zondag 31 januari 2010

Vluchtelingen in Thailand


“Gaza, Zuid-Afrika en Thailand horen tot de ergste plaatsen ter wereld om vluchteling te zijn”. Aldus het jaarlijkse World Refugee Survey van het Amerikaans Comite voor Vluchtelingen en Immigranten (USCRI), gedateerd 19 juni 2009.

Toen ik informatie ging inwinnen over vluchtelingen in Thailand kwam ik dit rapport tegen. Daar schrok ik eigenlijk wel van. Ik ging dus wat dieper spitten in de materie om na te gaan of deze bewering wel juist was en in welke mate dit dan wel juist was.

Maar laten we eerst bepalen Wat is een vluchteling? Er zijn verschillende soorten vluchtelingen, economisch vluchtelingen, verdreven vluchtelingen, politieke vluchtelingen. Voor alle duidelijkheid, in deze column behandel ik de verdreven vluchtelingen. D.w.z. mensen die gevlucht zijn voor het geweld dat in hun regio van het thuisland woedt of heeft gewoedt en niet kunnen terugkeren door welke omstandigheden ook. Deze vluchtelingen worden dan ook door de Vluchtelingen Organisatie van de Verenigde naties erkend. Over deze vluchtelingen gaat het in deze column.



Thailand ken of kende vluchtelingen uit drie landen. Birma, Laos en Cambodja. De vluchtelingen uit Cambodja waren op de vlucht tijden het Rode Khmer regime en zijn nu vrijwel allemaal terug in Cambodja. Deze groep laten we dus buiten beschouwing.


Vanuit Laos kwamen de Hmong, een volksgroep uit Laos die de Amerikanen steunde tijdens de Vietnam-oorlog. Toen in Laos een communistische staat werd, ontvluchten vele Hmong het land om aan de jacht door de communisten op hen te ontkomen. Velen zijn naar andere landen gerepatrieerd, met name naar de VS, maar een aantal zijn in vluchtelingenkampen in Thailand blijven steken. Een aantal van hen zijn een paar weken geleden door Thailand naar Laos teruggestuurd, ondanks protesten van de diverse hulp-organisaties. Men is bang dat, ondanks toezeggingen van de regering van Laos, de teruggekeerde Hmong vervolgd zullen worden. In deze column zal met name de vluchtelingen uit Birma behandeld worden, want dat is nog een uitzichtloze situatie vanwege het regime in Birma.


Thailand heeft het Verdrag t.o.v. de vluchtelingen van de Verenigde Naties niet ondertekend. Thailand heeft dus geen enkele verplichting t.o.v. de vluchtelingen die Thailand binnenkomen. Althans juridisch niet. De vluchtelingenorganisatie van de Verenigde Naties (UNHRC) heeft de toezicht op de vluchtelingen die in Thailand een goed heenkomen zochten en nog steeds zoeken.


De grootste groep vluchtelingen zijn de Karen. Deze groep heeft in Birma een eigen staat uitgeroepen en heeft een leger Karen National Union (Karen Nationale Unie, KNU). Maar ook de Karen hebben weer afsplitsingen binnen hun eigen organisatie en het Birmaanse leger vecht al decennia lang tegen de opstandelingen.


Vele Karen vluchten voor het geweld naar Thailand en ziten in opvangstkampen die langs de grens van Birma zijn opgericht. Deze opvangstkampen worden beheerd door diverse hulporganisaties onder de paraplu van de VN. Thailand zelf besteed weinig geld aan deze kampen. Alle hulp, zoals voedsel, onderwijs, medische hulp etc. wordt door die organisaties verschaft. De vluchtelingen in de kampen worden door de VN als “ontheemden” erkent. Dus mensen die voor oorlogsgeweld zijn gevlucht en wegens het steeds oplaaiend geweld, niet terug kunnen keren.


Er zijn Karen in Thailand die al vele jaren in Thailand wonen. Zelfs voordat de militairen de macht in Birma overnamen. Deze Karen zijn geen vluchtelingen en de meesten hebben dan ook de Thaise nationaliteit. Om misverstanden te vermijden hebben we het over Karen die vanuit Birma het oorlogsgeweld ontvluchten en die als vluchteling worden erkent door de VN. Zij hebben een vluchtelingenstatus en kunnen dus niet aanspraken maken op de Thaise nationaliteit met al zijn voordelen die daar aan verbonden zijn. Vluchtelingen mogen niet werken buiten hun kampen, mogen hun vluchtelingenkampene niet verlaten, alleen met speciale toestemming, mogen alleen lager onderwijs genieten, hebben geen toegang tot de medische zorg die Thailand aan zijn onderdanen biedt en hebbenen geen rechtspositie in het juridisch systeem van Thailand.


Overigens hebben vele legale Karen deze beperkingen ook. Vaak krijgen ze maar een vergunning om in een bepaalde district of provincie te werken, kunnen bv. geen huis op hun naam krijgen of een auto op hun naam hebben etc. Ook zijn er veel illegale arbeiders uit Birma in Thailand werkzaam en die hebben geen enkel recht. Maar het zijn geen vluchtelingen waar ik over schrijf. Het zijn economische vluchtelingen en worden dus ook niet erkent door de VN. Uiteraard hebben de illegalen geen enkele status of bescherming in Thailand. Vaak worden razzia's gehouden en worden ze over de grens gezet. Meestal komen ze weer terug, want in Birma kunnen zij niet aan werk komen en in Thailand hebben zij die mogelijkheid wel. Ze verdienen wel veel minder dan de Thais en zijn zo voor werkgevers aantrekkelijk om, alhoewel ze illegaal zijn, in dienst te nemen.


Ik beperk met tot een kamp, het Mae Lae Temperary Shelter, op 50 km ten noorden van de Thaise grensplaats Ma Sot. Ik beschrijf enkele gevallen van vluchtelingen die in dat kamp wonen. De bron van deze gevallen wordt vermeld als voetnoot van deze column.


Khwam Nyo Thin is 16 jaar. De laatst tien jaar van haar leven heeft ze doorgebracht in het kamp. Ze kan zich weinig meer herinneren van de vlucht die ze maakten met haar ouders, maar ze herinnerde zich wel de kogels van het Burmaanse leger die om hun oren vlogen en die aan haar vader het leven kosten.


Nu zit ze in dit kamp te wachten op, ja waarop eigenlijk. Dat weet ze niet. Complete gezinnen maken een kleine kans op een visum naar andere landen zoals de VS, Australi├ź of zelfs Noorwegen. Maar ze heeft alleen haar moeder en zus en als gebroken gezin, de vader stierf immers, hebben zij weinig kans om ergens anders een nieuw leven te beginnen.


Mah Lai bestaat uit en samenraapsel van rieten hutten met een bladerdak op een oppervlakte van 200 hectaren. Christenen maken ongeveer 50% van de bevolking van dat kamp uit gevolgd door Boeddhisten met 35% en moslims met 15%. Elektra is slechts beschikbaar voor het ziekenhuisje en de schooltjes. Drinkwater komt uit de bronnen.




Eten in het kamp is op de bon. Khwar heeft maandelijks recht op 16 kilo ijst, 1 kilo gele bonen, 1 kilo vispasta, 1 kilo bakolie, 1 kilo zout en 15 kilo houtskool. Een keer per jaar krijgt Khwar een setje nieuwe kleren. De vluchtelingen organisatie van de VN, UNHRC, heeft in het kamp een flinke vinger in de pap, maar het Ministerie van Binnenlandse Zaken van Thailand heeft het laatste woord. Bezoek zonder schriftelijke toestemming uit Bangkok maakt geen enkel kans.


Omdat de omheining krakkemikkig is, proberen de vluchtelingen buiten het kamp werk te vinden om wat geld verdienen als schoonmaakster of illegale bouwvakker. Dit wordt onder oogluikend toegestaan door de Thaise bewakers, die dan wat toegestopt krijgen. Worden deze illegalen werkers buiten het kamp opgepakt, dan worden ze onherroepelijk naar Birma teruggestuurd en verliezen zij hun vluchtelingenstatus.


Het vooruitzicht van de vluchtelingen is om moedeloos van te worden. Het burmese leger jaagt de bewoners op alsof ze hazen of konijnen zijn. Soldaten overvallen de dorpen, vernietigenn de oogsten, dwingen de bewoners tot zware arbeid, moorden en verkrachten naar believen en jagen de overgebleven moeders en kinderen de jungle in. Ze komen in Thailand terecht en proberen de status als vluchteling te krijgen. Krijgen ze de status niet worden ze teruggestuurd naar Birma.






Maar Mae Sot, het grensdorp, gaat het voor de wind. Al dan niet legale Birmezen vormen een niet aflatende stroom arbeidskrachten. Die bevolken 231 fabrieken in en rond Mae Sot. De Thaise regering doet net of haar neus bloedt, want de verhouding met de regerende birmese generaal Than Shwe is vriendschappelijk en de economische belangen zijn groot. De lege retoriek van het Westen legt minder gewicht in de schaal dan de economische en politieke belangen van Thailand, China en India.

Leraren, ook vluchtelingen, proberen de kinderen wat basisbegrippen bij de brengen. Van regelmatig onderwijs is geen sprake, want men is afhankelijk van de VN. Thailand geeft vrijwel niets uit om onderwijs aan de vluchtelingen mogelijk te maken.



Gezondheidszorg is maar magertjes. 12% van de bevolking van het kamp lijdt aan een gevaarlijke malaria-soort. Als je echt goed ziek ben en de tocht naar Mae Sot overleeft dan kan je terecht in het kliniek van dr. Cynthya Maung. De kliniek in door haar in 1989 opgericht toen zij vluchtte voor de massamoord op de Karen in 1988.



Dit kamp staat als voorbeeld voor vele kampen langs de grens met Birma. Weinig vooruitzicht op terugkeer zolang het huidige regimee in Birma aan de macht is. Langs die grens verblijven zo'n 210.000 gevluchtelingen van Karen, Mon, Shan en Karenni, die voor hun bestaan afhanklijk zijn van hulpverleningsorganisaties.


“De Birmaanse regering wil ons niet. En in Thailand zijn we ook niet welkom. Het voelt alsof wij geen recht hebben op een bestaan”. Dat is de klacht die velen hebben.




Het is geen vrolijk verhaal wat hier is neergeschreven. Je kunt Thailand niet helemaal de schuld geven over de ontstane situatie, want het land heeft problemen genoeg. Maar economische en politieke belangen spelen een te grote rol in de Asean-landen om daadwerkelijk iets doen aan het regime van Birma. Alleen als dat regime ten val komt en er een ander, wat meer humaan regime aan de macht komt en de omringende lande echt werk gaat maken aan het vluchtelingen probleem, zal er wat kunnen veranderen aan het uitzichtloze bestaan van de vluchtelingen. Maar er zal heel wat water door de Mekong of de Irrawady moet stromen, voordat er licht aan het einde van de tunnel zal zijn.


Bronnen:

World Refugee Survey van het Amerikaanse Comit voor Vluchtenlingen en Immigranten.

(USCRI).

Dagblad Trouw

Apeldoornse Stadsblad, De weekkrant,

Stichting Vluchtelingen

UNHRC

Zoa-vluchtelingenzorg

De Volkskrant

Website vluchtelingen Burma

Wikipedia

Vluchtelingenwerk

dinsdag 12 januari 2010

Een weekje met Rob en Wilma op pad

Verleden jaar vertelde Wilma mij dat zij tijdens hun volgende vakantie een paar dagen bij een van de bergvolken die Thailand rijk is, zou verblijven. Ik wilde dat weleens mee maken en Rob en Wilma vonden het prima als ik hun gezelschap zou houden tijdens die trip. Volgens mij had ik dat gevraagd in een vlaag van waanzin, want ik ben geen enthousiasteling wat kamperen betreft. Een nachtje op een vloer slapen in een van de monnikenverblijven bij een tempel is nog daar aan toe, maar slapen in een hutje van bamboe, dat is andere koek.

De dag naar het Prinsessenfeest zouden we met Tommy en Noy op pad gaan. Eerst zou Sylvia en Hendrik met de kinderen naar het vliegveld van Chiang Mai gebracht worden en daarna zouden we op pad gaan.

Die zondag begon al goed. Om half-zes opstaan en we zouden tegen acht uur vertrekken. Tot we een telefoontje van Sylvia kregen dat ze niet om een uur zouden vliegen maar om 10 voor half twaalf. Ik haalde ze bij Thomas op en ging even terug naar mijn huis. Daar werd in aller haast afscheid genomen van Sylvia en Hendrik met de kinderen door Rob en Wilma, mijn trouwe Honda was volgepakt en Sylvia kon nog net op de achterbank zitten met de kinderen. In vliegende vaart naar Chiang Mai. Ik ben blij dat er in Thailand geen flitspalen, traject-controle e.d. is, want anders had de postbode veel werk gehad om al de bekeuringen aan mij te overhandigen. In twee uur waren we in Chiang Mai, het wasgoed werd opgehaald en om kwart voor tien nam ik afscheid van Sylvia, Hendrik en de kinderen bij het vliegveld van Chiang Mai.

Wilma had al eerder gebeld dat zij pas tegen negen uur van mijn huis waren vertrokken, dus had ik alle tijd nog in Chiang Mai. Ik nestelde mij op het terras bij het Suriwong Hotel en bestelde een ontbijt, want die had ik nog niet gehad. Toen viel er een glas uit mijn bril, nog net niet in de gebakken eieren. Het schroefje van de arm van die bril was afgebroken en door de haast van die ochtend had ik geen reservebril bij me. Zonder bril kan ik niet rijden, want ik ben bijziende. Dus vlug naar een opticien, die vlakbij was. Het zou een uurtje duren. Tegen twaalf uur had ik weer mijn bril. Dus brilloos strompelde ik naar het Plaza Hotel, reserveerde daar een kamer voor de volgende week, als wij van de barre tocht terugkwamen en nam nog maar een kop koffie om alle ellende van die dag weg te spoelen.

Toen ik bij de opticien zat te wachten, belde Wilma mij op om te zeggen dat ze waren gearriveerd. De opticien had primawerk geleverd en alle schroefjes en neusvleugels van mijn bril vernieuwd en toen maar weer op het terras, wachten op Wilma en haar gevolg. Die kwamen vlug en Wilma zou Wilma niet zijn als er toch nog even langs een markt gegaan moest worden om wat spullen, met name vuurwerk, te kopen.


Ondertussen gingen Rob, Noy en ik naar haar huis om wat spullen voor haar te halen en gingen we naar de “meetingpoint”, waar Wilma en Tommy op ons zaten te wachten.

Een soepje eten en dan op weg naar Li of Lee, je kunt beide spellingen gebruiken.. Langs een mooie weg met bomen tussen Chiang Mai en Saraphin naar Lamphun, waar op een markt weer werd wat spullen werden gekocht het feestje bij de bergvolken.



Tegen half-vijf in de middag waren we bij het bungalow park in Lee. Een aardig dorpje en het bungalowpark was ook mooi. Goede bungalows met een zitje buiten en je kon gratis koffie krijgen bij de receptie.Het bungalowpark heette Ingpha Guesthouse en ik kan het aanraden voor eenieder die Li voorbij gaat en wil overnachten. De prijs is 450 baht per bungalow. De site van dat guesthouse is ”www.ingpha.com

Tommy en Noy gingen op onderzoek uit en kwamen terug met de mededeling dat er een festival in het dorp was. Wij die avond het dorp in het het was er gezellig. Je kon bij kraampjes allerlei etenswaren kopen en dat op een marktplein opeten. Ook was er een soort kermis, waar je met pijltjes ballonnen kon kapot gooien en bij de vierde poging gooide ik met alle pijltjes de ballonnen kapot. Wilma mocht de hoofdprijs uitzoeken en ze koos voor een roze knuffelpoedel. Als je niet met alle pijltjes alle ballonnen kapot kreeg je maar een lolly van de uitbater.

Bij een stand van het Rode Kruis kon je met een netje kleine cilinder opvissen. In het cilindertje zat een nummer en die correspondeerde weer met een prijs. Voor 10 baht kon je een cilindertje opvissen. De kleine prijsjes waren een klein kartonnetje melk of een zakje noedels, maar Wilma won een mooie pan en ik een handdoek, plus vele kartonnetjes melk en zakjes noedels. Maar dat was weer goed voor prijzen voor het feest bij de bergvolken.

Lekker geslapen in de bungalow en toen op weg naar een school met Karen-kinderen. Tommy had een kennis gebeld en die vertelde dat die school wel een feestje wilde hebben. Wij naar de school, een half uurtje van Li rijden. De school heet Mae Pork Nai school




Daar werden we opgewacht door een welkomscomitee, we kregen water en gingen naar de zaal waar de kinderen al op ons wachten. Er was een orkestje van de kinderen en die speelde wat Karen muziek voor ons. Het is een dorpsschooltje en er zijn maar twee onderwijzers. Men heeft groot behoefte aan schoolboeken. Die hebben ze daar maar mondjesmaat.





Wilma organiseerde i.s.m. Tommy een workshop. De kinderen moesten kroontjes versieren die Wilma had opgestuurd vanuit Nederland. Ook moesten de kinderen een kleurplaat inkleuren..

Alle kinderen deden daar aan mee en ze waren druk bezig. Intussen maakte Wilma, Tommy en Noy alles klaar voor de spelletjes die gespeeld ouden worden. Wilma hadden op de markt in Lamphun kleding gekocht, sporttenue's voor kleine kinderen en er waren nog andere prijzen, die waren overgebleven van het Kinderfeest in Ngao.




Een jury bepaalde wie de mooist kroon had gemaakt en er waren 10 prijzen voor de beste 10 kronen. Daarna begonnen de spelletjes. De moeders moesten wat blikjes omgooien met een balletje en wie won kon een sportenue uitzoeken voor een van hun kinderen. Dit gebeurde onder hilariteit van de kinderen en de volwassen omstanders, want het was er druk met mensen.






Wilma kreeg een traditionele Karen-shirt, maar die bleek te klein. Ze kreeg de hoofdonderwijzer zo gek dat hij zijn shirt uittrok en dat aan Wilma gaf. Die paste wel, want de hoofdonderwijzer was ook volslank.



Wilma wees mij ook aan om als jury lid te fungeren wie de mooiste kleurplaat had ingekleurd. Ook daar waren 10 prijzen beschikbaar. Maar zoals gebruikelijk ging elk kind op die school met een prijsje naar huis. Ik had een gesprek met een jonge onderwijzer, die wat engels kon en hij vertelde dat de school aan vele zaken gebrek had. Boeken, schoolmeubilair, maar ook onderwijzers. Alleen hij en de hoofdonderwijzer moesten voor 7 klassen les geven. De Karen hebben wel de Thaise nationaliteit en de kinderen kunnen dus hoger onderwijs genieten als je dat willen of daar de mogelijkheid voor hebben. Kinderen van bergvolken en vluchtelingen die geen Thais nationaliteit hebben kunnen alleen lager onderwijs krijgen. Hoger onderwijs is voor hen uitgesloten.






Nadat we uitbundig afscheid hadden genomen van de school, gingen we op pad naar het dorpje waar je zouden slapen. Ik reed achter Tommy aan en op gegeven moment sloeg hij een zijweg in. Dat was een marteling voor mijn trouwe Honda. We kwamen bij een dorpje aan. Tommy ging op zoek naar de “headman” en wij liepen wat door dat dorpje. Alsof ik in de middeleeuwen beland was. Wat een puinhoop. De huizen waren van bamboe en leken op instorten te staan. Je kon nergens zitten, wan er was geen stoel te bekennen. Water kwam uit een ouderwetse put met een emmer en een stuk touw. Ik nam mij voor dat, als we hier zouden slapen, de slaapstoelen van mijn trouwe Honda een betere optie zou zijn. Dan had ik tenminste nog licht in die auto, want electra was er niet in het dorp.

Kees bij de bergstammen met Wilma en Rob from ThailandGekClub on Vimeo.



Tommy was intussen verdwenen en liet ons via Noy weten dat we naar een ander dorpje moesten gaan, 500 meter van dat middeleeuws dorpje. De weg naar dat andere dorp was een nog grotere marteling voor mijn trouwe Honda, maar we kwamen opeens op een betonnen weg en Tommy wachten ons op bij het huis van de “headman”. 40 meter verderop was er een asfaltweg. Tommy had eerder een verkeerde afslag genomen. Dat dorp heette Ban Bo RanNam Boi Noi.

We konden in het huis van de “headman” slapen. Die was op palen en de vloer was van bamboe. Ik wiebelde door de kamer en verwachte elk moment er doorheen te gaan. Het was een L-vormige kamer en in de ruimte van die L was nog een kamer met een deur. Daar zouden Tommy en Noy slapen, maar die gaven de voorkeur eraan om in de keuken te slapen.




De “headman” had ook een winkeltje, waarbij onze AH in Ngao een luxe supermarkt bij is. Maar er waren wat betonnen banken en een betonnen tafel, waar we konden zitten. De auto's werden uitgeladen en Wilma ging de kamer in orde brengen. Rob en ik bliezen de luchtmatrassen op met een pompje van Rob. Er was elektra, dus het pompje werkte goed.

Wilma, Tommy en Noy maakt het avondeten klaar. We aten aan de betonnen tafel, terwijl de duisternis inviel en de mensen het dorp inkwamen op allerlei vervoermiddelen. De meeste werken buiten het dorp en kwamen terug van het werk.



We waren moe en gingen ook vroeg slapen. Wilma stopte me lekker in op die luchtmatras en dat was me in 55 jaar niet meer overkomen. Instoppen in een bed. De laatste keer deed dat mijn moeder.

Slapen ging prima en ik had wel in de gaten dat voordat wij gingen slapen er twee volwassenen en twee kinderen die andere kamer binnengingen.


Om vijf uur ging daar de deur open en kwamen er wat mensen uit. Omdat je op een bamboevloer ligt wiebelt dat. Daarna kwamen er nog kinderen uit die kamer en tegen half-zes kwamen er nog meer kinderen uit die kamer. Het leek wel een circus-act. Volgens mij hebben in die kamer zeker 14 mensen geslapen op een oppervlakte van een paar vierkante meter. Tot overmaat van ramp ging tegen zes uur iemand met veel enthousiasme hout hakken onder het huis. In arre moede ben ik maar om halfzeven opgestaan en ging buiten zitten. Dat was wel leuk want nu ging iedereen weer naar zijn werk en kwamen wat kopen in die winkel. Je zag weer allerlei figuren langskomen.


Tegen acht uur kregen we een ontbijt van Wilma. Brood met allerlei beleg. Want als je met Wilma op pad gaat heeft ze alles bij zich. Alleen toen ik gekscherend vroeg om een broodje half-om, dat kon ze niet aanbieden, maar alles wat daar tussen zit heeft ze.


Wilma en Rob wilde het middeleeuws dorpje nog gaan bekijken, maar vlakbij was een mooie Stupa, geheel in goudkleur en die wilde ik wel bekijken. We spraken af dat we elkaar bij de Stupa zouden treffen. De stupa is prachtig en rondom zijn nissen aangebracht met standbeelden van vereerde monniken. Aan de wand van die nissen zijn fresco's aangebracht die het Nirwana verbeelden. Mooie fresco's met prachtige natuurafbeeldingen. Bij de ingang staan twee pilaren met een vierkoppige oorlogsolifant. Heel mooi en ik was onder de indruk van die stupa.
Rob, Wilma, Tommy en Noy kwamen ook kijken en we gingen op weg naar een ander bungalowpark. De weg ging berg op en berg af met mooie vergezichten. De natuur is er erg mooi.

We kwamen in een dorp van bergvolken en wat mij opviel was dat er behalve houten huizen waren die op instorten stonden, er een paar hele mooie huizen waren van beton en zelfs van baksteen. Dure huizen dus. Wilma, Tommy en Noy waren op zoek naar kinderen om hun wat te geven, maar ik was meer geïnteresseerd hoe dat kwam dat er van die mooie huizen stonden. Noy vertaalde de vragen die ik aan een paar man vroeg. Ik zag ook dat er groene velden rondom het dorp waren, dus was er bevloeiingssystemen voor de velden.


Het bleek dat men een put had van 60 meter diep en daar pompte men het water naar boven. Twee-derde van het water werd gebruikt voor de velden en een-derde van het water viel weer via een pijp de put in. Daar onder die put was een soort hydro-elektrisch installatie en die wekt weer stroom op voor de pompen en de huizen. Weinig kosten dus voor de stroom. Ook verbouwde ze gewassn waar op het moment van oogsten veel vraag naar is en er dan weinig aanbod komt. Vandaar dat het dorp sinds die bouw van die put economisch voor de wind gaat en dat men langzaam hun houten, bouwvallige huizen verruilt voor splinternieuwe mooie woningen.
Wilma had intussen de kinderen gevonden, die waren wat bang voor “farangs”, en deelde snoep en limonade uit.


We sliepen die nacht in een bungalowpark in Mae Chaem. Het bungalowpark heette Mae Chaem Hotel. Het waren redelijk goede bungalows met een zwembad, waar Rob en Wilma gebruik van maakten. Even maar, want het water was koud, behoorlijk koud. Dan maar en voetmassage voor Wilma en een massage voor Rob.

De bungalows hadden een nadeel. Op het bed lag een soort paardendeken en in de nacht werd het behoorlijk koud. Ik nam de deken van het andere bed ook, maar kon niet warm worden. Terwijl er in mijn trouwe Honda een dekbed lag. In de ochtend naar de bungalow van Rob en Wilma en al bibberend stonden Rob en ik buiten koffie te drinken. Wilma had het niet koud volgens mij, want die was weer druk in de weer om de bungalow op te ruimen. Tommy en Noy kwamen ook kleumend naar de auto.

Maar tegen negen uur werd het weer warm en gingen wij op weg naar Chiang Mai om, zoals gebruikelijk weer wat voorraad in te slaan. We rijden door een prachtige omgeving en kwamen in de buurt van Doi Itthanon, de hoogste berg in Thailand. Via Hang Dong kwamen we in Chiang Mai, waar we BigC aandeden voor onze inkopen. Daarna naar het huis van Tommy om zijn gitaar te halen, om later bij het kampvuur liedjes te zingen. Kon hij ons begeleiden. Maar zijn gitaar was “uitgeleend” aan iemand, dus gitaarloos gingen we op weg naar het dorp war we zouden slapen. Dat was op weg naar Fang. Een mooie route en na ong. 80 km sloegen we af. Een redelijk goed te rijden weg en we kwamen in een stadje terecht, waar, uiteraard, gestopt werd om ook weer wat te kopen. Midden in dat stadje sloegen we af en kwamen we op een asfaltweg, die nogal wat gaten vertoonde. Geen probleem voor mijn trouw Honda. Maar dan kwamen we op een “gravel-road” waar mijn trouwe Honda een rolberoerte van kreeg. Ongeveer 600 meter verder stopte we in een dorpje.

De auto's werden geparkeerd en we moesten met onze spullen een wankele bamboebrug over. Jongens van het dorp hielpen ons en die sprongen gewoon over wat stenen in het stroompje dat daar lag. Dat kan ik ook, dacht ik en warempel, het was beter daar het stroompje over te gaan dan over die brug.


Er waren twee bamboehutten, een grote en een wat kleinere. We zouden slapen in de grote bamboe hut. De hutten zijn speciaal voor bezoekers. Twee tafels en vier lange banken stonden voor die hut, dus konden we zitten. Geen elektra, want die hadden ze een jaar of wat geleden weggehaald. Zou te duur zijn. Drie jaar eerder was er wel elektra, toen Rob en Wilma er ook waren. “Daar gaat het bakken van de oliebollen” dacht ik, want aan de meegebracht friteuse had ik niks meer. Ook de keuken bracht geen oplossing want daar waren twee vuurpotten die met wat hout gestookt moest worden Maar spoedig kwam een vrouwtje met een gasfles met standaard. Kon ik toch mijn oliebollen bakken.

Wilma en Tommy maakten de hut in orde om te slapen en stalde ook alles uit voor het feest van de volgende dag. Toen net alles klaar was, kwam de melding dat we de volgende nacht in de wat kleinere hut moesten slapen, want de grote hut was gereserveerd voor 14 personen. Dat was jammer, want dan moesten we de volgende dag alles weer overbrengen naar die andere hut die op 30 meter afstand van “onze” hut lag.
Wilma maakte een heerlijke “Prinsessen” macaroni en ik schepte wel twee keer op. Intussen was de duisternis ingevallen en moesten we ons behelpen met kaarsen en olielampen. Rob had nog wel een lamp van de video-camera en Wilma had een lamp die op batterijen ging. We sliepen onder een muskietennet en onder een dekbed, dus koud het ik het die nacht niet.

De ochtend was wel koud. Men had een kampvuur gemaakt voor het huis en Rob en ik warmde zich aan dat kampvuur. De zon kwam wel op maar achter ons waar bomen stonden en in de schaduw was het koud. Maar het kampvuur bracht toch de nodige warmte.

Tegen tien uur begon ik het beslag van de oliebollen te maken. Na anderhalf uur rijzen, kon het bakken beginnen. Rob was de tester van de oliebollen en kreeg de eerste. Hij gaf zijn goedkeuring en ik begon te bakken. Kinderen waren nieuwsgierig en keken hun ogen uit. Dat hadden ze nog nooit gezien. Ik bakte er ongeveer 120 stuks.
Intussen was Wilma, Tommy en Noy in het naburig dorp gereden en kwamen terug met allerlei spullen, waaronder wat stoelen, want het kleinere huis had geen tafel en stoelen. Voor de tafel zorgde de eigenaar van de hutten.

De voorbereidingen waren in volle gang voor het feest van de middag. Dat begon tegen drie uur en de kinderen kregen oliebollen. Die keken eerst de kat uit de boom, proefde voorzichtig aan die bollen, maar al gauw werden die opgepeuzeld en vroeg men om meer. Alle bollen waren in een mum weg. Noy stond patat te bakken en ik loste haar af. Wilma had 5 grote pakken patat gekocht en die moesten gebakken worden op in een wok op die gasfles.

De spelletjes waren aan de gang en het terrein was versierd met roze ballonnen. De kinderen vonden het prachtig en ook de volwassenen deden mee. Ik kon het alleen van afstand zien, want de patat had mij volle aandacht. Twee grote schalen vol patat gingen er ook in en een kleine schaal hielden we achter voor ons. Die verdween ook en ik zag die schaal nooit meer terug. Maar geen nood, we hadden intussen wel een portie patat op

De bewoners van de grote hut waren intussen gearriveerd en keken hun ogen uit na het spektakel dat zich op het pleintje afspeelde. Het waren drie “falangs” en de rest was Thais, vrouwen en kinderen.
Toen het donker begon te worden waren de spelletjes ook klaar en aten we aan de nieuwe tafel. Men had beloofd dat een dansgroep die avond ons zou vermaken als dank voor de leuke middag die men had gehad.

In traditionele klederdracht hebben de dames, waaronder ook wat kleine meisjes dansen uitgevoerd op ritme van wat muziek instrumenten. Een groot kampvuur was ook aangestoken en het geheel was een prachtig schouwspel, daar in de rimboe.

Wilma had vuurwerk gekocht en dat werd een groot succes. Ook hier waren sterretjes en ander vuurwerk dat de kinderen konden vasthouden, terwijl Tommy het grotere werk deed. Aan de oever van het stroompje werd het grote spul aangestoken en zo werd 2009 met veel geknal en licht uitgeluid. Tegen tien uur gingen we naar bed, want twaalf uur zouden we nooit gered hebben. De andere bewoners bleven wel op. Die maakte wat lawaai en Wilma vroeg op haar bekende manier of men wat stiller kon zijn. Haar overwicht op anderen is frappant, want het werd stil.

De volgende ochtend elkaar Gelukkig Nieuwjaar wensen, met een kop koffie aan het kampvuur warmen en een uitgebreid ontbijt aan de tafel voor de hut. Daarna alles inpakken, kinderen hielpen ons weer alle spullen over het stroompje te brengen, mijn trouwe Honda werd tot aan de nok van het dak volgeladen en we gingen op weg naar het naburige dorp om een foto te laten printen van Stefanie, want die foto zou worden ingezegend door een monnik van een mooi tempelcomplex.

Bij de fotozaak weren de foto's van de camera van Rob op een memory-stick gezet voor mijn gebruik en na enig zoeken werden wat foto's uitgeprint. Wilma wilde de foto's wel op een CD hebben, maar dat duurde veel te lang. De winkel had een pc uit het stenen tijdperk en het branden van die CD duurde wel erg lang. Uiteindelijk besloten we de zaak te annuleren en gingen we op weg naar Wat Banden, een groot tempelcomplex

Wilma en Rob hadden gezegd dat Wat Banden een prachtig complex was en dat bleek ook. Terwijl Wilma en Rob wachten op de monnik, Phra Krue Batuang Nartsilo, ging ik alles een beetje bekijken. Wat Banden is niet oud, alles is redelijk nieuw en er wordt steeds wat bijgebouwd. Maar de gebouwen zijn prachtig, veel houtsnijwerk en versieringen aan de pilaren van de tempels. Ook de ingangen van die tempels zijn prachtig om te zien. We waren er maar kort, want we wilden op tijd in Chaing Mai zijn. Ik kom zeker terug om dat Wat Banden opnieuw te bezoeken, want ik zag te weinig. Je kun er wel een dag verblijven. Het is 40 km van Chiang Mai, richting Fang.

Na een soepje te hebben gegeten, waren we tegen half-vier in Chiang Mai. We hadden kamers in het Chiang Mai Plaza Hotel. Een mooi hotel met ruime kamers en een badkamer met een bad. Wat een luxe na vijf dagen koud water, behalve in de bungalows dan. Bij de laatste bergdorp was het water steenkoud. Zelfs in de middag. Je gooide een pannetje water over je heen, want de douche werkte niet.

Dan is een warm bad een luxe waarvan je kunt genieten. Met een boek weekte ik een half uur in dat bad, schoor mij, kamde mijn haren en leek een ander mens.

Slapen bij de bergvolken is af en toe wat afzien. Zeker in deze periode van het jaar. Ik vond het wel een belevenis, deed wat kennis op over de leefwijze en de toekomst van enkele bergvolken die wij bezochten, weet hoe het is om in een bamboehut te slapen. Ik zal zeker nog weleens zo'n trip maken, maar dat zal wel even duren. Je raakt gewend aan wat luxe, ondanks dat je in Ngao woont en dan is het slapen bij bergvolken een primitief leven. Maar wel interessant en je moet het eenmaal hebben meegemaakt.

vrijdag 8 januari 2010

Princess Party Thailand


Kinderfeest in Ngao

Februari verleden jaar organiseerde Rob en Wilma een kinderfeest in Ngao met als thema “Winny the Pooh”. Het was een groot succes en smaakte eigenlijk naar meer. Maanden lang werd er nog over dit kinderfeestje gesproken hier in Ngao. In principe zou dat kinderfeest een eenmalige gebeurtenis zijn.

Maar Wilma zou Wilma niet zijn als ze de kriebels weer kreeg bij thuiskomst. Nog geen drie weken naar haar thuiskomst kreeg ik een mail van haar dat zij had besloten weer een kinderfeest hier in Ngao te organiseren. Het feest zou als motto krijgen “Prinsessen en Prinsen van Walt Disney. Siriporn blij, want die had ook gehoopt op een voortzetting van dat kinderfeest. Mijn lege slaapkamer werd weer gereed gemaakt voor de dozen die al spoedig met enig regelmaat binnen kwamen. De postbode kon het vinden van mijn huis wel dromen en zijn “motosike” begon blij te brommen als die weer een lading dozen op de buddyseat vastgebonden kreeg.

In totaal zijn er 62 dozen, je weet wel van die grootste PTT-dozen naar mijn tuis gestuurd plus ruim 300 mails van Wilma met allerlei vragen, opmerkingen, aanwijzingen, kortom de voorbereidingen van het feest was in volle gang. Tijdens mijn twee bezoeken aan Nederland ging ik uiteraard bij Rob en Wilma op visite en voor 90% van de conversatie ging over dat feest. Een heel draaiboek was gereed met plattegrond en al.

Op 15 december 2009 was ik jarig en kwam Rob en Wilma op verjaardag bezoek. De auto van Tommy puilde uit en de vloer van mijn slaapkamer begon een beetje door te buigen van het gewicht van de dozen, grote plastic zakken en nog wat meer spul. Buiten het etentje dat ik mijn gasten aanbood, had Wilma het er maar druk mee om alles door te spreken met Siriporn. Die was al een tijdje bezig om alle kinderen aan te schrijven, compleet met uitnodiging en kleurplaat.

Siriporn nodigde de kinderen en met name de meisjes naar haar huis om de kleding te passen. Ik was daar een paar keer en de arme Johan kon vrijwel zijn huis niet in want het was me daar een komen en gaan van kinderen, de kleding lag overal verspreidt en zoals hier in Thailand gebruikelijk is kwam vaak de hele familie mee. De kleding weer netjes opgehangen met een naamkaartje van het kind erop. De grotere jongens moesten even wachten wan pas op 24 december zou hun kleding hier arriveren.

Wilma kwam op 24 december in gezelschap van Rob, Sylvia, Hendrik en hun twee kinderen, Gavin en Stefanie. Ook Peter uit Chiang Mai kwam ook. Mijn huis leek wel een conferentie-oord want het was een komen en gaan van mensen. Sylvia, Hendrik en de kinderen sliepen bij Thomas in een van zijn bungalows. Peter sliep daar ook.

25 december was de dag dat wij het terrein in orde zou brengen voor het feest. Dat terrein was gelegen naast het huis van Siriporn en Johan. Lekker groot en dus ruimte genoeg. Al vroeg kwamen de pick-up met acht grote tenten een groot aantal tafels en stoelen en bij het huis van Siriporn waren al een aantal dames bezig om voor de volgende dag voorbereiding voor het eten te maken.


Tot twee maal toe reed Pim met zijn pick-up van mijn huis om de spullen voor het kinderfeest naar het huis van Siriporn te brengen. Intussen werd de “muur” geplaatst met behulp van bamboestokken en werden de contouren van het feestterrein zichtbaar. De meeste spullen voor het feest bleven in het huis van Siriporn die nacht. Misdaad is hier in Ngao zeldzaam, maar je moest niet het spek op de kat binden, vond Wilma en Siriporn en gelijk hadden ze. Trouwens in de winternachten kan het hier behoorlijk afkoelen en is alles drijfnat in de ochtend door het hoge vochtigheidsgraad van de lucht hier.

De grote dag breekt dan eindelijk op 26 december aan. Het feest zou om 10.00 uur beginnen met het uitreiken van de kleding en het schminken van de kinderen. Maar al om half-negen stonden er al kinderen te dringen voor de veranda van Johan. Toen wij om negen uur daar aankwamen waren er al veel kinderen aanwezig en die konden bijna niet meer wachten totdat ze de kleding uitgereikt kregen. Siriporn en haar zuster Loy gingen dan ook vroeg alle kleding naar de tent brengen en gewapend met een microfoon probeerde Siriporn wat lijn in de chaos te krijgen. Dat lukte aardig en ook de tent waar er geschminkt zou worden liep aardig vol.

Vol trots paradeerde de kinderen in hun Prinsessen of prinsen pak rond. Intussen gingen Wilma en Sylvia de prijzen gereedleggen van de spelletjes. Die zouden om een uur beginnen. Van ieder kind werd door Hendrik een foto gemaakt. De memory-card van de camera bracht ik naar de foto-zaak en tegen drie uur zouden de foto's gereed zijn. Toen alles klaar was kregen de kinderen, maar ook de volwassenen te eten. De dames hadden hun best gedaan en al het eten werd opgegeten.



Wilma en Sylvia lieten zich ondertussen in mijn huis omkleden en opmaken om als Prinsessen een triomfantelijke intocht te maken in de versierde tuk-tuk van Thomas. Gavin stond hen daarbij terzijde als Prins op een paard. Een stok met een paardenhoofd wel te verstaan.

Het werd een triomfantelijke intocht van de twee Prinsessen met hun kleine Prins. De versierde tuk-tuk bracht hun aan het hek en tussen de twee rijen mensen door maat zij een wandeling naar de tent, waar de champagne klaar stond. Met het drinken van dat glas champagne was teven het startschot voor het begin van het feest.




Wilma had ook een optocht georganiseerd en Siriporn en ik hadden er mooie lange vaandels ervoor gekocht in een speciale winkel in Lampang. In de ochtend waren er vele ballonnen met helium gevuld en alle kinderen kregen een ballon. Langzaam werd zo de optocht bij het hek geformeerd. Er waren ook beveiligingsmensen aanwezig die de optocht zouden begeleiden en aan het hoofd van de beveiliging ging trots een oude bekende staan. Met “motosike”, sirene en zwaailichten. Ook maakte een dansgroep deel uit van die optocht.

Met de tuk-tuk voorop en de Prinsessen erin gingen de heuvel af. In een pick-up reed aan de staart van de optocht het orkest mee en die speelde leuke deuntjes. Thaise muziek wel te verstaan.

Het was warm en het zweet liep in straaltjes van menig gezicht. De optocht liep tot aan de voet van de heuvel en had veel bekijks. De dansgroep voerde enkele Thais dansen uit toen de optocht stilstond en daarna draaide de optocht en begon de tocht weer de heuvel op. Zo'n optocht had Bahndong nog nooit gezien. Een heleboel mensen vonden het prachtig, Het was ook een mooi gezicht, de kinderen met hun kleding, de ballonnen, de vaandels, de versierde tuk-tuk, de dansgroep en de muziek erbij.

Op het feestterrein aangekomen, werd de optocht ontbonden en begonnen de spelletjes. Daar lieten
Doornroosje Sylvia en haar dochter princess Steffannie


Tommy en zijn assistente Noy hun van hun beste kant zien. Met veel verve leidde Tommy de spelletjes en de kinderen speelde die spelletjes met groot enthousiasme mee.


alle kinderen kregen een of zelfs meerdere prijzen mee naar huis. Het orkest speelde prima mee met die spelletjes en de musici hadden pret voor twee want ook zij vonden het prachtig. Het was hetzelfde orkest als bij het eerste kinderfeest.

Tussen de bedrijven door kregen de kinderen mooi opgemaakt snoepjes, roti's, een soort omelet met zoetigheid, schud-ijs, gewoon roomijs, limonade en patat te eten. Volgens mij zijn de kinderen die dag wel een of meer kilo's aangekomen.

Tegen zes uur, het begon al donker te worden werd het laatste spelletje gespeeld. En langzaam raakte het terrein leeg. Maar de kinderen hadden ook gehoord dat er vuurwerk zou worden afgestoken en er bleef een aantal kinderen achter.

Peter had voor vuurwerk gezorgd en ook “veilig” vuurwerk voor kinderen. Die liepen daar mee rond met stokken de vuurballen uitspuugde, sterretjes etc. Maar het zwaardere werk werd door Peter en zijn helpers gedaan. De hemel boven Bahndong werd verlicht door kleurige vuurwerk. Uiteen spattende lichten, veel luide knallen en als klap op de bekende vuurpijl een prachtig fontein van helder sterren.

Het feest was voorbij, maar we hebben nog lang aan een tafel na gepraat bij de lichtjes van kaarsen en olielampen.


Wilma heeft haar kinderfeest gekregen en het was een groot succes. Zij en Rob hebben het hele jaar door voor dat feest gewerkt. Markten in Amsterdam en omgeving afgestruint naar feestspul, via internet de nodig zaken besteld, uren thuis aan het feest gewerkt, foto's, tekeningen geprint, t-shirts met opschrift geprint, en een video gemaakt met echte muizen als intro voor de “echte” video. Kortom Wilma en Rob zijn en waren de ziel van het feest. Ook Silvia en Hendrik hebben daar in Nederland veel voorbereidingen gedaan voor het feest. Namens alle inwoners en kinderen van Bahndong wil ik hun hartelijk dank zeggen voor hun inzet, hun passie voor het feest en het brengen van zoveel plezier in het leven van de kinderen hier, maar ook aan de volwassenen, die met volle teugen genoten van het feest.


Hier in Bahndong heeft Siriporn met haar vriendin Arun vele uren aan het feest gewijd. Zij hebben de kinderen uitgekozen en de zaken geregeld die hier geregeld moest worden. Half Bahndong heeft tijdens het feest en bij de voorbereidingen hand en spandiensten voor het feest gedaan. Johan en Pim hebben ook veel gedaan. Johan kon bijna zijn huis niet meer binnen en Pim heeft als vakman diverse goede aansluitingen gedaan en heeft veel heen en weer gereden. Vraag het maar aan Gavin. Die vond het prachtig om met Pim mee te mogen rijden.


Een ding wil ik nog wel kwijt. In de aanloop naar dit feest is er door diverse personen kritiek geleverd over het feest. Men kon het geld beter besteden was hun kritiek. Maar als je het plezier van de kinderen bekeek en de dankbaarheid van hun naar Rob en Wilma toe is die kritiek niet terecht. Wat is toch heerlijk om een groot aantal kinderen een dag lang veel plezier te verschaffen. Nog jaren zal hier in Bahndon over dat feest gesproken worden en “Tante” Wilma en “Oom” Rob worden hier op handen gedragen.



Video deel 1 en 2 van het kinderfeest:


Princess Children Party Thailand from ThailandGekClub on Vimeo.




PART 2 Princess Children Party Thailand from ThailandGekClub on Vimeo.