maandag 7 oktober 2013

1.Namibie en Zuid-Afrika.


Ik was ruim achttien maanden geleden in Namibia om mijn zus en zwager te bezoeken. Bijna acht weken verbleef ik in Swakopmund in Namibië.  Dat was eind 2011 en in augustus 2013 zouden mijn zus en zwager hun 50-jarig huwelijksfeest vieren. Ik beloofde bij dit feest aanwezig te zijn.
Bij terugkeer in Thailand opperde ik tegenover Johan, een goede vriend van mij, dat ik in augustus 2013 weer naar Namibië zou gaan. En Johan vroeg meteen of hij dan mee zou kunnen gaan. Hij was nog nooit in Afrika geweest en wilde Namibia en Zuid-Afrika wel eens zien. Natuurlijk kon Johan mee reizen naar die twee landen.

Eind januari begon ik aan de voorbereiding van die vakantie. Er waren vele mogelijkheden om vanuit Bangkok naar Johannesburg te vliegen. De snelste vlucht was met Thai Airways, een directe vlucht naar Johannesburg. Maar wel goed aan de prijs. Dus ging ik shoppen en kwam terecht bij Ethiopian Airways. Eerst van Bangkok naar Addis Abeba en daarna naar Johannesburg. Maar de prijs was meer dan 10.000 baht per persoon goedkoper als met Thai Airways. En dat scheel wel een slok op een borrel. Dus werd het Ethiopian Airways.

Toen de auto’s huren. In Namibie zouden redelijk was gasten uit Nederland en Zuid-Afrika aanwezig zijn en kon ik in principe geen gebruik kunnen maken met een van de auto’s van mij zus. Tevens zouden wij naar Erindi gaan en vandaar naar Windhoek, de hoofdstad van Namibië. Ook hier kan je goed via internet shoppen. De prijzen zijn heel verschillend voor dezelfde auto en ook de verzekeringen verschillen veel. Uiteindelijk koos ik voor Economy Car Rentals. Een prima werkend boekingssite voor huurauto’s. Je betaalde maar een klein bedrag vooraf en de rest wanneer je de auto komt ophalen.  Het voordeel was ook dat de verzekeringen voor de auto’s in de prijs was inbegrepen. Je had vrijwel geen enkele eigen risico.

Daarna de hotels in Windhoek bij aankomst en vertrek en in Kaapstad zouden we logeren bij “Lekkerbly” van Vic en Santjie. Goede bekenden van mij. Zij beheren een guesthouse.
Eind mei was alles geregeld en de maanden daarna vlogen voorbij. Op 28 juli zouden we van Chiang Mai vertrekken. En op 28 juli, kwam Peter mooi op tijd om ons, Johan was inmiddels aangekomen uit Ngao, naar het vliegveld te brengen. Ik had al eerder informatie gekregen dat onze bagage tot in Windhoek doorgelabeld zou kunnen worden en dat gebeurde ook op de 28ste juli. Dus geen gesleep met bagage. De reis zou 29 uur in beslag nemen, want ik had in elke tussenstop ruim drie uur wachten  berekend. Dit als er vertragingen zouden ontstaan.

Na een reis, via Bangkok, Addis Abeba, Johannesburg naar Windhoek kwamen we op 29 juli, vermoeid aan in Windhoek. De huurauto ophalen was een fluitje van  een cent en de reis van 60km van het vliegveld naar de stad Windhoek verliep voorspoedig. Dankzij “Anna”, de Garmin GPS-apparaat, kwamen zonder te zoeken bij “Maison Ambre” aan. Het guesthouse voor een nacht. Mijn zus gebeld dat ik goed aangekomen was en toen vlug onder de wol.

De volgende dag naar Swakopmund, de woonplaats van zus en zwager. De afstand vanaf Windhoek naar Swakopmund is ruim 350 kilometer. Via de dorpen Okahandja, Karibib en Usakos gaat de rit. Vanaf Usakos ga je de hoogte in en krijgt de omgeving langzaam het gezicht van een woestijn. De Namib-woestijn. De oudste woestijn van de wereld en dat zie je ook. Vanaf ongeveer 50km voor Swakopmund is er niet veel gras of struiken te zien. Zand en rotsen zie je alleen, met af en toe een armzalig kluitje gras, die geel  van de droogte is. De regenval is minimaal elk jaar.
Johan in de Namibwoestijn. Op de achtergrond een boerderij aan de oever van de Swakoprivier. De bedding van die rivier is droog, maar in de grond zit genoeg water.

Ik weet de weg goed te vinden, want er is maar een weg, die goed geasfalteerd is. In Swakopmund aangekomen, was niemand thuis bij mij zus. Dus dan maar naar haar bedrijf gereden. Zus kwam mij al op het trotoir verwelkomen. Mijn zwager was naar het vliegveld van Walvisbaai, om hun dochter met man en kinderen die uit Nederland kwamen, op te halen.

Die avond was er een “braai”. Barbeque, dus. Maar dan in huis. Een “binnenbraai”. Het is in Swakopmund vaak in de avond te koud om daar buiten vlees op een rooster te laten gaar worden. Dus zijn in veel huizen een "binnen-braai" gebouwd. Je ruikt niks in huis, want de schoorsteen trekt alle rook en geuren weg. Een “braai” in Namibie en ook in Zuid-Afrika bestaat uit 80% uit vlees. Er word wat salade er bijgezet, maar je eet veel vlees. Dat is trouwens bij elke maaltijd het geval. Veel vlees bij de maaltijd.

Een "binnen-braai". Er ligt al een rooster met vlees op de kolen.

De rest van de week deden wij het rustig aan. De zaterdag was het Gouden Bruiloftsfeest en Johan en ik verkenden een beetje Swakopmund. Het bruilofstsfeest was een uitgebreid diner met dansen daarna. 70% van de aanwezigen waren ouder dan 60 jaar, dus werd er na het diner op bescheiden wijze gedanst. Maar uiteraard werd er wel de polonaise gedanst. Dat was ook 50 jaar geleden het geval, dus dat moest dunnetjes worden overgedaan. Het was een heel leuk feest, met wat toespraken, lekker eten, maar vooral ook dat je weer oude vrienden en kennissen ontmoette. Het feest begon om half-vijf in de middag en duurde tot ongeveer elf uur in de avond. Het was zeer geslaagd. En prima georganiseerd.
Het gouden Bruidspaar.
Een overzicht van een aantal tafels bij het jubileumfeest.

De dagen daarna zijn Johan en ik op wat excursies gegaan. Je kan met een catamaran in de baai van Walvisbaai varen. Er springt dan een zeehond in de boot aan boord en die kan je aaien en fotograferen. Verder gaat de boot naar de uiterste punt van de baai, waar duizenden robben op het strand liggen en in het water tekeer gaan. Aan boord krijg je heerlijke oesters te eten, wat champagne te drinken en lekker hapjes. Het is een leuke trip. Maar toen wij die trip maakte was er een harde wind en werd het lekker wat ruw varen. Tot onze verbazing werd niemand zeeziek en we lieten de etenswaren dan ook lekker smaken.

Johan kijkt naar de kolonie zeerobben op het uiterste puntje van de baai van Walvisbaai.

We gingen ook naar Kaap Kruis, Cape Cross heet dat offcieel. Daar planten in de 16de eeuw Portugezen een marmeren kruis om te laten zien dat ze daar geweest waren. Er is ook een grote zeerobben (Cape Seal) kolonie en er worden, ondanks felle tegenstand van dierenbeschermingsorganisaties, jongen robben gedood voor hun velletjes. In Nambie en zeker aan de kust is er weinig tegenstand tegen het doden van de jonge robben. Een rob eet heel wat vis per dag en er zijn er duizenden. Als je niet zorgt dat die kolonie te groot word, vreten die robben de hele oceaan leeg. Ik heb vele herinneringen aan Kaap Kruis. Zo'n 46 jaar geleden waren mij zus en zwager daar de beheerders van het complex. Ik bracht daar een paar keer mijn vrije dagen door, waaronder Kerstmis 1967. Een overgetelijke Kerstmis, met wat vrienden en uiteraard mijn zus en zwager. Er is nu niets meer over van de huizen en schuren van destijds. Ik heb toen heel wat gezien van de omgeving van Kaap Kruis.

Het kruis dat de Porugezen in de 16de eeuw op Kaap Kruis planten. Het is ene kopie. Het orginele kruis staat in een museum in kaapstad.
De kolonie zeerobben op Kaap Kruis.

We brachten een bezoek aan "Duin 7". Dat is de hoogste zandduin tussen Swakopmund en Walvisbaai. Je gaat naar die duin aan de achterkant, dus niet de zeekant. Het is een populaire plek om te bezoeken. Er staan wat palmbomen en zitjes. De schoonzoon van Hanny en Johan, Rob, klom die duin helemaal tot aan de top. Thaise Johan kwam tot 20 meter en ik tot 5 meter voor een foto.
.
Johan staat bij een palmboom aan de voet van "Duin 7".

Johan is een beetje de duin opgeklommen. Rob klimt helemaal tot aan de top. Ongeveer 400 meter hoog is "Duin 7".

De laatste zondag dat we in Swakopmund waren, gingen we naar het "Maanlandschap". Dat is de erosie vallei van de Swakoprivier. Omdat de Namibwoestijn de oudste woestijn ter wereld is, heeft de Swakoprivier miljoenen jaren zijn weg door de rotsen uitgesleten en onstond er een waar "maanlandschap". Indrukwekkend om te zien en je moet er geweest zijn om de grootheid van dat "maanlandschap" te kunnen zien. Een foto geeft maar een klein gedeelte van de werkelijkheid aan.

Johan en ik bij het maanlandschap

Een panoramafoto van een gedeelte van het maanlandschap.

De weg is tevens de route naar de "Welwitchiaplant". Deze plant groeit alleen in de Namibwoestijn en dan nog op bepaalde plaatsen. De plant heeft in principe maar twee bladeren, maar door wind en zand lijkt het of die plant meerdere bladeren heeft. De plant heeft mannelijke en vrouwelijke planten en er een een bepaald soort insekt die de planten bestuift. Dat insekt komt alleen voor op de "Welwitschia". Je ziet honderden exemplaren van de Welwitschia. Het is een beschermde plant en bij de grootste planten zijn dan ook of  heiningen geplaatst of rotsen gelegd, zodat je niet te dicht bij de plant komt. De plant kan wel tot 2000 jaar oud worden.

De Welwitschiaplant. Deze plant is omheind. Het is een van de oudste planten in de omgeving. De plant is ongeveer 2000 jaar oud.

Een andere Welwitschiaplant. Deze is omringd door stenen.

Johan en de oneindigde ruimte van de woestijn.

Een uiteraard op die dag een "braai" in een rivierbedding. Eens in de zoveel jaar komt er water in de rivierbedding, maar genoeg om het een beetje groen te houden.

De 15de augustus namen afscheid van Hanny en Johan en gingen op weg naar Erindi. Erindi is een "gamepark", waar veel wild aanwezig is. Het is een redelijk luxueus resort, waar het goed toeven is. Het is 60 km van Omaruru., 280 km van Swakopmund. Tot Omaruru is het een asfaltweg, maar daarna is het een "gravel-road". Die was redelijk goed te berijden. De aanwijzingen op de weg zijn goed aangegeven en tegen een uur waren we bij Erindi. De auto wordt permanent onder een afdak geparkeerd en er werd ingecheckt. Johan en ik kregen elk een grote kamer met veranda dat uitkeek over het veld en er wat een watergat onder aan, waar er wat krokodillen in lagen. Het restaurant van Erinde heeft een enorme veranda en die kijkt ook uit over het veld en er zijn vooraan twee grote watergaten, waarin krokodillen, maar ook Hippo's in liggen. Uiteraard komen vele dieren bij dat watergat drinken en in de avond zijn de watergaten en het veld erom heen verlicht.

Olifanten komen drinken in een van de watergaten bij de veranda van het restaurant.

We hadden meteen prijs, toen we na de lunch even op de veranda van het restaurant gingen uitrusten. Op de vlakte voor het watergat waren wat hippo's en een aantal wilde zwijnen, "vlakvarkens" in het Afrikaans. Er kwam van verre een troep wilde honden, Kaapse Honden, aan en die namen stelling in. De wilde zwijnen hadden het in de gaten en namen de rit aan. Een van de zwijnen, een jonkie nog, kon niet vlug genoeg wegkomen en vier of vijf wilde honden pakten hem. Ze verscheurden dat arm zwijntje in een paar minuten en je zag hier en daar een wilde hond met een stuk zwijn rondlopen. De Mariboe's, een soort aasvogel, wachte rustig af en maakte de boel schoon. Na een kwartier kon je niets zien dat daar een zwijntje verscheurd en opgepeuzeld was. Ja, de natuur is wreed.

De troep wilde honden staan op punt het wilde zwijntje te verscheuren. Even later zie je de troep wilde honden dat wilde zwijntje verscheuren. De hippo's worden er niet warm of koud van. Een paar Mariboe's wachten op de achtergrond af of er later nog wat te peuzelen valt.

De dagindeling in Erindi is als volgt. In de ochtend is er de eerste "game-drive" om half zeven. Je moet uiteraard vroeg de dieren gaan bekijken, want dan zijn ze actief. Overdag is het te warm en liggen ze in schaduwplekken of onder de grond. Zo'n "game-drive" duurt drie uur en tegen half-tien ga je ontbijten. Het ontbijt, maar ook de lunch en het diner is een buffet-service. Er is een enorme keus aan eten. Koffie kan je de hele dag door krijgen in het restaurant, want veel mensen zitten in die enorme veranda, op een gemakkelijke stoel om het wild dat bij de watergaten zich verzameld, te bekijken, te filmen of te fotograferen.

Het uitzicht vanaf de veranda van een van onze kamers.

Om een uur is de lunch en om drie uur is er "Tea and cake". In de winter is de tweede "game-drive" om halfvier, in de zomer om half-vijf. Het was winter, dus was voor ons de tweede "game-drive" om half-vier. Je wordt tijdens die "game-drive" vervoerd in grote "Landrovers". Er is plaats voor 9 personen, die op verhoogde zitplekken zitten. Er is ook een zitplaats langs de gids-chaffeur, maar die zit lager. De gids weet precies waar hij moet rijden en er zijn acht wagens op weg in verschillende richtingen. Erindi is groter als de provincie Utrecht. De wagen staan met elkaar in verbinding en als een wagen iets speciaals ziet waarschuwd hij de anderen. Dan rijden we door het veld, waar geen weg is. Normaal rij je op een weg, wat smal is en soms maar een spoor is.

Je ziet uiteraard veel wild. De gids stopt vaak als je wat ziet en verteld veel over de dieren. Tijdens de ochtend "game-drive" is er halverweg koffie en tijden de middag "game-drive" is er een "sundowner" Als de zon ondergaat, worden er verschillende dranken, limonade etc. met chips en nootje aangeboden. De zonsondergang in Afrika en met name in de platte savanna-gebieden is fascinerend.

Een drietal jonge leeuwen liggen lekker in de schaduw.

Johan en ik op een van de vlaktes van Erindi. In de achtergrond wat giraffes.

De "sundowner". Er is drank en wat hapjes, terwijl de zon ondergaat. Rechts is de "Landrover" waar wij in vervoerd werden.

De contouren van een termietenheuvel, terwijl de zon nu echt ondergaat. Termietenheuvels zie je overal in het veld. Ze kunnen wel 4 meter hoog worden.

De prijs voor een paar dagen Erindi is niet goedkoop, maar het is een "all-in" prijs. Je betaald alleen maar voor de drank, geen koffie, die je tijdens je verblijf drinkt. In de avond staat er een karaf sherry in je kamer met wat zoutjes. Dat is in de prijs inbgrepen. De kamers zijn groot, prachtig gemeubileerd en de badkamer, daar zou je in willen wonen. Het was de tweede keer dat ik Erindi bezocht en het zal zeker niet de laatste keer zijn. Je krijgt het "echte" Afrika te zien, met al zijn dierenbewoners en je verblijft in luxieuze verblijven.

Na drie dagen Erindi reden we naar Windhoek, waar we zouden overnachten. De dag daarop zouden we naar Kaapstad gaan. We kwamen in het hotel tegen een uur aan. Het hotel, "The Roof of Africa", dat redelijk dichtbij gevestigd was, waar wij in de jaren vijftig het eerst verbleven in Windhoek. In de middag liet ik Johan Windhoek zien. Het huis waar we jaren woonden in de Liztstraat staat er nog steeds. De grote palmboom ook nog, die mijn broertje, hij was toen vijf jaar, in de fik stak. Als je het huis ziet, komen er hele mooie herinneringen weer tevoorschijn. Windhoek is uiteraard enorm veranderd en ik verdwaal er, bij wijze van spreken. Ik liet Johan  ook de school, zien waar ik op zat en de bekende bezienswaardigheden van Windhoek. In de avond gingen we eten bij "Joe's Bar". Een bekend restaurant in Windhoek, die een hele aparte sfeer heeft.

De volgende dag vlogen we naar Kaapstad, via Johannesburg. Een omweg, maar goedkoper als met South African Express. Tegen zes uur waren we in Kaapstad en het huren van de auto, was al besproken, was binnen een paar minuten geregeld. "Anna", het GPS-apparaat, bracht ons feilloos naar ons guesthouse "Lekkerbly". "Lekkerbly" wordt bestierd door Vic en Santjie, een echtpaar die ik al kende. Het zijn hartelijke mensen, die een prima Guesthouse beheren en een ontbijt voor je maken, dat maakt dat je de verdere dag vrijwel geen honger meer hebt. Uiteraard ontvingen Vic en Santjie ons hartelijk en we hebben die avond nog een paar uurtjes met hun lekker zitten babbelen.

Uiteraard werd ook bij "Lekkerbly" door Vic en Santjie een 'braai' aan ons aangeboden.

De volgende dag op weg naar "Cape Point". Dat is de uiterste punt van Afrika en daar zie je dan aan de linkerhand de Indische Oceaan en aan de rechterkant de Atlantische Oceaan. Maar Johan had nog steeds last van de naween van de "durchfall" van gisteren en voelde zich wat slapjes. We zijn bij "Kaappunt" aangekomen, maar zijn niet naar boven gegaan om de echte "Punt" te zien. Wel hebben we de mooie route verder gedaan. Johan knapte wat op, nadat hij wat gegeten en wat gedronken had.
De weersvoorspelling was niet goed voor de woensdag en dat kwam ook uit. Het regende en de hemel was zwaar bewolkt. We waren van plan naar Stellenbosch en Franschhoek te gaan en dat deden we dan ook. Maar het zicht was niet al te ver en met name bij Franschhoek zagen we vrijwel niets van de mooie bergen aan beide kanten van de vallei. In Stellenbosch bezochten we wel "Oom Sammie se Winkel". Een ouderwetse winkel, waar het rommelig is, maar je kunt er heerlijk winkelen met allerlei oude spullen, die in een nieuw jasje waren gegoten.. De winkel is nog net zo opgezet als 100 jaar geleden.

Ik zit hier voor "Oom Samie se Winkel". De man langs mij verroerde geen vin en sprak geen woord. Kon hij ook niet, want het was een pop.

De bergen bij Franschhoek.

De donderdag gingen we naar Hermanus. Dat is zo'n 100km van Kaapstad af. In de baai van Hermanus zouden walvissen zijn, die je vanaf de kust kon zien. De route naar Hermanus is prachtig. Vanaf Gordon's Baai gaat de weg langs de kust en je rijdt dan weg hoog en dan weer laag. Prachtige vergezichten over de baai van Gordon's Baai en de kust. We stopte dan ook een paar keer om te genieten van de omgeving. In Hermanus aangekomen was het druk op de boulevard, maar ik kon een parkeerplaats vinden. We liepen een eindje op de bouelevard en zagen warempel een walvis in de verte. Je moest goed kijken, maar je zag de rugvin en af en toe spoot die walvis als hij of zij ging lucht happen. Een leuke ervaring, want ik en ook Johan hadden dat nog nooit gezien.

De vrijdag hadden we besproken om naar Robbeneiland te gaan. Daar zat Nelson Mandela met andere politieke gevangen, jaren opgesloten. Er is een museum over Robbeneiland bij "The Warf" en daar reden we naar toe. In de ondergrondse parkeergarage parkeerde ik de auto en we stonden vrijwel bij  het museum toen we buiten kwamen. Er stond al een lange rij voor de ferry naar Robbeneiland. Die zou om elf uur gaan. We hadden al kaartjes en we sloten aan bij de rij. Er was een vertraging, die tot drie kwartier duurde.De overtocht naar Robbeneiland duurde ongeveer 45 minuten. We gingen in bussen een rondrit maken over het eiland en de gids vertelde in prima verstaanbaar Engels hoe alles in zijn werk ging op het eiland en de geschiedenis van het eiland. Ook zagen we de groeve waar de politieke gevangen werkte. Vanf Kaapstad lijkt het eiland klein, maar het is toch redelijk groot.

Kaapstad en Tafelberg, gezien vanaf Robbeneiland. Dit zag Nelson Mandela 17 jaar lang, de tijd dat hij op Robbeneiland gevangen zat.

Daarna gingen we naar de cellencomplexen, waar de politieke gevangenen opgesloten werden. Een ex-politieke gevangene gaf een lezing hoe alles in zijn werk ging en hoe de Apartheidwetten een inbreuk op de levens van de mensen had. Zijn Engels was niet al te best, maar omdat ik veel van die geschiedenis afwist, kon ik het volgen. Of de anderen het ook konden volgen, dat dacht ik niet. Johan begreep er niets van.

Daarna was er een rondleiding door de cellencomplexen. De cel van Nelson Mandela was intact gelaten en alles was er net zo als toen hij daar verbleef. We zouden om twee uur met de ferry weer terug gaan, maar dat werd vier uur. Wat mij opviel was dat de cellencomplex er prachtig uitzag. Goed in de verf, de tralies prima onderhouden en van de vloer kon je eten. Ook de binnenplaats was perfect onderhouden. Maar de foto's die daar hingen, die gaven een andere beeld, hoe het er toen was. Ik begrijp wel dat voor de toeristen alles mooi en schoon moet zijn, maar het maskeerde de werkelijkheid, toen er politieke gevangen waren. Nelson Mandela beschreef die jaren goed in zijn boek: "Long road to Freedom".

De cel waarin Nelson Mandela opgesloten zat.

"The Warf" is een prachtig uitgaansgebied aan het water. Er liggen mooie schepen en jachten en er zijn veel restaurants. Ook treden hier en daar straatartiesten op en alles bij elkaar is het leuk toeven daar. Johan en ik aten in een restaurant en we bestelde een "sea-food dish". Allerlei soorten vis en schelpdieren lagen op een enorm bord en we kregen er een bakje rijst bij. Met de entourage van "The Warf" om je heen, was het een onvergetelijk etentje.

De visschotel op "The Warf".

De zaterdag was weer gepland om "Kaappunt" te bezoeken. Omdat Johan eerder die week niet al te lekker was, had hij weinig kunnen zien en ook kunnen genieten van die tocht naar Kaappunt. We reden de weg via Muizenberg en Simonstad. Muizenberg is een leuke stad en Simonstad is een marinebasis. De weg voert langs de kust en je kunt ook penguins bekijken. Dat zijn kleine Kaapse Pinguins. Kaappunt is een Nationaal Park, waar veel bavianen voorkomen. We zagen er op de terugweg een paar.

Bij Kaappunt is er parkeerruimte voldoende en er gaat een een soort tram naar boven. Je kunt ook naar boven lopen en je kunt met de tram naar boven en naar beneden lopen. Boven gekomen, loop je via paden, wat naar beneden en op verschillende hoogtes zie je de punt van Afrika. De laatst keer dat ik er was was in de zomer, 36 jaar geleden en toen kon je de scheiding van de twee oceanen zien. de warme zee van de Indische en de koude zee van de Atlantische oceaan. Nu kun je die scheiding vrijwel niet zien. De verschillende hoogtes geven je een prachtig gezicht op de Punt. De zee, tientallen meters onder je, is wat ruw en de golven slaan zich met veel lawaai kapot op de rotsen. Er is er ook een winkel met mooie spullen . Uiteraard veel souveniers van de Kaap, maar van goede kwaliteit.

Het uiterste puntje van Afrika.

De terugweg ging via Houtbaai. Je gaat dan via Chapmans Peak en dat geeft weer adembenemde vergezichten over de oceaan op. Ook zie je dan diep in de verte Houtbaai liggen. Houtbaai is beroemd om zijn gerookte zeesnoek. 36 jaar geleden kochten wij zo'n snoek en we hebben er dagen van gegeten. Die is dan ook zo'n 10 kilo. We gingen naar de haven en aten in een restaurant, buiten op houten banken en aan houten tafels "Fish en Chips". In een winkel kocht ik uiteraard een stuk gerookte zeesnoek.

Uitzicht op Houtbaai, gezien vanaf Chapmans Peak.

Het restaurant waar we "Fish and Chips" aten

Via Concordia, een prachtig wijk van Kaapstad, reden we weer terug naar Lekkerbly.
De laaste dag, de zondag, gingen we weer naar Stellenbosch en Franschhoek. Woensdag was het slecht weer en nu scheen de zon en was het zelfs warm. De rit naar Stellenbosch en Franschhoek is prachtig. Je rijdt langs de wijngaarden en bij Franschhoek zijn de bergen prachtig om te zien in de zon. We aten in Franschoek, bij een pannenkoekhuis, pannenkoek met gecarameliseerde appel. Ik heb nog nooit zo'n lekkere pannenkoek gegeten.

Vic had ons er op gewezen dat er dicht bij een aardbeienboerderij was, "Mooi Berge" geheten. Per ongeluk kwamen we daar langs. Het is een heel aparte boerderij. Met veel aardbeienvelden die bedekt zijn met een soort wit gaas. Overal in de velden zie je beelden, poppen etc. Een uniek gezicht. De winkel van "Mooi Berge" is prima om te winkelen en ik kocht er uiteraard ook wat.

Het aardbeienveld van "Mooi Berge".

Nog een aardbeienveld van "Mooi Berge".

De laatste avond nodigde we Vic en Santjie uit om te gaan eten in een draaiend restaurant bij Sea Point. Dat is de sjieke wijk van Kaapstad. Het restaurant bevindt zich op de 27ste etage en draait langzaam in het rond. De zee is er dichtbij en ook het voetbalstadion, waar Nederland de halve finale van het WK speelde tegen Uruguay. Het eten is uiteraard van de beste kwaliteit en wij gingen naar dat restaurant toen het nog licht was. Dan kan je langzaam zien hoe het donker worden en de lichtjes aangaan. Je kan dan een fascinerend blik op Kaapstad te zien, met al die lichtjes. Een unieke ervaring.

Uitzicht vanaf het restaurant. Op de achtergrond het stadion waar Nederland tijdens de WK de halve finale speelde tegen Uruguay.

Panorame van een gedeelte van Kaapstad toen het donker werd.

Het was gezellig toeven daar, in het draaiend restaurant.

Maar zal je zeggen, ben je dan niet met de kabelbaan boven op Tafelberg geweest? Tafelberg overheerst de hele omgeving tot wel 20km of verder. We hadden pech, want net tijdens ons verblijf, werd het 10-jarig onderhoud aan de kabelbaan gedaan en de kabelbaan ging de maandag dat wij vertrokken weer open. Dus dat was pech hebben. Als troost reed Vic en Santjie ons, voordat we gingen eten, naar het gebouw waar de kabelbaan begint. Dat is aan de voet van Tafelberg.

Johan en ik aan de voet van Tafelberg. Rechts op de top van Tafelberg is het het station waar de kabelbaan eindigt.

De volgende dag, maandag 26 augustus, gingen we vroeg naar het vliegveld van Kaapstad voor onze terugreis, dat 27 uur zou duren. We namen hartelijk afscheid van Vic en Santjie en via Johannesburg, Addis Abeba en Bangkok, kwamen laat op dinsdag 27 augustus, weer terug in Chiang Mai.
Het was voor Johan een openbaring, die vakantie. Uiteraard had ik het ook prima naar mijn zin. We hebben veel gezien en we hebben vele kilometers afgelegd.

Namibië en Zuid-Afrika zijn mooie landen om te bezoeken. Je kunt veel zien, het is erg uitgestrekt en de mensen zijn er vriendelijk. Uiteraard was het een voordeel dat ik het land kende en dat veel mensen tot mijn vrienden- en kennissenkring behoorde. Je voelt je dan niet in een vreemd pakhuis. Ook Johan vond dat hij overal uiterst vriendelijk en gastvrij onthaald was. Over twee jaar ga ik maar weer eens naar mijn zus en zwager in Namibië. Ik heb de smaak weer te pakken gekregen.

http://thailandgek.actieforum.com

1 opmerking:

OiA zei

Leuk om te lezen zeg! Namibië is een bijzonder divers land en ik zie dat jullie het goed naar jullie zin gehad hebben.