zaterdag 23 oktober 2010

Trip naar Pai en Mae Hong Son

Een paar maanden geleden opperde Rene, een goede vriend van mij, om een trip te maken naar Pai en Mae Hong Son vanuit Chiang Mai. Ik was er zeker voor de porren, wan die trip had ik nog niet gemaakt. In oktober zou Rene op vakantie zijn in Thailand en zouden we die trip maken. Hotels werden geboekt en ik probeerde zoveel mogelijk informatie te verkrijgen over wat ons daar te wachten zou staan.

Ik kwam er vlug achter dat de weg naar Pai en Mae Hong Son bekend was om zijn vele bochten. “De weg met de duizend bochten” werd die weg dan ook genoemd. Op vrijwel alle sites die ik raadpleegde, stond dat indien men last had van wagenziekte, men een pilletje tegen wagenziekte moest innemen, voordat men de rit ging rijden. Ook wordt in motortijdschriften de weg als een van de meest spectaculaire ritten voor een motor aangeduid. Een motortijdschrift noemde de weg dan ook de mooiste weg voor motorrijders in de wereld.

Op vrijdag 15 okober haalde ik Rene op van het vliegveld. We logeerde in het Chiang Mai Gate Hotel. Een goede middenklasse hotel. De zaterdag was eigenlijk een vrije dag en we bezochten het nieuwe huurhuis van mij, gingen naar Ban Tawai om daar wat rond te neuzen.
Ban Tawai is een dorp bij Hang Dong waar je in allerlei kleine en wat grotere winkels Thaise en met name Noordelijke spullen kan kopen. Met name meubels, houtsnijwerk etc. Is er te kust en te keur. Niet goedkoop maar wel van goede kwaliteit. Het is een dorp opgezet voor de toeristen, maar het was er doodstil. Slechts een paar toeristen liepen er rond.
We aten in een restaurant daar in Ban Tawai en gingen toen naar het Airport Plaza, een enorm winkelcentrum bij het vliegveld van Chiang Mai. Daar kocht Rene een leesbril, die voor hem aangemeten was. De avond brachten we gezellig door in een barretje in bij de “Night Bazar” in Chiang Mai.

De volgende dag gingen we op weg naar Pai. Vanuit Chiang Mai neem je eerst de weg 107 richting Fang. Na ong. 38 km sla je links af op de weg 1095, de beroemde “weg met de duizend bochten”. De weg is echt bochtig. Nergens is de weg meer dan 100 meter recht. Soms zijn de bochen wat flauw, maar er zijn ook haarspelbochten die steil omhoog gaan. Zowel voor de chauffeur als de passagier is het heerlijk rijden. Met een gangetje van 30-40 km per uur kan je genieten van de mooie natuur en van de vergezichten. Harder dan 30-40 km per uur kan je niet rijden want de bochten komen snel achter elkaar.

Als koffieleut wil ik dan wel stoppen voor een kop koffie. Langs de weg zijn er diverse koffietentjes en wij stopte dan ook bij een van die koffietentjes, Pankled Coffee, genaamd. Midden in de natuur en een mooi vergezicht op de bergen.
De koffietent, Pankled Coffee

Rene, eenzaam maar niet alleen.
Onderweg kwamen wij wegwijzers tegen van drie grotten, waarvan een de naam “Coffin Cave” had. We moesten een zijweg inslaan en dan na 6 km zouden de grotten zijn. Wij die zes kilometer rijden op een wat nauwe asphaltweg, die af en toe steil was. Na 6 km, geen bord die naar de grotten wees, wel een klein dorpje waar de weg een “dirtroad” werd. Nergens een bord te vinden waar die grotten dan wel zouden zijn. Dus dan maar weer omkeren en terug naar de 1095 rijden. De grote verdwijntruc van de drie grotten. Geen wonder dat een van de grotten de naam had van “Coffin Cave”, “Doodskist Grot”.

We kwamen ook een bord tegen waarop vermeld stond dat er een hotspring was, een heuse geyser met de naam, Pongduet Hotspring. Deze geyser was niet al te ver van de weg en wij gingen er naartoe. Het is wel een eindje lopen van de parkeerplaats, maar dan krijg je wel wat te zien. Een paar warmwaterbronnen, die borrelen als de beste. Op gezette tijden spuit de warmwaterbronnen de lucht in. Dat hebben we niet gezien, maar het was een fantastisch gezicht daar in de rimboe om die bronnen met veel stoom te zien.
Veel stoom bij de bronnen
Je moest wel een eind lopen om bij die bronnen te komen.


Tegen half vier kwamen wij aan bij het resort, Pai Hotsprings Spa Resort. Dat resort ligt op ongeveer 12 km van Pai af en werd goed aangegeven door middel van borden. Het resort had onze reservering nog niet doorgekregen en na enig telefoneren van de receptie kregen wij een upgrade. We kregen ieder een bungaow met uitgebouwde bad. Daar kan je vrijwel in liggen met het hete water van de warmwaterbronnen. Het is een uitgestrekt resort aan een rivier. Heel mooi gelegen.
Het Resort.


In de avond gingen we naar Pai. Een aardig dorp met wat nauwe straten. In die nauwe straten zijn stalletjes, kortom er is een markt, zoals je veel in Thailand ziet. Wel gezellig en met wat restaurantjes en barretjes. Het was er gezellig druk, met wat “bekpekkers” en veel Thais.
De volgende ochtend gingen we op weg naar Mae Hong Son. Vlakbij het resort ligt de ”Memorial Bridge”. Een moderne brug ligt er vlak naast waarover de weg gaat. De Brug is in de oorlog gebouwd en is een spoorbrug, maar de spoorstaven zijn er niet meer. Je kunt over de brug wandelen over houten planken, maar hier en daar zie je wat gaten in de planken, dus voorzichtigheid is geboden.
De “Memorial Bridge”
De weg naar Mae Hong Son is ook bochtig en met wat steile stukken. Er is een “view point” in aanbouw. Prachtige vergezichten, maar het was er koud op die top van die berg. In korte broek en polo-shirt liepen we bibberend rond.
Vergezicht vanaf de “view point”

12 kilometer voor Mae Hong Son gingen we naar de “Fish Cave”. Daar zouden vissen in de grot zwemmen. Het is een Nationaal Park, “Tampla Namtok Phasua National Park”, genaamd. De toegangsprijs voor “farangs” is 100 baht. Je loopt een paar honderd meter naar die grot langs vijvers waar mooie vissen in zwemmen. Je kunt uiteraard voer voor die vissen kopen en die zijn zo getraind, dat als je op een bruggetje staat, die vissen al aan komen zwemmen voordat je wat voer in het water strooit.

De grot is niet al te groot met wat beelden. Maar in de spleten in de grot zie je mooie blauwe vissen zwemmen. Wel oppassen dat je niet in de spleten valt, want het kan glad zijn. Het park is gelegen in mooie natuur en het is een plezierige wandeling rond de vijvers en rivieren.
De vissen hebben belangstelling voor Rene.


Beelden in de grot



Vissen in de spleet bij de grot.


Mooie omgeving van het natuurpark


We kwamen rond vier uur in Mae Hong Son aan. We moesten even zoeken naar het hotel waar we zouden logeren. Maar naar enig zoeken vonden we het. Plattegronden zijn niet erg betrouwbaar. We logeerden in het “Maehongson Mountain Hotel”. Vanuit het hotel was er weinig “mountain” te zien, maar de kamers waren prima en het hotel had een mooie tuin
In de avond gingen we de stad in. Mae Hong Son maakte een uitgestorven indruk. Weinig mensen op straat en heel weinig toeristen. Dit terwijl er in Thailand schoolvakantie was. We dronken een drankje in een bar en aten in een prima Thais restaurant., maar verder was er weinig te beleven in Mae Hong Son.

De volgende dag ging ik bij een reisbureautje informeren wat er zoals te zien valt rondom Mae Hong Son en waar ik met mijn trouwe Honda kon komen. De vriendelijke man van het reisbureau beveelde mij een paar plaatsen aan met een weg die prima de berijden was.
We gingen op weg naar de “Phasua Waterval”, niet ver van die “Fish Cave”. We moesten een weg inslaan, die goed te berijden was en we gingen door dorpjes, wat steile hellingen en kwamen bij de waterval terecht. Je hoefde niet ver te lopen om die waterval te kunnen bekijken. Ook hier was de waterval in de rimboe. Wat trappen op en af, lianen wegduwen en je was bij de waterval.


De “Phasua Waterfall”

Een twintigtal kilometer verder bezochen wij het dorpje “Ban Rak Thai”, wat betekend “Dorp houdt van Thai” Het is een dorp gelegen aan een meertje en er wordt thee verbouwd. Er zijn hutjes waar je kan overnachten en overal zijn winkeltjes waar je thee en andere spulletjes kan kopen. Je kunt er overal thee proeven. De geschiedenis van dit dorpje is dan ook merkwaardig. In 1949 vluchten de soldaten van Tjang Kai Tjek Burma in. De communisten in China hadden het leger van Tjang Kai Tjek verslagen en die vluchte naar Formosa, het huidige Taiwan.

De soldaten die Burma invluchten moesten daar weer weg en kwamen terecht in Thailand, in dit dorpje. Ze zetten theeplantages op met behulp van donaties van de Koning en alras was het een toeristische pleisterplaats. Uit dankbaarheid naar de Koning noemde men het dorpje “Ban Rak Thai”. Men spreekt er nog een soort Chinees, want ik kocht wat thee voor Dweil, maar het vrouwtje dat ons bediende, sprak geen woord Thais en sprak alleen een soort dialect, waar wij niks van verstonden. Ook hier waren er weinig toeristen. Volgens mij zijn de hutjes waar je kan overnachten nogal primitief. Maar er zijn wat restaurants waar je kunt eten. Een leuk dorp om te bezoeken, zeker vanweg de geschiedenis die er achter zit.
Als je het dorp inrijdt.


Ban Rak Thai


Hutjes waar je kan overnachten.


Daarna reden we naar Mae Hon Son terug en gingen wat drinken en eten bij het meertje dat midden in Mae Hong Son ligt. Verfrist gingen we de berg op waar “Wat Phrathat Doi Kong Mu” ligt. De tempel bestaat uit twee grote pagodes en ligt een kilometer van Mae Hong Song af. Het is een steile weg naar die pagodes en boven gekomen heb je een prachtig uitzicht over Mae Hong Son
Er zijn winkeltjes en er waren wat bezoekers bij die pagodes. De moeite waard om te bezoeken als je in Mae Hong Son bent.
Bij de pagodes. Er zijn 1464 bochten tussen Chiang Mai en Mae Hong Son, via Pai. Ik heb ze niet geteld.


Een van de pagodes



De andere pagode



Het vliegveld van Mae Hong Son, gezien vanaf de berg.


Gedeelte van Mae Hong Son, gezien vanaf de berg.

In de avond zijn we naar een markt in Mae Hong Son geweest.
Het was er gezellig, maar met niet al te veel mensen. Zodra je de mark verlaten had, was er bijna geen mens op straat te bekennen.
Wij zouden eerst de “short loop” terug naar Chiang Mai nemen, maar bij nader inzien deden we dat maar niet, want de korte route was alleen geschikt voor 4-wielaandrijving. Mijn trouwe Honda kan veel, maar niet op een weg rijden die alleen geschikt is voor 4-wielaandrijving.

Dus namen we de 108 van Mae Hong Son naar Chiang Mai. Een wat drukke weg. Onderweg kwamen regelmatig kleine wegverspoelingen tegen, die goed waren afgezet. Tevens ook de nodige gaten in de weg. Soms was de weg prima, om daarna weer op een groot stuk weg te rijden, waarop mijn trouwe Honda een hekel heeft. We gingen tegen acht uur weg uit Mae Hong Son en waren half vier terug in het Chiang Mai Gate Hotel. Net voordat de regen neerviel.
Het waren vier prachtige dagen waar wij veel hebben gezien en hebben genoten van de natuur, de bochtige weg, watervallen en een visgrot.
Een aanrader voor iedereen die het uiterste Noorden van Thailand wil gaan verkennen.

http://thailandgek.clubs.nl/

Geen opmerkingen: