zondag 17 juli 2011

Een dagje Chae Hom met Titiwhat

Titiwhat is een Thaise monnik en tevens goed bevriend met mij. Hij komt oorspronkelijk uit Khon Kaen en is op wat latere leeftijd monnik geworden. Ik leerde hem kennen toen hij leraar was in Wat Analayo bij Phayao. Wat Analayo is tevens een meditatie-centrum en Titiwhat is een van de leraren meditatie daar.
Hij is ook een jaar gestationeerd geweest in Nieuw-Zeeland, in een tempel in Auckland. Sinds 2010 is hij gestationeerd in een tempel in Lat Krabang.
In de loop van de jaren ben ik vaak met hem op reis geweest. Vooral naar zijn geboortestreek in de Isan. Khon Kaen en Nong Khai hebben we vaak bezocht.


Verleden week (10 juli) kwam hij voor een paar dagen logeren bij mij in Hang Dong. Hij wilde ook naar Chae Hom. Daar buiten Chae Hom is een nieuwe tempel op een berg en daar zijn we al een paar keer geweest. Ik heb de tempel en de aangrenzende gebouwen in de loop van jaren zien opbouwen en het is nu een mooi complex geworden. Niet groot, maar met een prachtig uitzicht op Chae Hom.
Titiwhat wilde graag naar Chae Hom, omdat de Abt van Wat Analayo aan de tempel in Chae Hom een bezoek zou brengen. Ik vond dat best, want dan zou ik weer een andere monnik zien, waarmee ik bevriend ben. Hij is twee jaar in het Boeddhistisch centrum van Düsseldorf geweest en spreekt een beetje Duits. Hij bestiert daar die tempel in Chae Hom.
Woensdag gingen we op weg, via Lampang, naar Chae hom. Uiteraard werden nog eerst wat benodigdheden bij BigC gehaald, want je kan niet met lege handen aankomen. Ook werden er wat geschenken voor de Abt gekocht.
We werden hartelijk verwelkomt daar bij die tempel en na een uurtje gingen we naar Chae Son National Park. Daar zijn warmwaterbronnen, maar ook badhuisjes, waar je in het zwavelhoudend water kan baden. Het hete water van de bronnen wordt wat gekoeld met het water dat uit een stroompje daar komt. Er is ook een waterval in Chae Son, die een kilometer hoog is. Niet een waterval, maar op verschillende etages. Je kan met de trap, die kilometer langs de watervallen klimmen.

Het water in de badhuisjes is warm, maar met een lichte zwavelgeur. Je mag dan ook maximaal tien minuten in dat water zitten. Je moet je wel goed douchen om de zwavelgeur van je lijf te krijgen.Meestal sliep ik daar in dat tempelcomplex op een matje op de grond. Maar nu was er een echt bed voor me . Met matras en al. Slapen op een matje op de grond is niet een van mijn favorieten bezigheden. Als je geen hernia hebt, dan krijg je er wel een, als je een nacht doorbrengt op een dun matrasje op een tegelvloer.
De volgende ochtend kreeg ik als ontbijt, spaghetti met een saus. De “Duitse” monnik had dat klaargemaakt met juspoeder uit Duitsland. Wel wat veel van die poeder had hij gebruikt voor die saus. In plaats van twee theelepels, had hij twee zakjes gebruikt. Het gevolg was dat de saus bremzout was en niet te eten. Tevens werd de spaghetti koud opgediend. Uitvoerig bedankte ik hem voor al de moeite, maar schoof het bord met de spaghetti van mij af. Zelf de hond wilde het niet eten.
De Abt van Wat Analayo zou niet het tempelcomplex bezoeken, maar een tempel en huizen, dat in aanbouw was en veel hoger lag dan het tempel complex. Ik keek wat omhoog en zag drie witte stipje tegen de bergwand aangeplakt. Daar moesten we naartoe.


Mijn trouwe Honda kon die weg echt niet berijden, werd mij gezegd. Alleen 4W aangedreven wagens konden die hellingen aan.
Tegen een uur kwam er een pick-up aan en gingen wij naar boven. Op een weg van beton, smal en met steile hellingen gingen we naar boven. Mijn trouwe Honda zou gillend van angst die hellingen bekeken hebben en als een haas weer naar de parkeerplaats zijn gevlucht.
De weg kronkelde naar boven en na tien minuten waren we bij een parkeerplaats. Daarna was het nog drie honderd meter lopen en kwamen we bij een huis dat tegen de berghelling was aangeplakt. Even verderop was nog een huis en boven ons waren werklieden bezig om nog wat te bouwen. Een groot Bhoedha-beeld stond er al. Hoe ze dat Bhoedha-beeld naar boven hebben gekregen zal voor mij altijd een raadsel blijven.


In het tweede huis waren een aantal Thaise mensen aanwezig. Dat waren de donateurs van die huizen en wat er in aanbouw was. Ik maakte kennis met een neuroloog die met pensioen was. De meeste echtparen waren van mijn leeftijd en zaten goed in de slappe was. Dat kon je zo zien.
Ik kon gelukkig op een veranda van het eerste huis mijn sigaretjes roken en teven van een schitterend uitzicht op het tempelcomplex beneden en op het dorp Chae Hom. Kreeg wat koffie met Thaise koekjes en het wachten was op de Abt.
Die kwam tegen twee uur en leunend op een wandelstok maakte hij ook de wandeling naar de huizen. Bij het tweede huis werd hij begroet door de donateurs en maakte met iedereen wel een praatje. Ook werden er de nodige foto's gemaakt met de abt, die in een stoel zat.


In een ruimte, waar beelden, kaarsen en allerlei spul was geplaatst in een soort altaar, ging de abt tegen de muur zitten en brachten de donateurs hun geschenken aan hem. Dat waren bloemen tot en met tl-buizen. Met veel gebeden werden die geschenken overhandigd. Ik maakte wat foto's en moest langs de knielende mensen gaan. Met twee andere fotografen schoten wij de plaatjes.


Toen waren de aanwezige monniken aan de beurt om hun respect aan de Abt te tonen. Daar werden dan ook weer de nodige gaven aan hem gegeven en de monniken wierpen zich letterlijk in het stof voor hem. Je kan zien welke rang een monnik heeft. Als hij een andere monnik ontmoet dan gaat een van hen op de knieën en buigt drie keer voor de monnik in hogere rang. Titwhat heeft een wat hogere rang, want meestal knielen de monniken voor hem.



De Abt van Analayo is een belangrijke monnik. Vaak is hij in Bangkok, want hij maakt deel uit van de Raad van Monniken, ik noem het maar zo, waarvan de “Supreme Patriarch” de voorzitter is. Op 2 augustus is hij jarig en dan is er een groot feest bij Wat Analayo. Ik heb gezien dat geschenken met een olifant bij hem gebracht werden. Er zijn honderden monniken aanwezig en ook duizenden mensen uit het hele land. De middenstand van Phayao verzorgd die verjaardag en er zijn letterlijk tientallen voedsel en drank tentjes, waar je gratis eten en drinken kan krijgen. Een opmerkelijk feest, daar op 2 augustus.

Nu weer naar Chae Hom. Nadat de monniken hun respect hadden getoond ging de Abt met de donateurs naar een ander huis. Ik ging weer met de monniken mee naar benden. In een pick-up werd de rit naar beneden een ervaring. Ik zat langs de chauffeur en die vond dat prachtig om met mij een praatje te houden terwijl hij langs de afgronden reed en nauwelijks op de weg keek. Ik heb grijze haren, maar die werden wat grijzer tijdens die rit naar beneden.

Tegen drie uur in de middag bracht ik Titiwhat naar het busstation van Lampang. Hij ging verder met de bus naar Bangkok en ik ging naar mijn vertrouwde huis in Hang Dong.Ik vind het interessant om met Titiwhat op pad te gaan. Je komt op plaatsen waar weinig “farangs” komen en je ontmoet mensen uit allerlei verschillende klasse. Van arme mensen in een door God verlaten gehucht in de Isan tot invloedrijke Thais die wat in de melk te brokkelen hebben. Hoewel ik weinig Thais kan spreken en nog minder kan verstaan, krijg je toch een indruk van hoe de “gewone” Thais hun dagelijks leven invullen. En zeker t.o.v. monniken. Want daar zit wel een verschil in.

donderdag 16 juni 2011

Colors of Chiang Mai – Fietsen in Chiang Mai


Fietsen in Thailand, dat doe je als je zelfmoordneigingen hebt.
Thais noemen dan ook fietsers “kamikazes”. Nergens zijn er fietspaden, als fietser sta je op een van de onderste ladders van de Thaise verkeersladder en je bent vogelvrij.
Maar steeds zie je meer fietsers op de weg. Vooral op zondag zie je soms hele pelotons op de snelweg. Met een auto ervoor en de bezemwagen erachter. Het lijkt dan net een “mini-Tour de France”.
Maar fietsen is leuk. Je ziet veel meer en vooral in de nauwe straatjes bied fietsen een mooie blik op het dagelijks leven hier in Chiang Mai.
In Chiang Mai hebben, naar mijn weten, twee touroperators fietstochten uitgezet. Een fietstocht, van “Thailand Trek Tours” gaat door het platteland, ongeveer 20 km buiten Chiang Mai, in de regio van Doi Saket.
De andere fietstocht is van RBB, Recreational Biking Bangkok. Die touroperator heeft een fietstocht door de buitenwijken van Chiang Mai, in de regio van het vliegveld. En met die fietstocht gingen Rob, Wilma, Rene en ik mee. Fietsen is goed voor je conditie en je ziet nog eens wat.
 
Verzamelen voor die fietstocht doe je bij het kantoor/huis van Fokke van Egmond. Dat kantoor/huis ligt in een “estate”, vlakbij de snelweg naar het vliegveld. “De Dame” bracht ons daar feilloos heen, maar “De Dame” wist niet dat de weg naar die “estate” in de spits een een-richting verkeer had. Politie regelde het verkeer en we konden aansluiten bij een file. Maar die file was gauw opgelost, want de weg werd door de Thaise Hermandad vrijgegeven.
Bij het kantoor van Fokke stonden de fietsen al in slagorde opgesteld. Er waren genoeg fietsen en je kon uitzoeken welke fiets het beste bij je paste. De zadels werden afgesteld en we reden even een rondje of alles wel goed was.

Even wachten op een Koreaanse Amerikaan met zijn vriendin. Die kwamen ook en met Fokke aan kop en de mecanicien als “bezemfiets” gingen we op pad. De fietstocht zou 4 a 5 uur duren. Het was mooi weer en er werd geen regen verwacht.
De eerste stop was de Chinese Tempel “Wat Chin”. Dat was hele andere koek dan een doorsnee Thaise tempel. Een enorme betonnen draak grijnsde ons tegemoet en zijn bek stond open om ons te verzwelgen. In felle kleuren nodigde die draak ons uit om in die bek naar binnen te gaan. De tempel is felgekleurd. Overal staan beelden van goden en godinnen en wat ook opvalt is dat de offerblokken echte kluizen zijn.


Wij gingen die bek van de draak binnen en in de ingewanden van die draak waren prachtige fresco's aangebracht. Die beelden het leven uit van Boeddha. De mecanicien, die perfect Engels sprak, legde ons uit wat al die fresco's voorstelde. De fresco's waren prachtig van kleur en de gang in de draak was lang, maar de hele wand van die gang was beschildert.


Deze Chinese tempel is zeker waard om te bezoeken. Het is totaal verschillend van de meeste tempels die je hier in Thailand ziet.

Blij dat we niet door de draak verzwolgen waren, stapte we op fiets en gingen naar de volgende stop. Dat bleek “McKean Leprosy/Rhebilitation Centre” te zijn. Een melaatsen en een revalidatie/ verpleegtehuis.
Dat melaatsenkolonie is in 1907 door een Amerikaanse zendeling, McKean, gesticht. We kwamen eraan en er zaten wat oude mannen, sommige in een rolstoel en die hadden melaatsheid onder de leden. Je kon dat goed zien, want vingers ontbraken aan hun handen en ook de tenen aan hun voeten waren verdwenen door de melaatsheid. Tegenwoordig is melaatsheid vrijwel verdwenen, maar is de kolonie een revalidatie en verpleegtehuis. Rondom het plein waren kleine bungalows, waar de patiënten gehuisvest werden. Een kerkje trok mijn aandacht. Het was een typisch zendelingenkerkje, die ik ook vaak in Namibië gezien had bij de missieposten van Nederlandse paters.


Wilma deelde wat uit aan de melaatsen en we keken hoe de zalen eruit zagen. De kolonie is erg groot en we fietsen er ruim tien minuten doorheen. Het was oorspronkelijk een rustplaats voor de olifanten die werkten in de bossen. Maar een “witte” olifant overleed en niemand wilde meer op dat landgoed vertoeven, vanwege de boze geesten die het overlijden van die “witte' olifant” had opgeroepen. McKean kreeg dat landgoed bij wijze van spreke voor niets.


Er is ook een museum in de kolonie, maar die was gesloten. Ik zal daar zeker nog wel eens een kijkje nemen, want er ligt veel geschiedenis in die kolonie. Overal zag je die bungalows. Sommige erg oud, anderen redelijk nieuw. Ook deze kolonieis een aanrader voor ieder die meer wil zien van Chiang Mai dan alleen Doi Suthep.
We stapte weer op onze ijzeren ros en reden door de nauwe straten van die buitenwijk van Chiang Mai. Het is aardig om te zien hoe men daar woont en werkt.
Zo kwamen we bij een bakkerij waar broden en broodjes gebakken werden. Personeel genoeg en in de bakkerij was men danig bezig. Je moet echter niet denken dat die bakkerij een toonbeeld is van een Nederlandse bakkerij. Het is een georganiseerde chaos, maar iedereen weet wat men moet doen.
We kregen een heerlijk broodje die boven met boter en suiker was besmeerd. Lekker vers en heerlijk om te eten. Er hing echt een bakkerijlucht die ik van vroeger herkende als ik een brood moest halen in de bakkerij in Breda, waar ik in mijn kinderjaren woonde.



We gingen weer verder fietsen en kwamen bij een tempel met crematorium. De tempel heet Wat Chediliem. Het is een mooie tempel met een paar gongs, waar we op hartelust gingen slaan. Er is een gesloten en open crematorium. De open crematorium is precies zoals dat in Ngao was.


We kwamen ook voorbij een snoepjes fabriek. Daar werden kleine snoepjes gemaakt die mooi ingepakt werden. De machines die de mengsels voor die snoepjes maken, leken oud, maar deden hun werk goed. Ook hier waren redelijk wat mensen aan het werk. De snoepjes smaken heerlijk. Niet te zoet, wat eigenlijk vreemd is in Thailand en je kauwt de snoepjes heerlijk weg.



Een school mocht niet ontbreken in deze trip en kwamen bij een lagere school aan. De kinderen waren verbaasd dat ze zoveel “farangs” zagen, maar vonden het prima. We bezochten een klas met kinderen van rond de zes of zeven jaar. Vooral Rene blonk uit als een prima onderwijzer. De kinderen schreeuwde precies na wat hij hun voorzegde. De school zag er beter uit als de scholen die ik hier in Thailand had gezien. Het kwartiertje dat we er vertoefde is geen maatstaf hoe de school werkelijk functioneert. Maar het was erg leuk en de kinderen waren enthousiast.


De inwendige mens moest ook versterkt worden en we aten bij een Stichting die weeskinderen van de Hmong-volk opvangt en huisvest. Ook zijn er kinderen gehuisvest van het Hmong-volk waar de ouders niet voor de kinderen kunnen zorgen. De Stichting word door Nederlandse donaties ondersteunt . Het weeshuis heet het Piyawat weeshuis en het ziet er modern en opgeruimd uit. Een website over dit weeshuis is: http://www.unboundedlife.com/?p=555 en hier kan men ook wat lezen over het weeshuis: http://hilltribechildrenasia.com/Support_Hilltribe_Children_Asia.html
Wat zou Thailand zijn zonder keramiek. We bezochten een pottenbakkerij waar potten gemaakt en gebakken werden. Het is verbazend om te zien hoe zo'n pottenbakker uit een klomp klei zo'n mooie pot kan maken. De pottenbakkerij ziet er niet uit. Het is wat donker en van ARBO hebben ze nog nooit gehoord. De pottenbakker zelf herken je bijna niet. Het zou zo een klomp klei kunnen zijn. Het is wel leuk om te zien hoe alles daar in zijn werk gaat en je leert er nog wat van.




Ook kwamen we langs een standbeeld van Koning Chulakorn. Het is de meest beroemde koning die Thailand heeft gekend en heeft Thailand de moderne tijd in geleid. Hij wordt nog steeds erg vereerd in Thailand en overal zie je zijn beeltenis in huizen en winkels hangen.

We reden over de mooie weg, een stukje maar, Chiang Mai-Saraphi die omzoomd is met oude rubberbomen. Een prachtige weg, die ik vaak met de auto reed.
We kwamen bij een markt, waar we eerst wat te drinken kregen. Het was warm en ik had gelukkig een mooie pet van Wilma gekregen, die mij enige bescherming bood tegen de zon. Nadat we het drankje naar binnen gewerkt hadden gingen we de markt op. Ik schrijf wel “we”, maar ik bleef lekker bij die tent met koele dranken zitten. Markten heb ik in allerlei groottes en vormen gezien.
Nadat het gezelschap terug kwam van die markt, gingen we het laatste stukje fietsen. Naar het begint punt van de tocht. Inmiddels was het al half-drie geworden.
Ik heb genoten van die fietstocht. Je ziet vele dingen die je in de auto niet zou opmerken en je stopt bij bezienswaardigheden, waar je normaal nooit komt. Het was warm die dag en zelfs ik had wat verbrande armen. Rene had zonder hoed gereden en dat heeft ie geweten. In de avond had hij een verbrand hoofd.


Ik kan iedereen die fietstocht aanbevelen, als men in Chiang Mai komt. Het tempo is rustig en je fiets nooit lange stukken. Je stopt regelmatig. Voor mij was de leprakolonie het meest interessant, want daarbij komt de geschiedenis van Chiang Mai voorbij, die eigenlijk niemand weet.

De link van RBB is:
www.chiangmaibiking.com


Colors of Chiang Mai – Fietsen in Chiang Mai from ThailandGekClub on Vimeo.

zondag 12 juni 2011

Raketten, ruïnes, praalwagens en een hoop herrie.

Het doel van de trip met Rob en Wilma was het rakettenfestival in Yasothon. Dat festival word jaarlijks gehouden in dat stadje. De raketten worden de lucht ingeschoten om de geesten gunstig te stemmen, zodat er regen valt en de rijstoogst dat jaar goed zal zijn.

Het festival duurt drie dagen. Het is in het stadje een drukte van belang. Duizende verdringen zich in de straatjes en er is een grote markt, een kermis en langs de weg staan de praalwagens geparkeerd, te wachten op de dag dat de parade zal zijn.

Vanuit Korat is het een eindje rijden naar Yasothon. Via Roi Et kwamen we in de middag aan. We zouden drie dagen, vier nachten in het hotel verblijven. Yasothon heeft niet veel hotels. Ik schat dat Yaosthon de omvang heeft van Phayao. We logeerde in het J.P Emerald Hotel. Een mooi hotel, op loopafstand van waar zich alle afspeelt.

Rob en Wilma hadden een suite en daar kon je met een paar man wel in. Die suite was meteen het hoofdkwartier van Rob en Wilma. Wilma kennende, had ze alles goed geregeld. Koffie drinken bij Wilma was het devies voor de komende dagen.

Volgens het programma wat wij in het hotel kregen, zou de eerste dagen gewijd zijn aan dansen door dansgroepen. Om acht uur in de ochtend zou dat beginnen. Thailand kennende, sliep ik eerst goed uit en kwam pas tegen half tien boven water. Maar Rob en Wilma gingen al tegen acht uur het hotel uit. Toen ik tegen half tien het hotel verliet om ook een kijkje te nemen naar dat dansen, kwamen Rob en Wilma terug uit de stad. “Niks te zien”, was hun oordeel. Dan maar koffie drinken in de suite.

Even na tienen toch maar naar het centrum wandelen. Niks te zien, behalve de praalwagen die langs de weg stonden. Er werd fluks gebouwd langs de weg aan vele podia, waarop huizenhoge geluidboxen stonden. Dat beloofde wat geluidsoverlast, dacht ik zo.

In het centrum aangekomen, was er niet veel te zien. In een wat achteraf straatje stond een dansgroep te dansen. Wij er naar toe en wat bleek, daar werden de dansgroepen beoordeelt op hun kunnen. Er waren juryleden aanwezig, maar het was toch een wat armoedige plek. Wel stonden er wat mensen te kijken.


Voor ons westerlingen is een Thaise dansgroep leuk, maar voor ons zijn al die dansgroepen hetzelfde. Zeker wat de dans betreft en de muziek. De kleding van de dames verschillen wel, maar voor de rest is het allemaal hetzelfde in onze ogen.

Nadat we een uurtje dat spul hadden bekeken en Rob als een verwoed filmer zijn video's geschoten had, gingen we maar terug. In de brede straat bij het hotel had een vrachtwagen met trailer zich gevestigd. Op die trailer stonden ook huizenhoge geluidsboxen. Ik keek al in het rond waar je oordoppen kon kopen, want Thais kennende, zouden die geluidsboxen op volle volume staan.

Al lopend langs de podia, kregen we een voorproefje wat ons te wachten zou staan. Het geluid wat die boxen produceerde ging door merg en been. Vooral de basgeluidsboxen deden een aanslag op je ribbenkast. Volgens mij heeft Yasothon een wijd en zijn bekend staande doveninstituut, want de plaatselijke inwoners van Yasothon deden net of het doodstil was in het stadje.

De middag hebben we eigenlijk in het hotel doorgebracht. Tegen de avond gingen we weer de stad in en zodra we het hotel verlieten, konden we goed merken dat het feest in volle sterkte een aanvang had genomen. Maar in de binnenstad was het gezellig. Overal lichtjes, de markt was leuk en ook de kermis draaide volop. We gingen eten op een marktplein, waar ook een podium stond, maar daar stond het geluid niet zo hard. Op dat podium deden dansgroepen en zangeressen hun best. Het eten kon je halen in kraampjes die langs de weg stonden. Later die avond kwam Peter en zijn vriend ook in Yasothon aan. Die hadden de rit Lampang-Yasothon achter hun kiezen en dat kon je merken. Allebei waren ze wat vermoeid van de lange reis, Ze hadden veel regen onderweg gehad en dat voorspelde weinig goeds voor morgen. Dan zou de optocht plaatsvinden.



De tweede dag. De optocht zou om tien uur in de ochten aanvangen. Wel, tegen half-elf kwam er beweging in de lange stoet en wij waren net op tijd bij de podia waar alle hotemetoten zaten. De geesten hadden waarschijnlijk een slechte bui, want toen kwam de regen ook met bakken naar beneden. Iedereen probeerde te gaan schuilen, maar die arme dansgroepen en praalwagen stonden in de regen. De straten werden rivieren, maar gelukkig was de regenbui na een halfuurtje voorbij. Druipend kwam de stoet weer in beweging.



Rob en Wilma gingen hun eigen weg en ik liep wat verder op een mooie plek te vinden om foto's te maken. In het begin ging de stoet redelijk voorbij, maar daarna stokte het. Een halfuurtje stilstaan en dan ging men weer. Ik ging even bij het podium van de hotemetoten kijken en wat was het geval, de dansgroepen hielden voor dat podium stil en voerde hun kunstjes op. Dat duurde lang. Dan kwam er weer een of twee praalwagens voorbij en dan weer een dansgroep, die ook hun kunstjes voor de notabelen vertoonde.




Al met al duurde de optocht uren. Tegen een uur vond ik het welletjes en ging naar een koffieshop op weg naar het hotel. Lekker koffie gedronken, oordopjes van watten in mijn oren en het geluid was ietsjes minder. Wel hadden mijn ribben het zwaar te verduren gehad als ik langs een podium liep.


Elk podium speelde of zong een ander deuntje, dus wat het een kakofonie van geluiden. De bassen drongen tot je rugwervels toe. Maar eerlijk gezegd, was het reuze gezellig daar. De mensen waren vrolijk, er heerste een echte feeststemming en dan voel je je ook een met de meute.

Later in de middag gingen we de omgeving verkennen waar de volgende dag de raketten zouden worden afgeschoten. Dat bleek in een park te zijn. In dat park stond een mooi gebouw dat was omgetoverd tot een kunstexpositie. Daar zouden ook die avond de notabelen eten. Buiten dat gebouw was een enorm plein, waar etenskraampjes langs stonden. We besloten daar te eten.

Het plein was mooi verlicht en er was uiteraard een podium. Er werd veel gedanst daar en ook kwamen later wat komieken hun komedie opvoeren. Je begrijpt er geen bal van wat ze daar op het podium zeggen en doen, maar de Thais hadden pret voor twee. Het eten was overigens uitstekend. Er was van alles en niet duur.

De derde dag is het hoogtepunt van het festival. Dan gaan de raketten de lucht in. Ik had geen enkele notie hoe dat in zijn werk zou gaan. We gingen tegen tien uur naar dat park, dat was omgetoverd tot een markt. De kraampjes in de stad waren naar dat park overgeplaatst. In dat park was een grote kale ruimte met gras, waar de stellages stonde voor het afschieten van de raketten.

Drie stellages voor de kleine raketten en drie voor de grote jongens onder de raketten.



Toen we er aankwamen stegen al wat raketten op met veel rook en lawaai. Strenge veiligheidsmaatregelen werden er niet genomen en we konden vlakbij die stellages komen. Als apen klommen de raketbouwers die stellages op en bevestigde de raket op zo'n stellage. Draden lagen over de grond, want die raketten werden elektrisch ontstoken. Als iedereen klaar was en de stellagee van mensen ontdaan was, ging er een seintje naar de vuurleiding die in een tent achter zandzakken zat. Die tent was achter ons, dus veilig was het niet erg voor de vele fotograferende mensen. Met veel gesis, lawaai en rook steeg de raket op en als die raket wat hoogte had juichde de makers van die raket en voerde een vreugdedansje uit.




Ook de kleine raketten kwamen met veel rook en lawaai van de grond.

Het is een echt spektakel, die ik nog nooit in mijn leven had gezien. Duizende toeschouwers stonden op een brug, op de wegen en rondom die plek waar de raketten werden afgevuurd, Er waren een paar Tv-ploegen en vele fotografen, waaronder Rob, Peter en ondergetekende.

Mocht er een raket niet goed de lucht in gaan, worden de makers in de modder gesmeten.

Ik genoot van het lawaai, het gesis van de afgestoken rakketen en van de rook die de raketten uitspuugde. Een geweldige ervaring.

Maar het was erg warm en tegen een uur gingen we transpirerend een drankje drinken en later gingen we wat eten in een restaurant.

In de middag zijn we naar een ruïne gaan kijken die ongeveer 40km van Yasothon ligt. De wegbewijzering naar die ruïne liet wat te wensen over, maar we kwamen er.

De ruïne heet Dong Muang Toei. Het ligt wat verscholen tussen de bomen en men heeft geprobeerd om er een bezienswaardigheid van te maken, maar halverwege is men ermee opgehouden. Er staan wat gebouwen, maar die liggen er vervallen bij. Een monnik woont er, maar de scherven van opgravingen liggen verspreid op tafels en bied een troosteloze aanblik. Heel erg jammer, want men kan er een mooie bezienswaardigheid van maken. Cultureel erfgoed, zou ik zo zeggen, maar men laat het versloffen en het verval van de gebouwen en omgeving is goed te zien.

In de avond gingen we eten in een prima Thais restaurant, waar men, tot onze verbazing, perfecte desserts had. De banana-split was mooi opgemaakt en het ijs was een van de smakelijkste ijs wat ik in Thailand gegeten had.

De volgende dag bracht “De Dame” ons, via Roi Et en Khon Kaen naar Pitchanulok, waar we de nacht zouden doorbrengen. In het Paloma Hotel, waar Rob en Wilma, maar ook Rene eerder hadden gelogeerd.

De avond aten we in een restaurant op een boot aan de rivier. Eerst waren we nog gaan kijken naar een tempel, met een mooi Bhoedha-beeld. Maar ik had belangstelling voor de zonsondergang bij de rivier. Met een pagode op de achtergrond nam ik, naar mijn bescheiden mening, een mooie foto.


Pitchanulok is ook bekend om het restaurant met “de vliegende groenten” Daar zijn wij een kijkje gaan nemen en Rob en Wilma wilde wel die groente opvangen.

Op een aftands volkswagenbusje, even buiten het restaurant, sta je dan op het dak van dat busje met een deksel van een afvalemmer om de groente op te vangen. Voor de zekerheid staat een medewerker van dat restaurant er achter. De kok maakt die groente met veel vuur klaar in een minuutje en gooit het achterwaarts naar dat busje. De kunst is op het op die deksel op te vangen. En dat lukte Rob en Wilma. Veel vrolijkheid natuurlijk en het is leuk om te zien.


De volgende dag waren we, via Lampang, weer terug in Chiang Mai. Wilma ging meteen weer de boel in- en uitpakken voor de trip naar de bergvolken en Rob keek alles met gesloten ogen naar dat in- en uitpakken.


De volgende blog gaat over de fietstocht die Rob, Wilma, Rene en ik maakte in Chiang Mai.