juiste plaats, wil je graag wat drukte om je heen en wil je in de avond uitgaan is Hua Hin de plek. Wat je vrijwel niet ziet in Hua Hin zijn de go-go bars. Misschien zijn ze er wel, maar ik heb ze niet gezien.

Aan alles komt een einde. Dus ook aan de vakantie. Op 23 maart stond het busje voor het hotel klaar om ons naar Bangkok te brengen. Vroeg in de ochtend van de 24ste zouden ze terugvliegen naar Nederland.
Ik had een kamer in een hotel in Bangkok besproken, opdat ze nog konden douchen en een afscheidsdiner konden meemaken.

Ik had in een vlaag van waanzin een kamer in het Shangri-La Hotel geboekt en tevens mijn broer, schoonzus en Ismaël uitgenodigd voor een diner-buffet daar aan de waterkant van de rivier.
Nou moet ik zeggen dat het Shangr-La Hotel een mooi hotel is.
De kamers zijn van alle gemakken voorzien, het zwembad ziet er mooi uit en de ambiance is gewoon schitterend.


De vakantiegangers wilde met een boot naar de Khao San Road gaan. Mijn schoonzus wilde daar een klein tattoo zetten.
Dat deed ze verleden keer ook en men vond de Khao San Road erg leuk.
Eerst nog even een kop koffie gedronken op het terras van het hotel. Vier koppen koffie, dat was 680 baht.
We kregen er wel een koekje bij.




De tattoo was mooi en in de avond zaten we van het mooie uitzicht te genieten van al die lichtjes op de rivier, de voorbij gaande boten en het buffet was prima. Je kon van allerlei soorten vlees, groenten, vis, schelpdieren, garnalen e.d. eten. Van de hoogste kwaliteit. Ik at heel wat gerookte zalm op. Er zijn 29 verschillende soorten toetjes en ik probeerde er 7 stuks van. Er is ook een chocoladefontein, kortom het diner-buffet is een heerlijk, doch dure aangelegenheid. Je moet het niet elke week doen, maar als je in Bangkok met een paar mensen bent, neem het diner-buffet bij het Shangri-La Hotel. Ik was voor ons vieren, incl. de drank, ruim 8000 baht kwijt. Maar dan heb je ook wat. De kamer van het Shangri-La hotel was 7500 baht, voor een nacht, zonder ontbijt. Die kost 800 baht. Ik nam wel later een broodje op het vliegveld.



Tegen middernacht werd broer, schoonzus en Ismaël opgehaald en na afscheid te hebben genomen, gingen ze naar het vliegveld voor de terugvlucht naar Nederland. Ik bleef die nacht in het hotel en vloog de volgende ochtend terug naar Chiang Mai, waar Johan me opwachte en tegen vijf uur was ik weer in Ngao.

Ik vond het wel een prettige vakantie. Broer, schoonzus en Ismaël genoten van die vakantie.
Veel zon, veel zee, en veel zwembad plus nog wat strand.
Ik kon mijn boeken lezen, wat op stap gaan naar bezienswaardigheden en genieten van het gezelschap van broer, schoonzus en Ismaël. Familie trek toch altijd.

zondag 31 januari 2010

Vluchtelingen in Thailand


“Gaza, Zuid-Afrika en Thailand horen tot de ergste plaatsen ter wereld om vluchteling te zijn”. Aldus het jaarlijkse World Refugee Survey van het Amerikaans Comite voor Vluchtelingen en Immigranten (USCRI), gedateerd 19 juni 2009.

Toen ik informatie ging inwinnen over vluchtelingen in Thailand kwam ik dit rapport tegen. Daar schrok ik eigenlijk wel van. Ik ging dus wat dieper spitten in de materie om na te gaan of deze bewering wel juist was en in welke mate dit dan wel juist was.

Maar laten we eerst bepalen Wat is een vluchteling? Er zijn verschillende soorten vluchtelingen, economisch vluchtelingen, verdreven vluchtelingen, politieke vluchtelingen. Voor alle duidelijkheid, in deze column behandel ik de verdreven vluchtelingen. D.w.z. mensen die gevlucht zijn voor het geweld dat in hun regio van het thuisland woedt of heeft gewoedt en niet kunnen terugkeren door welke omstandigheden ook. Deze vluchtelingen worden dan ook door de Vluchtelingen Organisatie van de Verenigde naties erkend. Over deze vluchtelingen gaat het in deze column.



Thailand ken of kende vluchtelingen uit drie landen. Birma, Laos en Cambodja. De vluchtelingen uit Cambodja waren op de vlucht tijden het Rode Khmer regime en zijn nu vrijwel allemaal terug in Cambodja. Deze groep laten we dus buiten beschouwing.


Vanuit Laos kwamen de Hmong, een volksgroep uit Laos die de Amerikanen steunde tijdens de Vietnam-oorlog. Toen in Laos een communistische staat werd, ontvluchten vele Hmong het land om aan de jacht door de communisten op hen te ontkomen. Velen zijn naar andere landen gerepatrieerd, met name naar de VS, maar een aantal zijn in vluchtelingenkampen in Thailand blijven steken. Een aantal van hen zijn een paar weken geleden door Thailand naar Laos teruggestuurd, ondanks protesten van de diverse hulp-organisaties. Men is bang dat, ondanks toezeggingen van de regering van Laos, de teruggekeerde Hmong vervolgd zullen worden. In deze column zal met name de vluchtelingen uit Birma behandeld worden, want dat is nog een uitzichtloze situatie vanwege het regime in Birma.


Thailand heeft het Verdrag t.o.v. de vluchtelingen van de Verenigde Naties niet ondertekend. Thailand heeft dus geen enkele verplichting t.o.v. de vluchtelingen die Thailand binnenkomen. Althans juridisch niet. De vluchtelingenorganisatie van de Verenigde Naties (UNHRC) heeft de toezicht op de vluchtelingen die in Thailand een goed heenkomen zochten en nog steeds zoeken.


De grootste groep vluchtelingen zijn de Karen. Deze groep heeft in Birma een eigen staat uitgeroepen en heeft een leger Karen National Union (Karen Nationale Unie, KNU). Maar ook de Karen hebben weer afsplitsingen binnen hun eigen organisatie en het Birmaanse leger vecht al decennia lang tegen de opstandelingen.


Vele Karen vluchten voor het geweld naar Thailand en ziten in opvangstkampen die langs de grens van Birma zijn opgericht. Deze opvangstkampen worden beheerd door diverse hulporganisaties onder de paraplu van de VN. Thailand zelf besteed weinig geld aan deze kampen. Alle hulp, zoals voedsel, onderwijs, medische hulp etc. wordt door die organisaties verschaft. De vluchtelingen in de kampen worden door de VN als “ontheemden” erkent. Dus mensen die voor oorlogsgeweld zijn gevlucht en wegens het steeds oplaaiend geweld, niet terug kunnen keren.


Er zijn Karen in Thailand die al vele jaren in Thailand wonen. Zelfs voordat de militairen de macht in Birma overnamen. Deze Karen zijn geen vluchtelingen en de meesten hebben dan ook de Thaise nationaliteit. Om misverstanden te vermijden hebben we het over Karen die vanuit Birma het oorlogsgeweld ontvluchten en die als vluchteling worden erkent door de VN. Zij hebben een vluchtelingenstatus en kunnen dus niet aanspraken maken op de Thaise nationaliteit met al zijn voordelen die daar aan verbonden zijn. Vluchtelingen mogen niet werken buiten hun kampen, mogen hun vluchtelingenkampene niet verlaten, alleen met speciale toestemming, mogen alleen lager onderwijs genieten, hebben geen toegang tot de medische zorg die Thailand aan zijn onderdanen biedt en hebbenen geen rechtspositie in het juridisch systeem van Thailand.


Overigens hebben vele legale Karen deze beperkingen ook. Vaak krijgen ze maar een vergunning om in een bepaalde district of provincie te werken, kunnen bv. geen huis op hun naam krijgen of een auto op hun naam hebben etc. Ook zijn er veel illegale arbeiders uit Birma in Thailand werkzaam en die hebben geen enkel recht. Maar het zijn geen vluchtelingen waar ik over schrijf. Het zijn economische vluchtelingen en worden dus ook niet erkent door de VN. Uiteraard hebben de illegalen geen enkele status of bescherming in Thailand. Vaak worden razzia's gehouden en worden ze over de grens gezet. Meestal komen ze weer terug, want in Birma kunnen zij niet aan werk komen en in Thailand hebben zij die mogelijkheid wel. Ze verdienen wel veel minder dan de Thais en zijn zo voor werkgevers aantrekkelijk om, alhoewel ze illegaal zijn, in dienst te nemen.


Ik beperk met tot een kamp, het Mae Lae Temperary Shelter, op 50 km ten noorden van de Thaise grensplaats Ma Sot. Ik beschrijf enkele gevallen van vluchtelingen die in dat kamp wonen. De bron van deze gevallen wordt vermeld als voetnoot van deze column.


Khwam Nyo Thin is 16 jaar. De laatst tien jaar van haar leven heeft ze doorgebracht in het kamp. Ze kan zich weinig meer herinneren van de vlucht die ze maakten met haar ouders, maar ze herinnerde zich wel de kogels van het Burmaanse leger die om hun oren vlogen en die aan haar vader het leven kosten.


Nu zit ze in dit kamp te wachten op, ja waarop eigenlijk. Dat weet ze niet. Complete gezinnen maken een kleine kans op een visum naar andere landen zoals de VS, Australië of zelfs Noorwegen. Maar ze heeft alleen haar moeder en zus en als gebroken gezin, de vader stierf immers, hebben zij weinig kans om ergens anders een nieuw leven te beginnen.


Mah Lai bestaat uit en samenraapsel van rieten hutten met een bladerdak op een oppervlakte van 200 hectaren. Christenen maken ongeveer 50% van de bevolking van dat kamp uit gevolgd door Boeddhisten met 35% en moslims met 15%. Elektra is slechts beschikbaar voor het ziekenhuisje en de schooltjes. Drinkwater komt uit de bronnen.




Eten in het kamp is op de bon. Khwar heeft maandelijks recht op 16 kilo ijst, 1 kilo gele bonen, 1 kilo vispasta, 1 kilo bakolie, 1 kilo zout en 15 kilo houtskool. Een keer per jaar krijgt Khwar een setje nieuwe kleren. De vluchtelingen organisatie van de VN, UNHRC, heeft in het kamp een flinke vinger in de pap, maar het Ministerie van Binnenlandse Zaken van Thailand heeft het laatste woord. Bezoek zonder schriftelijke toestemming uit Bangkok maakt geen enkel kans.


Omdat de omheining krakkemikkig is, proberen de vluchtelingen buiten het kamp werk te vinden om wat geld verdienen als schoonmaakster of illegale bouwvakker. Dit wordt onder oogluikend toegestaan door de Thaise bewakers, die dan wat toegestopt krijgen. Worden deze illegalen werkers buiten het kamp opgepakt, dan worden ze onherroepelijk naar Birma teruggestuurd en verliezen zij hun vluchtelingenstatus.


Het vooruitzicht van de vluchtelingen is om moedeloos van te worden. Het burmese leger jaagt de bewoners op alsof ze hazen of konijnen zijn. Soldaten overvallen de dorpen, vernietigenn de oogsten, dwingen de bewoners tot zware arbeid, moorden en verkrachten naar believen en jagen de overgebleven moeders en kinderen de jungle in. Ze komen in Thailand terecht en proberen de status als vluchteling te krijgen. Krijgen ze de status niet worden ze teruggestuurd naar Birma.






Maar Mae Sot, het grensdorp, gaat het voor de wind. Al dan niet legale Birmezen vormen een niet aflatende stroom arbeidskrachten. Die bevolken 231 fabrieken in en rond Mae Sot. De Thaise regering doet net of haar neus bloedt, want de verhouding met de regerende birmese generaal Than Shwe is vriendschappelijk en de economische belangen zijn groot. De lege retoriek van het Westen legt minder gewicht in de schaal dan de economische en politieke belangen van Thailand, China en India.

Leraren, ook vluchtelingen, proberen de kinderen wat basisbegrippen bij de brengen. Van regelmatig onderwijs is geen sprake, want men is afhankelijk van de VN. Thailand geeft vrijwel niets uit om onderwijs aan de vluchtelingen mogelijk te maken.



Gezondheidszorg is maar magertjes. 12% van de bevolking van het kamp lijdt aan een gevaarlijke malaria-soort. Als je echt goed ziek ben en de tocht naar Mae Sot overleeft dan kan je terecht in het kliniek van dr. Cynthya Maung. De kliniek in door haar in 1989 opgericht toen zij vluchtte voor de massamoord op de Karen in 1988.



Dit kamp staat als voorbeeld voor vele kampen langs de grens met Birma. Weinig vooruitzicht op terugkeer zolang het huidige regimee in Birma aan de macht is. Langs die grens verblijven zo'n 210.000 gevluchtelingen van Karen, Mon, Shan en Karenni, die voor hun bestaan afhanklijk zijn van hulpverleningsorganisaties.


“De Birmaanse regering wil ons niet. En in Thailand zijn we ook niet welkom. Het voelt alsof wij geen recht hebben op een bestaan”. Dat is de klacht die velen hebben.




Het is geen vrolijk verhaal wat hier is neergeschreven. Je kunt Thailand niet helemaal de schuld geven over de ontstane situatie, want het land heeft problemen genoeg. Maar economische en politieke belangen spelen een te grote rol in de Asean-landen om daadwerkelijk iets doen aan het regime van Birma. Alleen als dat regime ten val komt en er een ander, wat meer humaan regime aan de macht komt en de omringende lande echt werk gaat maken aan het vluchtelingen probleem, zal er wat kunnen veranderen aan het uitzichtloze bestaan van de vluchtelingen. Maar er zal heel wat water door de Mekong of de Irrawady moet stromen, voordat er licht aan het einde van de tunnel zal zijn.


Bronnen:

World Refugee Survey van het Amerikaanse Comit voor Vluchtenlingen en Immigranten.

(USCRI).

Dagblad Trouw

Apeldoornse Stadsblad, De weekkrant,

Stichting Vluchtelingen

UNHRC

Zoa-vluchtelingenzorg

De Volkskrant

Website vluchtelingen Burma

Wikipedia

Vluchtelingenwerk