zondag 17 juli 2011

Een dagje Chae Hom met Titiwhat

Titiwhat is een Thaise monnik en tevens goed bevriend met mij. Hij komt oorspronkelijk uit Khon Kaen en is op wat latere leeftijd monnik geworden. Ik leerde hem kennen toen hij leraar was in Wat Analayo bij Phayao. Wat Analayo is tevens een meditatie-centrum en Titiwhat is een van de leraren meditatie daar.
Hij is ook een jaar gestationeerd geweest in Nieuw-Zeeland, in een tempel in Auckland. Sinds 2010 is hij gestationeerd in een tempel in Lat Krabang.
In de loop van de jaren ben ik vaak met hem op reis geweest. Vooral naar zijn geboortestreek in de Isan. Khon Kaen en Nong Khai hebben we vaak bezocht.


Verleden week (10 juli) kwam hij voor een paar dagen logeren bij mij in Hang Dong. Hij wilde ook naar Chae Hom. Daar buiten Chae Hom is een nieuwe tempel op een berg en daar zijn we al een paar keer geweest. Ik heb de tempel en de aangrenzende gebouwen in de loop van jaren zien opbouwen en het is nu een mooi complex geworden. Niet groot, maar met een prachtig uitzicht op Chae Hom.
Titiwhat wilde graag naar Chae Hom, omdat de Abt van Wat Analayo aan de tempel in Chae Hom een bezoek zou brengen. Ik vond dat best, want dan zou ik weer een andere monnik zien, waarmee ik bevriend ben. Hij is twee jaar in het Boeddhistisch centrum van Düsseldorf geweest en spreekt een beetje Duits. Hij bestiert daar die tempel in Chae Hom.
Woensdag gingen we op weg, via Lampang, naar Chae hom. Uiteraard werden nog eerst wat benodigdheden bij BigC gehaald, want je kan niet met lege handen aankomen. Ook werden er wat geschenken voor de Abt gekocht.
We werden hartelijk verwelkomt daar bij die tempel en na een uurtje gingen we naar Chae Son National Park. Daar zijn warmwaterbronnen, maar ook badhuisjes, waar je in het zwavelhoudend water kan baden. Het hete water van de bronnen wordt wat gekoeld met het water dat uit een stroompje daar komt. Er is ook een waterval in Chae Son, die een kilometer hoog is. Niet een waterval, maar op verschillende etages. Je kan met de trap, die kilometer langs de watervallen klimmen.

Het water in de badhuisjes is warm, maar met een lichte zwavelgeur. Je mag dan ook maximaal tien minuten in dat water zitten. Je moet je wel goed douchen om de zwavelgeur van je lijf te krijgen.Meestal sliep ik daar in dat tempelcomplex op een matje op de grond. Maar nu was er een echt bed voor me . Met matras en al. Slapen op een matje op de grond is niet een van mijn favorieten bezigheden. Als je geen hernia hebt, dan krijg je er wel een, als je een nacht doorbrengt op een dun matrasje op een tegelvloer.
De volgende ochtend kreeg ik als ontbijt, spaghetti met een saus. De “Duitse” monnik had dat klaargemaakt met juspoeder uit Duitsland. Wel wat veel van die poeder had hij gebruikt voor die saus. In plaats van twee theelepels, had hij twee zakjes gebruikt. Het gevolg was dat de saus bremzout was en niet te eten. Tevens werd de spaghetti koud opgediend. Uitvoerig bedankte ik hem voor al de moeite, maar schoof het bord met de spaghetti van mij af. Zelf de hond wilde het niet eten.
De Abt van Wat Analayo zou niet het tempelcomplex bezoeken, maar een tempel en huizen, dat in aanbouw was en veel hoger lag dan het tempel complex. Ik keek wat omhoog en zag drie witte stipje tegen de bergwand aangeplakt. Daar moesten we naartoe.


Mijn trouwe Honda kon die weg echt niet berijden, werd mij gezegd. Alleen 4W aangedreven wagens konden die hellingen aan.
Tegen een uur kwam er een pick-up aan en gingen wij naar boven. Op een weg van beton, smal en met steile hellingen gingen we naar boven. Mijn trouwe Honda zou gillend van angst die hellingen bekeken hebben en als een haas weer naar de parkeerplaats zijn gevlucht.
De weg kronkelde naar boven en na tien minuten waren we bij een parkeerplaats. Daarna was het nog drie honderd meter lopen en kwamen we bij een huis dat tegen de berghelling was aangeplakt. Even verderop was nog een huis en boven ons waren werklieden bezig om nog wat te bouwen. Een groot Bhoedha-beeld stond er al. Hoe ze dat Bhoedha-beeld naar boven hebben gekregen zal voor mij altijd een raadsel blijven.


In het tweede huis waren een aantal Thaise mensen aanwezig. Dat waren de donateurs van die huizen en wat er in aanbouw was. Ik maakte kennis met een neuroloog die met pensioen was. De meeste echtparen waren van mijn leeftijd en zaten goed in de slappe was. Dat kon je zo zien.
Ik kon gelukkig op een veranda van het eerste huis mijn sigaretjes roken en teven van een schitterend uitzicht op het tempelcomplex beneden en op het dorp Chae Hom. Kreeg wat koffie met Thaise koekjes en het wachten was op de Abt.
Die kwam tegen twee uur en leunend op een wandelstok maakte hij ook de wandeling naar de huizen. Bij het tweede huis werd hij begroet door de donateurs en maakte met iedereen wel een praatje. Ook werden er de nodige foto's gemaakt met de abt, die in een stoel zat.


In een ruimte, waar beelden, kaarsen en allerlei spul was geplaatst in een soort altaar, ging de abt tegen de muur zitten en brachten de donateurs hun geschenken aan hem. Dat waren bloemen tot en met tl-buizen. Met veel gebeden werden die geschenken overhandigd. Ik maakte wat foto's en moest langs de knielende mensen gaan. Met twee andere fotografen schoten wij de plaatjes.


Toen waren de aanwezige monniken aan de beurt om hun respect aan de Abt te tonen. Daar werden dan ook weer de nodige gaven aan hem gegeven en de monniken wierpen zich letterlijk in het stof voor hem. Je kan zien welke rang een monnik heeft. Als hij een andere monnik ontmoet dan gaat een van hen op de knieën en buigt drie keer voor de monnik in hogere rang. Titwhat heeft een wat hogere rang, want meestal knielen de monniken voor hem.



De Abt van Analayo is een belangrijke monnik. Vaak is hij in Bangkok, want hij maakt deel uit van de Raad van Monniken, ik noem het maar zo, waarvan de “Supreme Patriarch” de voorzitter is. Op 2 augustus is hij jarig en dan is er een groot feest bij Wat Analayo. Ik heb gezien dat geschenken met een olifant bij hem gebracht werden. Er zijn honderden monniken aanwezig en ook duizenden mensen uit het hele land. De middenstand van Phayao verzorgd die verjaardag en er zijn letterlijk tientallen voedsel en drank tentjes, waar je gratis eten en drinken kan krijgen. Een opmerkelijk feest, daar op 2 augustus.

Nu weer naar Chae Hom. Nadat de monniken hun respect hadden getoond ging de Abt met de donateurs naar een ander huis. Ik ging weer met de monniken mee naar benden. In een pick-up werd de rit naar beneden een ervaring. Ik zat langs de chauffeur en die vond dat prachtig om met mij een praatje te houden terwijl hij langs de afgronden reed en nauwelijks op de weg keek. Ik heb grijze haren, maar die werden wat grijzer tijdens die rit naar beneden.

Tegen drie uur in de middag bracht ik Titiwhat naar het busstation van Lampang. Hij ging verder met de bus naar Bangkok en ik ging naar mijn vertrouwde huis in Hang Dong.Ik vind het interessant om met Titiwhat op pad te gaan. Je komt op plaatsen waar weinig “farangs” komen en je ontmoet mensen uit allerlei verschillende klasse. Van arme mensen in een door God verlaten gehucht in de Isan tot invloedrijke Thais die wat in de melk te brokkelen hebben. Hoewel ik weinig Thais kan spreken en nog minder kan verstaan, krijg je toch een indruk van hoe de “gewone” Thais hun dagelijks leven invullen. En zeker t.o.v. monniken. Want daar zit wel een verschil in.

Geen opmerkingen: