zondag 31 januari 2010

Vluchtelingen in Thailand


“Gaza, Zuid-Afrika en Thailand horen tot de ergste plaatsen ter wereld om vluchteling te zijn”. Aldus het jaarlijkse World Refugee Survey van het Amerikaans Comite voor Vluchtelingen en Immigranten (USCRI), gedateerd 19 juni 2009.

Toen ik informatie ging inwinnen over vluchtelingen in Thailand kwam ik dit rapport tegen. Daar schrok ik eigenlijk wel van. Ik ging dus wat dieper spitten in de materie om na te gaan of deze bewering wel juist was en in welke mate dit dan wel juist was.

Maar laten we eerst bepalen Wat is een vluchteling? Er zijn verschillende soorten vluchtelingen, economisch vluchtelingen, verdreven vluchtelingen, politieke vluchtelingen. Voor alle duidelijkheid, in deze column behandel ik de verdreven vluchtelingen. D.w.z. mensen die gevlucht zijn voor het geweld dat in hun regio van het thuisland woedt of heeft gewoedt en niet kunnen terugkeren door welke omstandigheden ook. Deze vluchtelingen worden dan ook door de Vluchtelingen Organisatie van de Verenigde naties erkend. Over deze vluchtelingen gaat het in deze column.



Thailand ken of kende vluchtelingen uit drie landen. Birma, Laos en Cambodja. De vluchtelingen uit Cambodja waren op de vlucht tijden het Rode Khmer regime en zijn nu vrijwel allemaal terug in Cambodja. Deze groep laten we dus buiten beschouwing.


Vanuit Laos kwamen de Hmong, een volksgroep uit Laos die de Amerikanen steunde tijdens de Vietnam-oorlog. Toen in Laos een communistische staat werd, ontvluchten vele Hmong het land om aan de jacht door de communisten op hen te ontkomen. Velen zijn naar andere landen gerepatrieerd, met name naar de VS, maar een aantal zijn in vluchtelingenkampen in Thailand blijven steken. Een aantal van hen zijn een paar weken geleden door Thailand naar Laos teruggestuurd, ondanks protesten van de diverse hulp-organisaties. Men is bang dat, ondanks toezeggingen van de regering van Laos, de teruggekeerde Hmong vervolgd zullen worden. In deze column zal met name de vluchtelingen uit Birma behandeld worden, want dat is nog een uitzichtloze situatie vanwege het regime in Birma.


Thailand heeft het Verdrag t.o.v. de vluchtelingen van de Verenigde Naties niet ondertekend. Thailand heeft dus geen enkele verplichting t.o.v. de vluchtelingen die Thailand binnenkomen. Althans juridisch niet. De vluchtelingenorganisatie van de Verenigde Naties (UNHRC) heeft de toezicht op de vluchtelingen die in Thailand een goed heenkomen zochten en nog steeds zoeken.


De grootste groep vluchtelingen zijn de Karen. Deze groep heeft in Birma een eigen staat uitgeroepen en heeft een leger Karen National Union (Karen Nationale Unie, KNU). Maar ook de Karen hebben weer afsplitsingen binnen hun eigen organisatie en het Birmaanse leger vecht al decennia lang tegen de opstandelingen.


Vele Karen vluchten voor het geweld naar Thailand en ziten in opvangstkampen die langs de grens van Birma zijn opgericht. Deze opvangstkampen worden beheerd door diverse hulporganisaties onder de paraplu van de VN. Thailand zelf besteed weinig geld aan deze kampen. Alle hulp, zoals voedsel, onderwijs, medische hulp etc. wordt door die organisaties verschaft. De vluchtelingen in de kampen worden door de VN als “ontheemden” erkent. Dus mensen die voor oorlogsgeweld zijn gevlucht en wegens het steeds oplaaiend geweld, niet terug kunnen keren.


Er zijn Karen in Thailand die al vele jaren in Thailand wonen. Zelfs voordat de militairen de macht in Birma overnamen. Deze Karen zijn geen vluchtelingen en de meesten hebben dan ook de Thaise nationaliteit. Om misverstanden te vermijden hebben we het over Karen die vanuit Birma het oorlogsgeweld ontvluchten en die als vluchteling worden erkent door de VN. Zij hebben een vluchtelingenstatus en kunnen dus niet aanspraken maken op de Thaise nationaliteit met al zijn voordelen die daar aan verbonden zijn. Vluchtelingen mogen niet werken buiten hun kampen, mogen hun vluchtelingenkampene niet verlaten, alleen met speciale toestemming, mogen alleen lager onderwijs genieten, hebben geen toegang tot de medische zorg die Thailand aan zijn onderdanen biedt en hebbenen geen rechtspositie in het juridisch systeem van Thailand.


Overigens hebben vele legale Karen deze beperkingen ook. Vaak krijgen ze maar een vergunning om in een bepaalde district of provincie te werken, kunnen bv. geen huis op hun naam krijgen of een auto op hun naam hebben etc. Ook zijn er veel illegale arbeiders uit Birma in Thailand werkzaam en die hebben geen enkel recht. Maar het zijn geen vluchtelingen waar ik over schrijf. Het zijn economische vluchtelingen en worden dus ook niet erkent door de VN. Uiteraard hebben de illegalen geen enkele status of bescherming in Thailand. Vaak worden razzia's gehouden en worden ze over de grens gezet. Meestal komen ze weer terug, want in Birma kunnen zij niet aan werk komen en in Thailand hebben zij die mogelijkheid wel. Ze verdienen wel veel minder dan de Thais en zijn zo voor werkgevers aantrekkelijk om, alhoewel ze illegaal zijn, in dienst te nemen.


Ik beperk met tot een kamp, het Mae Lae Temperary Shelter, op 50 km ten noorden van de Thaise grensplaats Ma Sot. Ik beschrijf enkele gevallen van vluchtelingen die in dat kamp wonen. De bron van deze gevallen wordt vermeld als voetnoot van deze column.


Khwam Nyo Thin is 16 jaar. De laatst tien jaar van haar leven heeft ze doorgebracht in het kamp. Ze kan zich weinig meer herinneren van de vlucht die ze maakten met haar ouders, maar ze herinnerde zich wel de kogels van het Burmaanse leger die om hun oren vlogen en die aan haar vader het leven kosten.


Nu zit ze in dit kamp te wachten op, ja waarop eigenlijk. Dat weet ze niet. Complete gezinnen maken een kleine kans op een visum naar andere landen zoals de VS, Australiƫ of zelfs Noorwegen. Maar ze heeft alleen haar moeder en zus en als gebroken gezin, de vader stierf immers, hebben zij weinig kans om ergens anders een nieuw leven te beginnen.


Mah Lai bestaat uit en samenraapsel van rieten hutten met een bladerdak op een oppervlakte van 200 hectaren. Christenen maken ongeveer 50% van de bevolking van dat kamp uit gevolgd door Boeddhisten met 35% en moslims met 15%. Elektra is slechts beschikbaar voor het ziekenhuisje en de schooltjes. Drinkwater komt uit de bronnen.




Eten in het kamp is op de bon. Khwar heeft maandelijks recht op 16 kilo ijst, 1 kilo gele bonen, 1 kilo vispasta, 1 kilo bakolie, 1 kilo zout en 15 kilo houtskool. Een keer per jaar krijgt Khwar een setje nieuwe kleren. De vluchtelingen organisatie van de VN, UNHRC, heeft in het kamp een flinke vinger in de pap, maar het Ministerie van Binnenlandse Zaken van Thailand heeft het laatste woord. Bezoek zonder schriftelijke toestemming uit Bangkok maakt geen enkel kans.


Omdat de omheining krakkemikkig is, proberen de vluchtelingen buiten het kamp werk te vinden om wat geld verdienen als schoonmaakster of illegale bouwvakker. Dit wordt onder oogluikend toegestaan door de Thaise bewakers, die dan wat toegestopt krijgen. Worden deze illegalen werkers buiten het kamp opgepakt, dan worden ze onherroepelijk naar Birma teruggestuurd en verliezen zij hun vluchtelingenstatus.


Het vooruitzicht van de vluchtelingen is om moedeloos van te worden. Het burmese leger jaagt de bewoners op alsof ze hazen of konijnen zijn. Soldaten overvallen de dorpen, vernietigenn de oogsten, dwingen de bewoners tot zware arbeid, moorden en verkrachten naar believen en jagen de overgebleven moeders en kinderen de jungle in. Ze komen in Thailand terecht en proberen de status als vluchteling te krijgen. Krijgen ze de status niet worden ze teruggestuurd naar Birma.






Maar Mae Sot, het grensdorp, gaat het voor de wind. Al dan niet legale Birmezen vormen een niet aflatende stroom arbeidskrachten. Die bevolken 231 fabrieken in en rond Mae Sot. De Thaise regering doet net of haar neus bloedt, want de verhouding met de regerende birmese generaal Than Shwe is vriendschappelijk en de economische belangen zijn groot. De lege retoriek van het Westen legt minder gewicht in de schaal dan de economische en politieke belangen van Thailand, China en India.

Leraren, ook vluchtelingen, proberen de kinderen wat basisbegrippen bij de brengen. Van regelmatig onderwijs is geen sprake, want men is afhankelijk van de VN. Thailand geeft vrijwel niets uit om onderwijs aan de vluchtelingen mogelijk te maken.



Gezondheidszorg is maar magertjes. 12% van de bevolking van het kamp lijdt aan een gevaarlijke malaria-soort. Als je echt goed ziek ben en de tocht naar Mae Sot overleeft dan kan je terecht in het kliniek van dr. Cynthya Maung. De kliniek in door haar in 1989 opgericht toen zij vluchtte voor de massamoord op de Karen in 1988.



Dit kamp staat als voorbeeld voor vele kampen langs de grens met Birma. Weinig vooruitzicht op terugkeer zolang het huidige regimee in Birma aan de macht is. Langs die grens verblijven zo'n 210.000 gevluchtelingen van Karen, Mon, Shan en Karenni, die voor hun bestaan afhanklijk zijn van hulpverleningsorganisaties.


“De Birmaanse regering wil ons niet. En in Thailand zijn we ook niet welkom. Het voelt alsof wij geen recht hebben op een bestaan”. Dat is de klacht die velen hebben.




Het is geen vrolijk verhaal wat hier is neergeschreven. Je kunt Thailand niet helemaal de schuld geven over de ontstane situatie, want het land heeft problemen genoeg. Maar economische en politieke belangen spelen een te grote rol in de Asean-landen om daadwerkelijk iets doen aan het regime van Birma. Alleen als dat regime ten val komt en er een ander, wat meer humaan regime aan de macht komt en de omringende lande echt werk gaat maken aan het vluchtelingen probleem, zal er wat kunnen veranderen aan het uitzichtloze bestaan van de vluchtelingen. Maar er zal heel wat water door de Mekong of de Irrawady moet stromen, voordat er licht aan het einde van de tunnel zal zijn.


Bronnen:

World Refugee Survey van het Amerikaanse Comit voor Vluchtenlingen en Immigranten.

(USCRI).

Dagblad Trouw

Apeldoornse Stadsblad, De weekkrant,

Stichting Vluchtelingen

UNHRC

Zoa-vluchtelingenzorg

De Volkskrant

Website vluchtelingen Burma

Wikipedia

Vluchtelingenwerk

Geen opmerkingen: